Organisatie - 9 oktober 2008

Slag om de Doggersbank

Minister Gerda Verburg van LNV gaat eind dit jaar beschermde natuurgebieden aanwijzen op de Noordzee. Gemakkelijk gaat dat niet, want de minister zit behoorlijk klem tussen de tegengestelde belangen van de vissers en milieuorganisaties. ‘Het is een juridische tijdbom.’

achtergrond_0_160.jpg
achtergrond_0_160.jpg

Foto: Coalitie Milieuorganisaties

Dr. Han Lindeboom, directielid van Wageningen Imares, reikt morgen het eerste exemplaar uit van de ‘Ecologische Atlas Noordzee ten behoeve van gebiedsbescherming’ aan het ministerie van LNV tijdens de Noordzeedagen in Scheveningen. In de atlas, geïllustreerd met tweehonderd kaarten, staat per gebied aangegeven welke ecologisch waardevolle schatten zich onder het wateroppervlak bevinden.
De onderzoeker is blij met de atlas, maar zal pas echt blij zijn als de informatie gebruikt wordt om daadwerkelijk reservaten in de Noordzee aan te wijzen. ‘Ik heb al in 1990 voorgesteld om een kwart van de Noordzee te sluiten voor de boomkorvisserij.’ En het laatste concrete advies over de beschermde gebieden, dateert alweer van drie jaar geleden.
Verburg moet voor 1 januari aan de Europese Commissie doorgeven welke gebieden ze wil beschermen. Doet ze dat niet, dan kan de Europese Commissie sancties opleggen. Ondertussen voert de milieubeweging de druk op. Greenpeace gooide in augustus rotsblokken in zee om vissen met een boomkor onmogelijk te maken. Boomkorvissers hangen kettingen voor hun netten die over de zeebodem schuiven, waarmee ze niet alleen tong en schol vangen, maar ook het leven op de zeebodem beschadigen. Daarmee vernielen ze zeldzame schelpsoorten en bijzondere zeefauna die de milieuclubs en Lindeboom juist willen beschermen.

Kraamkamers
De milieuorganisaties willen daarom dat er kraamkamers komen zonder visserij, waar al wat leeft in zee zich ongestoord kan ontwikkelen. Op land zet je dan een hek rond het terrein, op zee rust je de schepen uit met speciale GPS. Via satellieten kan de overheid dan controleren of de vissersschepen in ‘verboden wateren’ varen. Zo’n veertig procent van de Noordzee zou zo’n beschermde status moeten krijgen, vinden de milieuorganisaties die op 1 oktober hun argumenten nog eens duidelijk maakten aan de Tweede Kamer. Een handig moment, want de volgende dag hadden de Kamerleden overleg met de minister over de visserij.
De vissers zijn faliekant tegen de reservaten. De sector heeft het al moeilijk, want de opbrengst op zee valt tegen – er zit minder vis – en de brandstofkosten zijn sterk gestegen. Sinds 2005 is veertig procent van de vissersvloot voor tong en schol gesloopt, stelt Ben Daalder, voorzitter van de Federatie van Visserijverenigingen. Een verbod op schol- en tongvangst in de beschermde gebieden - belangrijke visgronden voor de vissers – zou nog meer bedrijven in problemen brengen. Bovendien is een verbod niet nodig, vindt Daalder, want de schol – en tongpopulatie herstelt zich volgens hem spectaculair de laatste jaren.
Verder bestaat er grote argwaan bij de vissers over de bedoelingen die de milieubeweging heeft met de zeereservaten. Het door de milieuorganisaties afgedwongen verbod op het vangen van mosselzaad in de Waddenzee ligt nog vers in het geheugen. Met de Zeeuwse mosselvisserij gaat het nu heel slecht, en de minister is daar gevoelig voor. ‘Ze is geschrokken van de problemen en wil liever niet moeten optreden tegen de visserij in de Noordzee’, stelt Lindeboom.
Het ministerie van LNV wil in totaal vijf gebieden aanwijzen, zegt Lindeboom. Het gaat om de Doggersbank, de Klaverbank, het Friese Front, het kustgebied Wadden en de Voordelta, het kustgebied voor de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden. De laatste twee gebieden zijn inmiddels beschermd door de Europese Commissie.
Procesmanager Ton IJlstra van LNV was betrokken bij de aanvraag van de Voordelta. Daar geldt nu grotendeels een verbod voor de boomkorvisserij. Maar de totstandkoming van een dergelijk natuurgebied op zee is veel minder simpel dan Greenpeace ons wil doen geloven, zegt hij. ‘Er zit een hiaat tussen regelgeving voor natuurbescherming en visserij. Nederland moet uitvoering geven aan de Vogel- en Habitatrichtlijn van de EU: Natura 2000. Daarbij gaat het om de bescherming van leefgebieden en soorten. Op land is dat gemakkelijk. Je wilt een zeldzame vogel beschermen in een gebied en verbiedt de motorcross die die vogel verstoort. De minister heeft de bevoegdheid om dat te doen. Maar de Noordzee is een Europese visserijzone. Nederland heeft de visserijbevoegdheden overgedragen aan Brussel. Verburg moet dus aangeven welke habitats en soorten op zee ze wil beschermen, maar ze heeft niet de bevoegdheid om maatregelen te nemen.’
Dit juridische aspect heeft praktische gevolgen. De minister kan bijvoorbeeld geen tong en schol op haar Natura 2000-lijst zetten, want dat zijn geen zeldzame vissen. Ze kan ook geen maatregelen voorstellen om de gehele boomkorvisserij aan banden te leggen, want de Europese Commissie bepaalt of dat nodig is.

