Wetenschap - 9 september 2013

Slootbeheer moet op de schop

tekst:
Roelof Kleis

We zijn het slootrijkste land van de wereld. Maar de kwaliteit van die sloten is slecht. Het roer moet dus om, zegt promovendus Jeroen van Zuidam.


Zo'n 250.000 kilometer sloot hebben we in ons kikkerlandje: vijftien meter sloot per Nederlander. Afhankelijk overigens van de definitie die je kiest voor een sloot. Sloten genoeg dus. Maar vooral de sloten waar kroos overheerst zijn qua biodiversiteit kale woestenijen, zegt bioloog Jeroen van Zuidam. Hij promoveert morgen op een studie naar het functioneren van slootvegetatie.

Van Zuidam bracht 70 sloten nauwkeurig in kaart: hoe ziet de sloot er uit, hoeveel voedingsstofen zijn aanwezig, wat groeit er en heeft de omgeving daar invloed op. Op zoek naar verklaringen waarom er in onze sloten groeit wat er groeit. Dat blijkt niet zo eenvoudig. Van Zuidam: ‘Het is een samenspel van een groot aantal factoren dat bepaallt wat er groeit. Samen verklaren die 35 procent van de variatie in samenstelling van de vegetatie. Het feit dat niet één factor dominant is, lijkt een typische eigenschap van sloten te zijn.’ Intensieve interactie tussen de sloot en zijn (verre) omgeving zorgen er volgens Van Zuidam voor dat allerlei factoren de vegetatie steeds op een iets andere manier beïnvloeden.

Kroos is als een soort drijvend deksel op een sloot
Joen van Zuidam

Waterpest en kroos domineren veel sloten. Het zijn exponenten bij uitstek van een vermest en/of verstoord slootmilieu. In sloten waar het kroos overheerst groeit verder vaak weinig. Van Zuidam: ‘Kroos is een soort drijvend deksel op de sloot. Het verstikt al het andere leven. De concentratie zuurstof in het water gaat letterlijk terug naar nul.’  Uit de veldstudie van Van Zuidam blijkt dat dit soort monoculturen het vooral goed doen als er veel fosfaat aanwezig is in water en bodem. Daar komt bij dat kroos en waterpest veel beter tegen het maaien van sloten kunnen dan bijvoorbeeld (gewenste) Fonteinkruiden. Van Zuidam laat ook zien dat door kroos gedomineerde sloten weinig potentie hebben voor herstel. De voorraad zaden en andere overlevingsorganen -het zogeheten geheugen van de sediment- is zeer beperkt.

Van Zuidam bracht een groot aantal sloten nauwkeurig in kaart

Oplossingen liggen daarom voor de hand: minder kunstmest, een ander onderhoud en mogelijk zelfs enten van rijk bodemslib naar soortenarme sloten. ‘Het maaien moet veel minder rigoureus’, beaamt Van Zuidam. ‘We moeten af van de schouw die boeren verplicht hun sloten schoon te maken. Onderhoud is altijd gebaseerd geweest op afvoer: het zo snel mogelijk wegwerken van het water. Naast kwantiteit moet ook de waterkwaliteit voorop staan. Dat is een cultuuromslag. Het slootbeheer moet daarnaast meer op polderschaal gebeuren. We moeten niet proberen overal dezelfde zeldzame planten te krijgen, maar potenties benutten en kijken waar de beste mogelijkheden zijn. Heterogeen beheer is de sleutel tot meer biodiversiteit.’