Wetenschap - 30 maart 1995

Scholieren, ondernemers en burgers schrijven LUW

Scholieren, ondernemers en burgers schrijven LUW

Dagelijks krijgt de afdeling Voorlichting telefoontjes en brieven met verzoeken om informatie en hulp. Niet alleen de betrokken burger of de door scriptieperikelen gekwelde scholier weet de universiteit te vinden. Ook de PTT heeft er geen problemen mee getuige de soms merkwaardige adresseringen. Voorlichter Van Maanen tracht de stroom vragen publieksvriendelijk in te dammen, maar zoekt altijd naar een bevredigende oplossing. Maar wat moet je met een vraag naar informatie over de markt voor Mexicaanse ingevroren vruchten?


De briefschrijver is er echt voor gaan zitten. Dat blijkt uit de keurige indeling van de brief, het verzorgde handschrift, de uitputtende toelichting en de gedetailleerde vragen. Sinds zijn pensionering trekt hij er met de fiets op uit. Waarom toch begint zomaar ergens in het bos een kaarsrechte rij oude eiken om na een paar honderd meter abrupt te eindigen? Wat zijn die ronde kraterachtige structuren op heidevelden? Hij wil weten en waar kan hij beter terecht dan bij de Landbouwhogeschool?

Een mevrouw doctorandus uit Amersfoort heeft last van speldPRIK-kleine zwarte bolletjes die als wormpjes in haar huid kruipen. Jeuk, bulten en vlekken zijn het gevolg. De bolletjes hebben een voorkeur voor vrouwen - een kwestie van zoet of zuur bloed of hormonen - en de drs bevrijdt zich ervan door in Unicura te baden. Ze heeft de Esdoorn, waarin de diertjes huizen, zonder resultaat, behandeld met Javaanse jongens, maar de buren zien de ernst van de zaak niet in. Of de Koninklijke Landbouwhogeschool, de afdeling planteluis met steekhoudende argumenten kan komen?

't Is denk ik typisch iets van deze universiteit", zegt wetenschapsvoorlichter en bioloog drs G. van Maanen. Dagelijks krijgt hij telefoontjes en brieven over planteziekten, rare beesten, landbouwproblemen, broeikaseffect etcetera, genoeg om een maandelijks bulletin - De Landbouwuniversiteit weet raad - te beginnen. Bij zijn vorige baan op de Vrije Universiteit was de correspondentie met de burgers minder omvangrijk. Lekker praktisch, dat is een beetje het beeld van de Landbouwuniversiteit, vermoedt hij.

Schoffelen

Die gedachte wordt bevestigd door mw dr M.A. Koelen van de vakgroep Voorlichtingskunde. Burgers hebben bij algemene universiteiten geen duidelijk helder beeld; de Landbouwuniversiteit is een herkenbare universiteit. Het gaat hier over landbouw, milieu..." Gerichte vragen is iets waar elke voorlichter van behoort te dromen, meent Koelen: de informatie komt terecht bij mensen die erop zitten te wachten. Zo verantwoording afleggen behoort tot de maatschappelijke functie van de universiteit. Het zou meer dan alleraardigst zijn als er een structuur is om in te spelen op de talloze vragen uit de samenleving, vindt Koelen.

Daar wij zelf enige kennis van zaken hebben, weten wij niet welke rups dit is". Een ploeg groenbeheerders kwam tijdens het schoffelen het beest tegen. Nauwkeurig beschrijven zij rups, vindplaats en omringende vegetatie. In dit geval zijn het gewoon weetgierige burgers die goed uit hun doppen kijken. Anders ligt dat met een brief van een bollenbedrijf dat uit concurrentieoverwegingen verzoekt om vertrouwelijke afhandeling. Het bedrijf kocht 50 hectare zandgrond in Polen en wil daar eens in de zes jaar lelies zetten. Welke gewassen komen voor een rotatieplan in aanmerking? Arbeidsintensieve teelt is geen bezwaar, want de arbeidskosten in Polen zijn laag. Deze vraag hoort natuurlijk gewoon thuis bij een voorlichtingsdienst, maar de investeerder wil voor een dubbeltje op de eerste rang.

