Wetenschap - 13 maart 2012

Schmallenbergvirus: koe besmet, kalf niet

Zeventig procent van de koeien op melkveebedrijven is in contact geweest met het Schmallenbergvirus. Toch worden niet meer dan één of twee misvormde kalfjes op deze bedrijven geboren.

De verspreiding van het Schmallenbergvirus tot dusverre in Europa.
‘Blijkbaar is de placenta toch een barrière zodat het virus niet in de ongeboren vrucht terecht komt. Of er is een hoge dosis nodig', stelt Wim van der Poel van het Centraal Veterinair Instituut (CVI). Vorige week maakte het CVI bekend dat 70 procent van de koeien antistoffen bezit tegen het Schmallenbergvirus. Dat is goed nieuws. ‘Veel dieren zijn in contact geweest met het virus en hebben afweer opgebouwd. De verwachting is daarom dat we komend jaar minder gevallen van misvormde kalveren krijgen. Zorgpunt is wel dat 30 procent van de koeien niet in contact is geweest met het virus. Die hebben geen afweer opgebouwd en lopen wel een risico.'
Het CVI heeft afgelopen maand een test ontwikkeld om dieren te kunnen testen op antistoffen tegen het Schmallenbergvirus. Van der Poel vindt het opvallend dat veel koeien in contact zijn geweest met het virus, maar per bedrijf maar enkele kalfjes besmet zijn geraakt. ‘Er is veel meer infectie bij de koeien dan bij de pas geboren kalveren. Het virus komt blijkbaar niet makkelijk in de foetus terecht, of het veroorzaakt lang niet altijd ziekte.' Bij schapen ligt dat anders, zegt Van der Poel. Bij besmette schapenbedrijven kan de helft van de lammeren afwijkingen hebben.
Het CVI wil nu ook knutten gaan testen op antistoffen tegen het Schmallenbergvirus, om na te gaan of dit insect de verspreider is van het virus. Belgische en Deense onderzoekers hebben het virus inmiddels aangetoond in knutten. Het CVI wacht op financiering om dit ook in Nederland uit te kunnen zoeken.
 

Re:ageer