Student - 27 maart 2008

Schotwonden en verbrande gordijnen

Tom Ras behoort tot de eerste lichting die bij Van Hall Larenstein in Leeuwarden Forensic Sciences studeert. Op verzoek van de Politie IJsselland stroomlijnt hij tijdens zijn stage het chemische lab in Zwolle naar de eisen van de arbodienst. Als hij even de kans krijgt glipt hij er tussenuit voor het echte recherchewerk.

nieuws_2007.jpg
‘Mijn feitelijke stageopdracht is een kantoorklus, waarvoor ik af en toe op gegevens zit te wachten. Nou kan ik moeilijk stilzitten en ik werk graag met mijn handen, dus ik ben op het lab gaan rondneuzen of ik niet wat meer kon doen. Zo kwam ik in contact met een technisch rechercheur. Het klikt tussen ons en hij neemt me af en toe mee op onderzoek.
Laatst kon ik mee naar een uitgebrande woning. Het vermoeden bestond dat de brand was aangestoken. We gaan er dan heen in een bestelbus waar een compleet minilab in zit. Voordat je naar binnen gaat trek je een oranje overall aan; de witte pakken die je van televisie kent gebruiken ze bij biologisch onderzoek. De procedure is eerst rondkijken om voor jezelf een reconstructie te maken en pas daarna aan elkaar je bevindingen vertellen. Het viel mij op dat de roetsporen bij een gordijn halverwege begonnen, het onderste deel van de stof had niet gebrand. Dat was raar. Uiteindelijk bleek er ook nog eens sprake van een tweede brandhaard bij het tafelkleed, maar die had ik niet opgemerkt. Dat soort details leer je denk ik vooral in de praktijk.
Ik heb ook de schotwonden onderzocht van iemand die zelfmoord wilde plegen. Ga maar mee naar het ziekenhuis, zei mijn begeleider, als je het moeilijk krijgt dan blijf je gewoon bij de spullen. Ik was wel benieuwd hoe ik zou reageren, maar het viel mee. Je wisselt ten slotte niets persoonlijks uit met het slachtoffer en bent vooral zakelijk bezig met sporenonderzoek. Kruitresten op de handen en de kleding, foto’s van de wonden. Ik hoefde geen knop om te zetten. De politie moedigt je wel aan om er na die tijd over te praten met mensen uit je omgeving. Je moet dan natuurlijk wel weer oppassen wat je zegt, geen namen noemen of details prijsgeven.
Zo’n rechercheonderzoek kost misschien een paar uur, dus ik hou voldoende tijd over voor mijn eigenlijke opdracht om de chemische huishouding op orde brengen. Daar mankeerde het nodige aan. Chemicaliën stonden verkeerd ingedeeld, registratie was niet aanwezig en veiligheidsvoorschriften ontbraken. Ook de afvalstroom moest worden georganiseerd. Het Nederlands Forensisch Instituut in Rijswijk kan de onderzoeksvragen van de politie niet bijbenen en dat betekent dat de negentien korpsen meer zaken zelf moeten afhandelen in de eigen labs. Vanwege de werkdruk komen de technische rechercheurs er zelf niet toe en het zit ook niet in de cultuur, heb ik gemerkt. Je denkt toch niet dat politiemensen mappen met veiligheidsvoorschriften gaan doorbladeren, kreeg ik te horen. Maar nu ze er zijn vinden ze het toch wel handig om te weten dat je bij gebruik van sommige middelen beter onder de afzuiging kan gaan staan.’

Re:ageer