Wetenschap - 1 januari 1970

Schoonmakers en huisvrouwen vergeten in astmastudies

Schoonmakers en huisvrouwen vergeten in astmastudies

Schoonmakers en huisvrouwen vergeten in astmastudies


Van agrariërs was al langer bekend dat ze een verhoogde kans op astma hebben, zegt onderzoeker dr. Hans Kromhout van Gezondheidsleer. Die risico's hangen samen met schimmels, toxines en bacteriën, die op en rond de agrarische bedrijfsvoering in grote hoeveelheden vrijkomen. Uit het onderzoek bleek echter dat de beroepsgroep van schoonmakers en huismannen en -vrouwen als geheel nog meer risico's liep dan agrariërs. Grote boosdoeners zijn waarschijnlijk de ontsmettende middelen die in huishoudens en de schoonmaakbranche steeds vaker worden ingezet. We hebben een witte vlek in kaart gebracht, meent Kromhout

De onderzoeker spreekt van een trend. Mensen komen in hun werk steeds vaker in aanraking met stoffen die schadelijk zouden kunnen zijn. Ontsmettingsmiddelen bijvoorbeeld, die worden ingezet om besmetting met varkenspest of legionella te voorkomen, en die ook in de voedingsmiddelenindustrie steeds vaker worden gebruikt. Volgens Kromhout is er in deze en andere gevallen een conflict tussen milieu en volksgezondheid enerzijds, en de gezondheid van de werknemer anderzijds. Hij vindt dat bij het samenstellen van protocollen, bedrijfsvoorschriften en gebruiksaanwijzingen de menselijke factor meer aandacht zou moeten krijgen

Het in The Lancet gepubliceerde onderzoek maakt deel uit van een groter project, waarvoor gegevens uit 23 steden uit verschillende geïndustrialiseerde landen werden verzameld. Internationaal heeft de leerstoelgroep met het onderzoek hoge ogen gegooid. Geïnteresseerden in vervolgonderzoek hebben zich inmiddels gemeld. W.K

Unifarm bv

In mei dit jaar werd ik hier benaderd met de vraag of ik enige ideeën had omtrent het bezichtigen van proeffaciliteiten voor planten (kassen, fytotrons, et cetera) in Nederland. Een beheerder van een soortgelijke faciliteit van een vakgroep hier aan de universiteit van Tasmanië is daar namelijk erg in geïnteresseerd, omdat er nieuwe kassen en fytotrons gebouwd gaan worden. Hij is deze zomer in Amsterdam op familiebezoek en is blij met mijn suggestie om zeker een dag(deel) Wageningen te plannen. Net name Unifarm lijkt de aangewezen plek om een goed idee te krijgen van de nieuwste techniek op dit gebied

Met toch een redelijk aantal jaren Wageningen-ervaring benader je dus je vriendjes (netwerken heet dat tegenwoordig), maar wat ik stilletjes niet had gehoopt, gebeurde! Mijn verzoek kwam terecht bij de secretaresse van Unifarm. En om een lang verhaal kort te maken: er kon wel iets geregeld worden, maar er moest geld meegebracht worden! Letterlijk: een kleine vergoeding [...] fl. 100,-. De goede man was niet op dienstreis, maar wilde gewoon het nuttige met het aangename verenigen. Het kon dus niet meer voor die uitstekende fles (Tasmaanse) wijn die natuurlijk mee ging

Hij had eerder dit jaar diverse universiteiten en instituten bezocht hier op het mainland en werd overal gastvrij en uitgebreid rondgeleid. En zo hoort het ook, denk ik. Vandaag word ik ergens rondgeleid en morgen doe ik hetzelfde terug. En daarbij leren we van elkaar, wisselen we informatie uit en is er wederzijds voordeel. Het einde is zoek als wij elkaar rekeningen gaan sturen

Ik kreeg het hem maar niet uitgelegd dat hij zou moeten betalen en ik heb die secretaresse maar niet meer teruggemaild wanneer hij precies langs zou komen. Ik hoop dat hij bij mijn andere adressen een leerzame tijd heeft gehad en dat die honderd gulden gewoon is opgegaan op een terras. Oh ja, u bent van harte welkom om een en ander hier te bezichtigen. Zendt mij een email (huub.kerckhoffsutas.edu.au). Dit doen wij hier nog gewoon gratis in de baas z'n tijd. En de lunch (met een prachtig uitzicht over strand en zee) is voor ons!