Informatie kost geld, steeds meer geld. Een adviesje over de ziekte van de favoriete, misschien wel geerfde, begonia - die vraag komt voor - kost bij de Planteziektenkundige dienst al gauw honderd gulden. En dat voor een plant die niet meer dan drie knaken waard is. Dus probeert men de universiteit... hoewel, men probeert Wageningen. Dat hier, DLO inbegrepen, meer dan vijfduizend werknemers zich wijden aan landbouw, natuur, milieu en gezondheid ontgaat de gemiddelde Nederlander. Wageningen is een begrip en wordt geassocieerd met kleinschalig en praktisch.

Pruimenboomen

't Zal elke student en elk personeelslid regelmatig overkomen: Jij zit toch in Wageningen. Kijk eens naar mijn appelboom. Aan zo'n appelboom heeft Van Maanen een ontroerende herinnering: een dame van in de negentig stuurde drie bruine, onooglijke verschrompelde appeltjes. Ze had de boom al haar hele leven, maar de laatste jaren ging het steeds mis. Graag wilde ze, voordat ze het tijdelijke met het eeuwige verwisselde, haar boom nog eenmaal vol enthousiasme vrucht zien dragen.... Met deze Freudiaanse vraag zat de voorlichter in zijn maag. Ik vond het ontroerend." Snuffelend in adressenboekjes en -bestanden vond hij een fruitvoorlichter woonachtig in het dorpje van de oude dame. Of die eens langs wilde gaan? Uit de brief, keurig gearchiveerd, blijkt overigens later dat het om een peerenboom en enkele pruimenboomen ging.

Overschatting van eigen kunnen en kunde blijkt ook nogal eens uit de brieven. Een briefschrijver, met een keurig basisschools handschrift, wil alles weten van de Jojoba. Dit, oliehoudend gewas staat wereldwijd in de aandacht en niet alleen als verrijker van overbodige shampoos: De Landbouwuniversiteit kan, nadat ik weet van waar en hoe ik aan deze struik kan komen, helpen bij het onderzoeken van de olie die in deze zaden zit. (...) Als het maar niet in de la of kast verdwijnt en er nooit meer wat van hoor."

Amalgaanvullingen

De brieven komen niet alleen uit Nederland, getuige de vraag van dr C.A. Hachem uit Victoria. As my father was a potato dealer (..) and my brothers in Lebanon want to follow their fathers career, wil de briefschrijver informatie over aardappelzaden, prijzen en transport. Looking forward...Yours sincerely...

Bij dergelijke brieven gebruikt Van Maanen het elektronisch netwerk. Ik geef bijvoorbeeld Agralin een zoekopdracht naar literatuur en draai alle hits uit", die vervolgens met een standaardbriefje de deur uitgaan. Veel hadden de vragenstellers ook zelf kunnen opzoeken in hun eigen Openbare bibliotheek, meent de voorlichter die zelf regelmatig algemene standaardwerkjes raadpleegt, bijvoorbeeld over de maximale temperatuur in een composthoop.

Scholieren die een scriptie moeten maken, bewandelen ook vaak de gemakkelijkste weg. Zo wil een elfjarige alles weten over het broeikaseffect, een drie VWO'er blijkt geinteresseerd in baggergaten en een projectgroep doet iets aan de toekomst van de Nederlandse landbouw. Het is het type vraag waarmee voorlichting in zijn maag zit. Enerzijds is het geweldig profilerend dat uit alle mogelijk uithoeken van Nederland vol vertrouwen gedetailleerde vragen op de universiteit worden afgevuurd, anderzijds is de afdeling nauwelijks geequipeerd ze te beantwoorden. Verwijzing naar de wetenschapslijn van de stichting Publiek, wetenschap en techniek (PWT), of Natuur en milieu ligt dan voor de hand, ook al verwijst de rector soms brieven door naar Van Maanen onder vermelding van Afhandelen.

