Organisatie - 4 juni 2020

Sleutelfiguren: Corina Hobé

tekst:
Milou van der Horst

Ze zijn onmisbaar voor het draaiend en gezellig houden van de campus, toch komen ze meestal niet als eerste in je op als je aan de campus denkt: schoonmakers, conciërges, cateraars, tuinmannen, receptionistes – de lijst is lang. Ook in deze coronatijd vervullen ze een belangrijke rol. Resource zoekt deze sleutelfiguren op.

© Guy Ackermans


Naam: Corina Hobé (37)
Gezin: twee zoons, Roy (10) en Jesse (8)
Beroep: schoonmaakster in Atlas en zzp-kapster
Lijfspreuk: ‘Geniet van de kleine dingen’


‘Ik ben gek op mensen, op hun verhalen. Mensen luchten graag hun hart bij mij. Dan ben ik aan het poetsen en zie ik aan het snoetje dat er iets is en dan vraag ik ernaar. En dan vertellen ze. Dat vind ik heerlijk. Ik ken de mensen hier niet allemaal bij naam, maar ik herken de gezichten. En ik weet wat er speelt.


Ik weet zeker dat ik gewaardeerd word. Als ik een paar dagen afwezig ben missen ze me en zeggen ze dat ze het fijn vinden dat ik er weer ben. En mensen bedanken mij ook vaak.
Dat er afgelopen weken bijna niemand in het gebouw is, maakt me verdrietig. Mensen om me heen zijn een belangrijk deel van mijn werk. Daar haal ik mijn voldoening uit. Het wordt nu gelukkig weer wat drukker, maar het is nog steeds anders. En ik houd niet van veranderingen. Ook ben ik van het knuffelen en aanraken. Dat dat nu niet kan, maakt me verdrietig, want ik kan mezelf niet zijn. Dat vreet aan me. Toch ben ik blij dat ik naar mijn werk mag, anders word ik gek thuis. Nu alles minder vies wordt, krijgen we bijvoorbeeld extra opdrachten, zoals de keukenkastjes vanbinnen schoonmaken. En we poetsen deurklinken, handvatjes, kranen, randen en de richels extra.


Het moeilijkst aan mijn werk vind ik normaal stofzuigen als er mensen zitten. Meestal vinden ze het niet vervelend, want ze vinden het fijn als het weer schoon is. Toch stofzuigde ik voor corona meestal vóór werktijd, omdat ik me toch bezwaard voelde.

Ik ben van het knuffelen en aanraken. Ik kan nu mezelf niet zijn.

‘Vroeger wilde ik schoonheidsspecialiste worden, met een eigen salonnetje. Ik heb ook een combi-opleiding gedaan tot kapster en schoonheidsspecialiste, tot ik aan de voeten moest beginnen. Ik heb niks met voeten, die vind ik maar vies. Daarom werd ik alleen kapster.
Maar toen de kinderen naar school gingen, wilde ik iets doen tijdens de schooltijden, naast mijn werk als kapster. Want van alleen thuiszitten word ik helemaal zenuwachtig. Ik ben graag bezig. Tijdens het knippen hoorde ik over Asito, waar ze een schoonmaakster zochten voor Atlas, dus ik heb meteen gesolliciteerd. Ik werk hier nu 4,5 jaar.


Ik ben dankbaar voor mijn baan en ben altijd blij als ik weer mag werken. Het is lekker dat ik weet wat ik moet doen, want ik kom niet graag uit mijn comfortzone. En ik vind het fijn als het weer schoon is. Daarnaast geeft mijn werk veiligheid: ik bouw een pensioentje op en krijg vakantiegeld.


Als ik nu een beroep moest kiezen koos ik een baan in de zorg, zoals werken met gehandicapten of kinderen met een stempel, zoals ADHD. Dat helpen en zorgen lijkt me prachtig. Maar dan moet je een opleiding volgen en ik word al bijna 40. En ik hou van veiligheid. Dus ik vind het goed zo.


Ik durf niet aan de toekomst te denken in deze coronatijd. Rutte zegt ‘dit is het nieuwe normaal’, maar dit is niks. Ik hoop dat het gauw weer normaal wordt. En dat iedereen snel gezond terugkomt. Ik hoop dat mensen het zorgen voor elkaar blijven volhouden. We hebben elkaar allemaal nodig, niet alleen in deze tijd.’


Re:ageer