(Hobart, Tasmanië)

Bordje

Voor een tijdschrift naar bibliotheek De Haaff leek eenvoudig. Agralin gaf een adres met keurig kaartje. Eenmaal aan de Droevendaalsesteeg bleek het niet zo eenvoudig. Vanaf het fietspad waren de huisnummers niet te lezen en op de witte bordjes langs de autoweg stonden alleen DLO-instituten vermeld. Na wat heen en weer fietsen probeerde ik het enige universiteitsgebouw aan de Droevendaalsesteeg: het museum. En jawel, ik moest een DLO-gebouw hebben. Navraag bij de portier en de balie leerde dat destijds een duidelijk bordje aan de weg was aangevraagd maar geweigerd (door wie kon men mij niet vertellen, die persoon had ik graag gesproken!) en dat men zich behelpt met een bordje voor een raam. Inderdaad was er een wat verweerd kartonnetje te zien halverwege het gebouw. Is dat nu de professionele klantvriendelijke aanpak van Wageningen UR? Een duidelijk bordje aan de weg en ik had niet van het kastje naar de muur hoeven fietsen


Natuurbeheer in de tropen en ecologie van vertebraten, Wageningen Universiteit

Docenten achter glas

Begin van 1999 werd het de studenten Bos- en natuurbeheer duidelijk dat hun fantastische gebouw Hinkeloord zeker ingeruild zou worden. Na enkele jaren van onzekerheid werd eindelijk bekend waarheen de verhuizing plaats zou vinden: het IBN-gebouw aan de Droevendaalsesteeg

Hinkeloord is het hoofdgebouw voor de studie Bos- en natuurbeheer en de sectie Bosbouw, bestaande uit drie leerstoelen. De afgelopen jaren is het aantal studenten Bos- en natuurbeheer enorm toegenomen; alleen de studie Biologie is nog groter. Bij een verhuizing komt een hoop kijken, zeker als het gaat om een van grootste studierichtingen en drie leerstoelen. Een coördinerende commissie was dan ook al snel ingesteld. Een student zat hier niet in, want daar hoef je toch geen constructieve bijdrage van te verwachten. Maar ook voor de meningsvorming van de commissie is geen vertegenwoordigende student of docent geraadpleegd

De rigro (richtingsgroep) Bosbouw heeft aan de bel getrokken (helaas niet die in het hoofdgebouw, maar dat kan nog komen), toen zij toevallig van het plan hoorde. Bosbouw-studenten meldden tijdens de rigrovergadering dat zij een deel van een verhuisplan hadden gezien. Zij vonden een aantal absoluut onacceptabele punten, die makkelijk te ondervangen waren geweest als studenten en docenten vanaf het begin betrokken waren geweest

Inmiddels is er, na veel moeite, contact geweest tussen de studenten en de verhuiscommissie. Zelfs na overleg blijven er zaken onduidelijk of onwerkbaar. Het veel te dure gebouw blijkt helaas veel te klein. Als het lukt alle docenten erin te proppen, blijft het nog de vraag of er een collegezaal komt, want de ruimte is op. De studievereniging WSBV en de internationale studievereniging IFSOW kregen in eerste instantie geen eigen ruimte. Als Wageningen Universiteit haar studenten serieus neemt, dan is dit een lachertje

Ook de richtingsonderwijscommissie en de rigro van Bosbouw hoeven niet te rekenen op een vergaderplek. En als ze een plekje vinden om te vergaderen, moeten ze om 20.00 uur naar huis, want dan gaat op het topinstituut het alarm aan! Gezien het studiegedrag van de huidige studenten is dat belachelijk. Dit betekent al ras het einde voor studenten die actief zijn binnen hun studie. Overdag een commissievergadering? Vette pech!

Maar niet alleen reguliere studenten lijden eronder. Zolang de scheiding tussen de MSc'ers en regulieren nog bestaat, moeten we een tip geven: de meeste MSc'ers stoppen niet om 20.00 uur! Een ander punt is dat de sluizen in het DLO-gebouw hun inhoud alleen prijsgeven met behulp van een plastic pasje. Achter de sluizen bevinden zich onder andere docenten, de kantine en twee computerruimtes met elk tien computers (voor driehonderd studenten). Een pasje is dus onmisbaar. Maar wie krijgt de pasjes? Als afstudeervakker heb je een pasje nodig en dat is waarschijnlijk geen probleem, maar wat wordt de doorgankelijkheid van de sluizen voor andere studenten? Kun je nog wel langs een docent gaan om een vraag te stellen, of moet je een afspraak maken met de mensen achter glas? Wanneer stelt het college van bestuur een dienstentarief in? Het jaar 2000..