Sinds vijf jaar bestaat in Utrecht die zogenaamde Wetenschapslijn. Een centraal meldpunt, verzamelpunt, voor vragen over wetenschap en techniek. Een vaste medewerker en vier dienstweigeraars behandelen jaarlijks zesduizend vragen. We krijgen over van alles vragen", zegt een medewerker. Soms zie je een link met de publiciteit. Na een programma over amalgaamvullingen loopt het storm en de berichtgeving over gevaren van hoogspanningsleidingen leverde ook veel vragen op." Hij verwijst soms door. Een hoogleraar in Eindhoven wilde dolgraag mensen met vragen over de elektromagnetische velden zelf te woord staan (zulke hoogleraren zijn er in Wageningen ook, weet Van Maanen), PWT fungeert als intermediair. Wetenschappers hebben het al druk genoeg."

Bom duiten

Ook bij PWT is de tweedeling merkbaar: veel scholieren en gepensioneerden. De eerste scriptie-categorie kan worden bediend met heel aardige informatiemappen, ver onder de kostprijs, voor drie gulden per onderwerp. Er zijn er al een stuk of zeventig. Gepensioneerden, die eindelijk weer eens tijd hebben voor hun hobby, zijn lastiger. Zo worstelt de PWT'er momenteel met negen gedetailleerde vragen over de ruimtevaart. En ook hier komen de gemakzuchtigen: Ik had net nog iemand die vroeg waar Soest in Duitsland ligt. Daar begin ik dus niet aan. Tsja, moet ik toch nog naar de stad, zei ie toen."

De Wetenschapslijn lijkt overigens als zelfstandig instituut zijn langste tijd te hebben gehad. De beleidslijn van PWT is dat ze initieert en als een initiatief aansluit moeten anderen het overnemen. Coordinator E. de Groot meldt dat daarom de onderhandelingen met de Bibliofoon in een vergevorderd stadium zijn. De Bibliofoon, vraagbaak van de Openbare bibliotheken, is een wat grotere eenheid, waarbinnen wetenschapsvoorlichting haar plaatsje kan krijgen. 't Is toch een kostbare aangelegenheid", weet De Groot, een vraag beantwoorden kost gemiddeld veertig gulden." Waarom wordt niet samengewerkt met universitaire voorlichtingsdiensten? Die zitten dicht op het vuur en hebben belang bij een positief beeld van wetenschap. De meeste voorlichtingsdiensten van universiteiten zitten niet zo goed in de wetenschap. Bovendien zijn ze meer bezorgd om het binnenslepen van studenten en hun profilering dan om publieksvoorlichting. Althans, die indruk heb ik wel eens."

't Zou dan ook een hele toer worden om die clubs op een lijn te krijgen, maar het maakt het beantwoorden van vragen wel een stuk betaalbaarder: maximaal veertig gulden gedeeld door dertien. Kortom, voor de huidige zesduizend vragen zouden de universiteiten nog geen twintig mille kwijt zijn. Nog geen twaalf zilverlingen voor het verantwoorden van het wetenschappelijk onderzoek. Maar goed, 't zit er niet in. We hebben 't nog wel geprobeerd bij de wetenschapswinkels, maar die hebben ook niet veel geld."

Terug naar de LUW die het beantwoorden er een beetje bij doet. Kan dat niet wat gestructureerder? Het is tenslotte een geweldige PR en nog inhoudelijk ook. Het lijkt Van Maanen leuk, maar hij ziet weinig perspectieven; hij vreest het artikel zelfs een beetje. Straks zeggen ze weer: houden jullie je daar mee bezig...? Agromisa is ook zo begonnen, wist je dat? Doordat studenten vragen van ontwikkelingswerkers gingen beantwoorden... Dat bleek een gat in de markt." Agromisa draait nog steeds - voornamelijk op vrijwilligers en er moet jaarlijks een bom duiten bij - en is een internationaal begrip. Van Maanen twijfelt: Wat roep je over je af?"

Re:ageer