Organisatie - 7 april 2016

Selectie aan de poort

tekst:
Hoger Onderwijs Persbureau,Rob Ramaker

Zijn je cijfers niet hoog genoeg of ben je te weinig gemotiveerd? Dan mogen steeds meer opleidingen je afwijzen. Selectie aan de poort is geen taboe meer, ook niet bij de ‘eigen’ master. Critici wijzen op het discriminerende effect. ‘Niet kloten, maar loten.’

Illustratie Henk van Ruitenbeek

Een 9,6. Met dat eindexamengemiddelde sloot Meike Vernooy in 1996 haar middelbare school af. Toch mocht ze niet beginnen aan de door haar gewenste studie geneeskunde. Tot driemaal toe werd de gymnasiaste uitgeloot; een krachtige illustratie van de nadelen van loting. Het geval zorgde voor een landelijke discussie. En in het kielzog daarvan voor nieuwe selectiemogelijkheden, bijvoorbeeld op motivatie en cijfers.

Sinds die tijd heeft selectie, daarvoor min of meer taboe (zie kader), een flinke opmars doorgemaakt. Vanaf 1999 mochten opleidingen met een numerus fixus de helft van hun studenten zelf selecteren en vanaf 2011 zelfs allemaal. In de twee jaar daarna nam het aantal studiekiezers dat te maken kreeg met selectie toe tot 30 procent. De populariteit van lotingen nam ondertussen sterk af; juist daarop lijkt nu een taboe te rusten. Vanaf 2017, zo herhaalde onderwijsminister Bussemaker recent nog in de Tweede kamer, gaat loten zelfs geheel in de ban.

Ook in Wageningen wordt tegenwoordig op beperkte schaal geselecteerd. In 2014 voerde Voeding en gezondheid een numerus fixus met selectie in. Scholieren worden gerangschikt op hun eindcijfer in relevante vakken als scheikunde en biologie, plus de uitkomsten van een motivatie- en kennistest. Scholieren met een 8 of hoger zijn sowieso welkom. Twee andere studies – Biotechnologie en Moleculaire levenswetenschappen – overwegen de invoering van een studentenplafond langs dezelfde lijnen.

Zieliger

Bestuurders, politici, maar ook studenten zijn selectie steeds normaler gaan vinden. Dat is echt een perspectiefverandering, zegt onderwijshistoricus Pieter Slaman. ‘Het pleidooi voor loting is een voorbeeld van “collectief” denken, waarbij het zielig is dat iemand met een zeven geen kans krijgt. Maar tegenwoordig vinden we het nog zieliger als een excellente student door loting buiten de boot valt. Dat is “individueel” gedacht.’

Niet iedereen is enthousiast over deze verandering. ‘Ik maak me grote zorgen om die hang naar selectie’, zegt D66-Kamerlid Paul van Meenen. Hij vindt dat selectieprocedures niet transparant zijn, waardoor een student niet kan bepalen of de afwijzing terecht was. Ook de Wageningse Student Council betwijfelt of eerlijke selectie mogelijk is. ‘Wetenschappelijk hebben we nog geen goede manier gevonden om te testen’, zegt Marieke Kil van studentenfractie VeSte. De voorspellende waarde van eindexamencijfers blijkt beperkt. En het is maar de vraag of motivatietesten echt betrouwbaar zijn.

Als je selecteert op basis van gesprekjes, loop je het risico van culturele selectie

Copycat-effect

Ook aan de poort van masteropleidingen ontstaan steeds ruimere mogelijkheden om niet iedereen toe te laten. In 2014 werd zelfs de ‘doorstroommaster’ afgeschaft: bachelordiploma’s geven niet langer automatisch toegang tot de aansluitende masteropleiding. De stap moet studenten motiveren hun masterkeuze nadrukkelijk te overdenken. Studentenorganisaties vinden dit maar niks. Afgelopen januari stuurden studentenfracties uit heel Nederland een brandbrief naar minister Bussemaker. Ook de Wageningse Student Council tekende. De raadj ziet de maatregel als een bedreiging voor de toegankelijkheid van het hoger onderwijs. Vooral omdat in Nederland de combinatie van bachelor en master de standaard blijft en slechts een gering aantal studenten na de bachelor de arbeidsmarkt op gaat.

De studentenorganisaties zijn hierbij bang voor het copycat-effect. Zodra één universiteit ermee begint, zouden andere volgen. ‘Universiteiten zijn namelijk bang om, cru gezegd, het afvoerputje te worden’, zegt Kil. Wageningen heeft hierbij volgens Kil een bijzondere positie. Aangezien veel Wageningse studies uniek zijn, is er geen concurrentie. Dat schept echter ook een unieke plicht om te streven naar toegankelijkheid, zeker voor de eigen bachelorstudenten.

Vooralsnog heeft Wageningen University geen concrete plannen voor strengere selectie aan de poort bij masters. Voorlopig wordt alleen nog bij buitenlandse studenten en zijinstromers gekeken of iemand een relevante vooropleiding heeft en het Engels voldoende beheerst. De ‘eigen’ studenten stromen ongehinderd door, al wordt de landelijke discussie vanuit onderwijsinstituut OWI met belangstelling gevolgd.

Achtergesteld

Ondertussen klinken ook al de eerste waarschuwingen. Selectie blijkt namelijk geen neutraal middel. Vooral allochtone en mannelijke studenten deinzen terug voor selectieve opleidingen, constateerde de Onderwijsinspectie eind vorig jaar. Tweede Kamerlid Van Meenen (D66) breekt daarom een lans voor het aloude loten. ‘Ik zie de wrange kanten van loten wel, maar wat je er ook van kunt zeggen: het is volstrekt fair, zonder aanzien des persoons.’ Hij heeft er zelfs een slagzin voor bedacht: ‘Niet kloten, maar loten.’ Veel steun krijgt Van Meenen nog niet in de Kamer, maar de Onderwijsinspectie en het ministerie van Onderwijs doen wel onderzoek naar eventuele ongewenste effecten van selectie.

Onderwijskundige Slaman verwacht dat in de samenleving steeds nieuwe groepen jongeren in een achtergestelde positie zullen belanden. ‘Denk maar aan allochtonen. Als je selecteert op basis van gesprekjes en persoonlijke ontmoetingen, loop je altijd het risico van culturele selectie.’

Met de briljante gymnasiaste Meike Vernooy kwam alles overigens goed. In 1999 werd ze via een regeling voor ‘schrijnende gevallen’ toch toegelaten tot de geneeskundestudie. Tegenwoordig werkt ze als neuroradioloog in het Erasmus Medisch Centrum.


Studeren: voorrecht van de hogere stand

Lange tijd was het in Nederland onnodig studenten te selecteren. Tot de jaren zestig was de instroom beperkt. ‘Nederland was een standenmaatschappij en een universitaire opleiding werd gezien als het sluitstuk van een opvoeding tot lid van de hogere standen’, zegt onderwijshistoricus Pieter Slaman. ‘In de negentiende eeuw leerde je in je studietijd bijvoorbeeld ook paardrijden.’ Kinderen van arbeiders kwamen niet, want voor hen was de universiteit te duur.

Door de democratisering van het hoger onderwijs nam het aantal studenten in de jaren zestig en zeventig snel toe. In 1974 werd bij geneeskunde loting ingevoerd om de massale toestroom in goede banen te leiden. Om ‘laatbloeiers’ niet te hinderen, werden cijfers daarbij niet meegewogen. Pas vanaf de jaren negentig mochten opleidingen langzamerhand gaan selecteren op cijfers, talent en motivatie.


Re:ageer