Een dik half jaar later is er wat op en neer gekletst, maar er bestaan nog steeds grote onduidelijkheden. Er zijn echter meer problemen. We maken ons zorgen om de gehanteerde DLO-aanpak van participatie. Als de rigro van Bosbouw geen actie ondernomen had, was er over de studenten en docenten heen gefietst met misschien wat prutsexcuses. Het is niet ondenkbaar dat in de nabije toekomst meer soortgelijke situaties ontstaan en daarom hopen we dat deze aanpak geen precedentwerking heeft. De universiteit draait volgens ons nog steeds om studenten en we houden er niet van niet serieus genomen te worden


voorzitter WSO


rigro Bos- en natuurbeheer

De universitaire statussymbolen

Binnen elke organisatie zijn ze terug te vinden: de statussymbolen. We kennen deze symbolen in vele varianten. In de Sovjet-Unie ging het om de plaats op het balkon van het Kremlin tijdens de 1 mei-parade. Bij de oliemaatschappij heb je het gemaakt als je een fraaie kantoorkamer bezit met houten betimmering. Dan hoor je bij de top, bij de heren-in-het-hout. De gloeilampenfabriek heeft de parkeerplaats met eigen nummerplaat. Hoe dichter je parkeerplaats bij de hoofdingang zit, des te belangrijker ben je

Maar nergens zijn de statussymbolen zo subtiel en kinderachtig als bij een organisatie waar het personeel wordt onderbetaald, zoals een Nederlandse universiteit. Het gaat al helemaal niet meer om symbolen uit een vervlogen verleden als toga en baret. Het gaat bij de universiteit ook niet om publicaties en goed onderwijs. Daar bereik je binnen het huidige bestel niets mee. Een goede onderzoeker die veel publiceert in boek, tijdschrift of krant wordt door de collegae afgedaan als een leeghoofd, een veelschrijver die veel te vertellen, maar weinig te zeggen heeft. Een uitmuntende onderwijzer is een schoolmeester die het in het middelbaar onderwijs niet slecht zou doen, maar die eigenlijk niet op de academie thuishoort

En de boven-ons-gestelden ondersteunen deze roddel en achterklap. Want hoogleraar wordt je pas als je eens in de drie jaar een onbegrijpelijke artikel schrijft in een gerefereerd blad met veertig lezers of misschien wel als je helemaal niets hebt geschreven, maar de benoemingscommissie kan overbluffen door je voornemens kenbaar te maken. Een uitstekende onderwijzer is nog nooit wat geworden. Voor hem of haar wacht slechts de zoete beloning van het studiecoördinatorschap

Daarom gaat het op de universiteit om kinderachtige zaken. Het gaat over de snelheid van de computer en de prijs van de laptop, over de grootte van de kamer, over het kleedje op de vloer, over de ets aan de wand, over het thuiswerken, over de zithoek, over het koffiezetapparaat en over de secretaresse die bij hoog bezoek bereid is om koffie te brengen of om de bereidheid, bij kortstondige afwezigheid, de doorverbonden telefoon op te nemen. Langdurige vetes worden over gordijnen en vitrages uitgevochten. Beheerders en personeelszaken kunnen er hun dagen mee vullen

Maar het hoogste statussymbool aan de universiteit is de buitenlandse reis naar pakweg Lima of Seoul. De universitaire leuze van vandaag is niet wie schrijft die blijft, maar wie reist die blijft. En als je dan vraagt hoe was het, dan luidt het antwoord ver, heet of druk, want verantwoording afleggen aan de achterban is er niet meer bij. Dat hoeft ook niet, want de gebundelde congrespapers zullen over drie jaar in druk verschijnen en dan kan iedereen in de bibliotheek nalezen dat de reis voor universiteit, departement en leerstoelgroep van eminent wetenschappelijk belang is geweest. In de proceedings van de slotzitting valt namelijk te lezen dat onze universitaire vertegenwoordiger in het verre Lima of Seoul heeft verklaard dat there must be more peace in the world en de motie heeft ondersteund dat de overheid meer geld voor onderzoek beschikbaar moet stellen. Ik moet daar dan zeer blij om zijn, om met ets aan de wand en vaste vloerbedekking op de grond te midden van zulke wetenschappelijke kanjers te mogen vertoeven


Wageningen UR zit op digitale goudmijn

Bibliothecaris Schippers: Elektronisch publiceren biedt mogelijkheden waar Wageningen te weinig mee doet


De UB van Wageningen UR is net als andere universiteitsbibliotheken nauwelijks te vergelijken met het instituut dat alleen boeken en tijdschriften verzamelt, catalogiseert, administreert en uitleent. De internetsites die de UB nu onderhoudt, kunnen zelfs uitgroeien tot digitale portalen, die wetenschappelijk Wageningen voor binnen- en buitenland ontsluiten en exploiteren

De ontsluiting van Wageningse wetenschappelijke informatie is nu al big business, gezien de bezoekersaantallen die Schippers noemt. De internetsite van Agralin (www.bib.wau.nl), waarin alle bibliografische bronnen van de UB zijn ondergebracht, krijgt per dag ongeveer 16.500 hits van bijna vierduizend bezoekers. Green City Wageningen (www.gcw.nl), een door de UB onderhouden verzamelsite met veel elektronische versies van wetenschappelijke tijdschriften van Elsevier, Blackwell en Sage, de bomendatabase Dryade en Wageningse digitale wetenschappelijke tijdschriften, ontvangt dagelijks zo'n 1100 hits van 160 bezoekers. Van die bezoekers komt bijna de helft uit het buitenland

