Student - 1 april 2010

Scrubhanden en altijd honger

Niet snacken, maximaal twee biertjes per week en altijd voor twaalven naar bed. Maar ook Amsterdam ontdekken vanaf het water en goede vrienden maken. Het leven van een eerstejaarsroeier.

De eerstejaars dames acht van Argo in actie op de Rijn. In het midden elise Bressers.
'Handen aan. Tillen gelijk. Nu!' Keuvelend lopen vijf meiden met een lang stuk boot boven hun hoofd het botenhuis uit. Ze maken in het middagzonnetje een acht klaar om het water op te gaan, met rode handen door de koude wind. Na de rustdag gisteren, zijn de roeisters een beetje hyper, gewend als ze zijn aan iedere dag trainen: twee keer per week in de zaal oefeningen doen voor conditie en kracht, en verder op het water of de ergometer, mede afhankelijk van het weer.
Acht boterhammen
Elise Bressers gooit een bananenschil in de bosjes. De meiden hebben altijd honger, en afvallen mag niet. Elise eet al gauw acht boterhammen per dag. Naar college gaan fruit en eierkoeken mee - favoriet zijn die van 't Stoepje - en tussen de middag bakt de eerstejaars Plantenwetenschappen nog wel eens een eitje. Rond half negen wordt in haar huis samen gegeten, als iedereen terug is van trainen. 'Bij toeval woon ik in een Argohuis.' Dan afwassen, nog even op de bank hangen met thee en tv, en tegen elven lonkt het bed. 'Dan ben ik ook best moe.'
De kennismakingtijd was leuk, vertelt Elise, maar ze ging om tijdens haar eerste wedstrijd, afgelopen najaar op de Amsterdamse Bosbaan. 'Al die andere boten en verenigingen, de strijd die ik daar voelde.' En zo werd ze wedstrijdroeier. Sinds januari is uitgaan er voor haar daarom niet meer bij. Dat ze op vrijdagochtend met haar frisse hoofd op college zit waar de helft van de studenten mist, daar kan ze wel om lachen. 'Je doet dit toch met z'n allen', zegt ze, en blikt blij naar de meiden om haar heen. Op een wedstrijdweekend sliepen ze laatst met z'n twaalven in een Amsterdams studentenhuis. 'We kunnen ook met gemak met z'n twaalven onder twee douches.' Volgens een van de trainers is er in deze groep ook niks geen gekonkel. 'Je hebt als wedstrijdroeier gewoon een ander sociaal leven. En door het vele samen trainen, leer je elkaar goed kennen.'
Elise vindt het alleen wel eens rot dat ze thuis in Best regelmatig verstek moet laten gaan. Ook haar vriend in Best vindt dat best moeilijk. Veel teamgenoten hebben naar huis gaan al opgegeven. Met drie uur reistijd heb je gewoon te weinig tijd tussen de trainingen van zaterdagochtend en zondagmiddag. Tot juli staat Elises agenda vol trainingen, met een enkele vrije dag. 'Je moet leren plannen', zegt ze schouderophalend.
Bloesjes
Het is gezellig druk op Argo, overal lopen studenten in strakke groen-wit-zwarte pakjes. Uit het ergometerhok stampt rockmuziek. In de dampende kleedkamer plakt Elise tape op haar beblaarde vingers, zittend tussen hoopjes kleren. Scrubhanden hebben ze allemaal, eeltig met harde blaarresten. Hun spieren zijn gaan bollen van het harde werken. Enkele bloesjes heeft Elise al aan de kant moeten leggen, maar haar buik is nog steeds mooi plat. 'Er zijn studenten die in hun eerste jaar tien kilo aankomen van al het bier. Dat leek me sowieso niks.' In het botenhuis luistert ze naar haar coaches die vertellen over de training, licht rillend omdat ze haar jack is vergeten. Dan dragen ze de boot naar de zilverglinsterende Rijn. Ze roeit zich zo wel warm.

Re:ageer