Juridische valkuilen
Wel kan de minister, zoals de natuurorganisaties stellen, Nederlandse vissers verbieden nog in de voorgestelde beschermde gebieden te vissen. Maar het is een onaantrekkelijke optie, zegt IJlstra. De buitenlandse vissers hoeven zich hier niets van aan te trekken, de natuurdoelstelling wordt dan niet gehaald en de Nederlandse vissers kunnen bij het Europees Hof aantonen dat zo’n verbod discriminerend is.
Maar ook de milieubeweging kan het de minister lastig maken met juridische procedures. Het ‘mosseldossier’ heeft in dit opzicht een gevoelige snaar geraakt bij het ministerie van LNV. De rechter heeft het vissen op mosselzaad in de Waddenzee verboden omdat de vissers niet konden aantonen dat ze geen schade berokkenden aan de natuur. De aanleiding van de natuurorganisaties om dit proces te starten, zegt Christine Absil van stichting De Noordzee, was dat het ministerie de voorwaarden voor mosselzaadvangst niet goed had beschreven. ‘Daarom is de minister nu voorzichtig’, zegt Absil. ‘Ze wil later niet het verwijt krijgen dat ze het niet goed heeft geregeld.’ Bij de wetgeving van Natura 2000 worden partijen min of meer gedwongen om tegenover elkaar te staan, stelt Absil. ‘Het is vrijwel onmogelijk voor de vissers om aan te tonen dat ze geen schade aanrichten.’
Ze stelt een andere aanpak voor, waarbij de vissers en milieuorganisaties om tafel gaan met het ministerie om vast te stellen wat ze willen beschermen en hoe. Van zo’n aanpak is ook Verburg gecharmeerd. Absil denkt aan afspraken in het kader van Ospar, een internationale conventie die afspraken maakt over de bescherming van soorten en gebieden in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan. Punt is wel dat Ospar geen juridisch kader heeft waarmee de minister maatregelen kan afdwingen.
De minister lijkt meer heil te zien in de Marine Stewardship Council (MSC), die een keurmerk geeft aan duurzaam gevangen vissoorten. Hier gaat het om een gedragscode voor verantwoorde visvangst, opgesteld door de voedselorganisatie FAO. Het Centraal Bureau voor de Levensmiddelenhandel wil dat per 2011 honderd procent van de niet-gekweekte vis in de Nederlandse supermarkten een MSC-certificaat heeft.

Pulskor
Onduidelijk is nog wat zo’n keurmerk voor gevolgen heeft voor de vissers. De minister en de vissers willen MSC-vissers toelaten tot de beschermde gebieden. Maar mag de boomkor dan nog? ‘Wat ons betreft niet’, zegt Absil. Lindeboom is het met haar eens. ‘De boomkor is milieuonvriendelijk. Supermarkten verkopen nu tong en schol van grondig omgeploegde zeebodems.’
Het alternatief is de pulskor. De kettingen zijn daarbij vervangen door kabels die stroomstootjes geven. De platvissen schrikken op en komen in het net terecht, zonder dat de bodem wordt omgeploegd. ‘Die pulskor kun je erkennen onder de MSC-vlag’, vindt Lindeboom. ‘Maar dan moeten de vissers ook een aantal gebieden met rust laten om er bijvoorbeeld voor te zorgen dat de tong weer vijftien jaar oud kan worden.’
Punt is wel dat die discussie tussen alle partijen over de beste maatregelen nog van start moet gaan, terwijl de minister voor 1 januari haar plan moet indienen in Brussel. Waarom is de minister zo traag? ‘Nederland is niet erg ambitieus hiermee, Duitsland is al veel verder’, zegt Absil. Lindeboom: ‘Ik heb drie jaar geleden al aangegeven dat er een juridische tijdbom onder de zeereservaten ligt.’
IJlstra van LNV, die al sinds 1990 met het onderwerp bezig is, zegt er dit over: ‘De Europese verplichting dateert pas van veel later en het is politiek en juridisch altijd een lastig vraagstuk geweest.’ Dat landbouwministers de kwestie als een hete aardappel aan elkaar hebben doorgeschoven, zal je hem niet horen zeggen.

Re:ageer