Wapen

Met die honderdduizenden digitale bezoekers die de UB elk jaar trekt, is het niet verwonderlijk dat voor Schippers de toekomst van de UB ligt in digitale, elektronische technieken. Het is een roep die al langer klinkt in de wereld van universiteitsbibliotheken, want die kampen met krimpende of stagnerende budgetten, terwijl de gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften hun prijzen elk jaar met meer dan tien procent verhogen. Elektronische ontsluiting van de eigen universitaire kennis zou een wapen kunnen zijn om commerciële uitgevers als Elsevier, Blackwell en Sage op eigen terrein te beconcurreren. Het blijft namelijk een raar verhaal dat wetenschappers onder werktijd artikelen schrijven en andermans artikelen beoordelen voor tijdschriften die vooral winst genereren voor de aandeelhouders van commerciële uitgevers

Schippers ziet weinig in een directe concurrentie met de uitgevers van bladen als Science en Nature, want de wetenschap is nu eenmaal zo ingericht dat een publicatie in zulke gerefereerde tijdschriften de wetenschappelijke reputatie van de auteur omhoog stuwt. Het is een cultuur, en een cultuuromslag krijg je niet in een of twee jaar gedaan.

Bibliotheekprincipes

Schippers ziet meer mogelijkheden in de publicaties buiten deze kanalen om. Volgens hem stonden binnen Wageningen Universiteit in 1997 slechts 1370 van de in totaal 3977 publicaties in een gerefereerd tijdschrift. Binnen heel Wageningen UR werden in 1997 naar schatting tussen de acht- en negenduizend publicaties geschreven voor andere kanalen dan wetenschappelijke tijdschriften, zoals wetenschappelijke rapporten en artikelen voor minder gerenommeerde bladen, vakbladen, kranten en tijdschriften

Al die publicaties van medewerkers van Wageningen Universiteit, DLO en het praktijkonderzoek vormen een schat aan wetenschappelijke kennis, die er volgens Schippers op ligt te wachten om via internet en andere elektronische technologieën te worden ontsloten en geëxploiteerd. Dat kan de UB goed. Dat is waar we sterk in zijn: goede toegang leveren om bezoekers snel aan de juiste gegevens te helpen. De bibliotheekprincipes veranderen niet: verwerven, ontsluiten, bewaren. Alleen de techniek is anders.

De stapels rapporten die instituten als het Landbouw-Economisch Instituut, het Staring Centrum, het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek en het praktijkonderzoek elk jaar produceren, kunnen via elektronische weg ook veel winstgevender worden geëxploiteerd, stelt Schippers. Wat het kost om ze te maken, ze in voorraad te houden en ze per stuk uit te leveren, dat kan allemaal goedkoper. Bovendien kun je via de elektronische weg ook het grote aantal buitenlandse geïnteresseerden bedienen. Wageningen profileert zich immers als internationaal opererende organisatie

Elektronisch publiceren biedt mogelijkheden waar Wageningen UR te weinig mee doet, aldus Schippers. Probleem is dat het beleid van de universiteit nog steeds is gericht op het afleveren van zo veel mogelijk publicaties in de gerenommeerde, gerefereerde wetenschappelijke tijdschriften. Bovendien willen de instituten graag hun eigen publicaties ontsluiten, omdat ze vrezen voor het verlies van hun eigen identiteit

Onwil

Volgens Schippers wordt het echter tijd dat Wageningen UR zich klantgericht gaat opstellen. Als voorbeeld noemt hij de presentatie van Wageningen UR op het internet. Ieder instituut heeft zijn eigen deurtje, de presentatie is van wisselende kwaliteit en lang niet alle sites zijn actueel en up-to-date. Wageningen UR presenteert zich via een organisatorische indeling, maar de bezoeker wil inhoudelijke informatie. Hij wil weten wat er binnen Wageningen UR te koop is, los van de vlaggetjes van het departement of het instituut.

Dat zijn ideeën niet postvatten in de bestuurlijke regionen van Wageningen UR, ligt volgens Schippers aan onwil, onbekendheid met cijfers en simpelweg gebrek aan tijd. Wij doen het er nu ook allemaal naast. Zet voor twee jaar een organisatie aan het werk die het digitaal ontsluiten en exploiteren van wetenschappelijke informatie als core business ziet. Je zult zien dat internet een perfect medium is om een van de primaire producten van Wageningen UR - de wetenschappelijke productie - relatief eenvoudig en goedkoop te ontsluiten.


Foto Guy Ackermans

Re:ageer