Wetenschap - 1 januari 1970

Schimmels en bacteriën zijn wonderschoon

Schimmels en bacteriën zijn wonderschoon

Schimmels en bacteriën zijn wonderschoon

De man die altijd zegt studenten te behandelen alsof ze zijn eigen kinderen zijn, neemt op 21 mei afscheid van het laboratorium voor Microbiologie van de Landbouwuniveristeit. Weliswaar met pijn in het hart


Microbioloog dr ir Ad van Egeraat, in 1996 als eerste onderscheiden met de Leermeesterprijs van de Landbouwuniversiteit, had best nog een paar jaar willen blijven. Bezuinigingen, plaats maken en gezondheid zijn factoren die een rol spelen bij zijn besluit

College geven zit hem in het bloed. Hij is voorstander van hoorcolleges, zelfs massale. Boeken en floppy's kunnen jonge mensen niet inspireren, een bevlogen docent die direct vragen kan beantwoorden wel. Dan moeten ze verdorie maar zorgen dat ze topdocenten in huis halen. Niet die halflauwe, verplichte colleges! Het is bovendien goed voor jonge studenten om structuur in hun leven te hebben. Er is niets op tegen om 's morgens om half negen present te zijn bij een hoorcollege.

In zijn bescheiden kamer in het fraaie gebouw van Microbiologie overpeinst hij de 34 jaar die hij aan de LUW doorbracht. Het enthousiasme van de studenten voor zijn colleges - Er zijn er aan het begin van de cyclus net zoveel als aan het eind! - en de vele veranderingen. Nooit een rustpunt, dat was wel jammer. En ook de onderwaardering voor onderwijs die hij steeds constateerde. Onderwijs en onderzoek zijn even belangrijk, verklaart Van Egeraat. Daar verschillen de meningen echter over. Docenten gaan bijvoorbeeld niet naar congressen. No hard feelings, hoor. Maar toch, jammer. De onderzoeker doet in zijn werk ook talloze herhalingen; onderzoek is niet beter dan onderwijs! Ik houd natuurlijk wel voeling met de microben om te zien of de beestjes ook doen wat er van ze gezegd wordt.

College geven is een vorm van theater. Dat blijft studenten bij. Oud-studenten die hij op promoties wel eens terug ziet, kennen nog Van Egeraats one liner: Bacteriën en micro-organismen zijn onze vrienden: nooit meer schoon, maar ook nooit meer alloon! Hij is fel tegen al die desinfecterende sprays die tegenwoordig in de winkel staan. Kinderen bouwen juist hun immuunsysteem op als ze in aanraking komen met micro-organismen en bacteriën. Natuurlijk, een paar zijn in staat ons ziek te maken, maar dan moet je denken in promillen. De veteranenziekte? Heeft altijd bestaan. Dan stierven mensen aan een gekke longontsteking. We hebben zelf met onze douchekoppen, bubbelbaden en airconditioning de plekken gecreëerd waar de beestjes zich lekker voelen.

Micro-organismen bepalen het wereldgebeuren, daar komt het ongeveer op neer. Ze zijn overal, in enorme hoeveelheden. Als je alle bacteriën in een gram ontlasting naast elkaar zou leggen, kreeg je een rij van meer dan meer tien kilometer

Schimmels en bacteriën vies? Kom nou! Wonderschoon zijn ze! Twee jaar geleden haalde hij de internationale pers toen hij samen met de Franse mode-ontwerper Martin Margiela het aspect vergankelijkheid van kleding zichtbaar maakte, door kledingstukken te behandelen met micro-organismen. Van Egeraat experimenteerde eerst met bacteriën en schimmels op kleine lapjes om te zien of en hoe snel die verkleurden. De tentoonstelling in museum Boijmans Van Beuningen trok veel belangstelling. Niet dat hij nou direct zo happig was toen de conservator van het museum hem belde. Het was onbekend terrein voor hem. Maar het succes loonde alle moeite. In een catalogus van Margiela schreef Van Egeraat A brief history of Microbiology, een boeiend artikel met fraaie kleurenfoto's. En achteraf kreeg het muisje een leuk staartje. Martin Margiela richtte een soortgelijke tentoonstelling op een van de locaties van het Museum of Modern Arts in New York. De opening was op 18 mei

Dit weekeinde kwam Van Egeraat terug uit New York, waar hij zijn microbencircusje weer liet optreden. Hij toont schaaltjes met prachtig gekleurde micro-organismen. Roze gist, groenblauwe en poezelige witte schimmels. Ik moet snelgroeiende organismen hebben. In containers hangen kledingstukken die ik impregneer met een medium, lekker eten voor de beestjes. En dan spuit ik de schimmels erop. Je weet nooit precies wat eruit komt; het is elke keer weer anders. Temperatuur en vochtigheidsgraad zijn erg belangrijk. Het moet in een paar dagen gebeuren. Zo zie je wat een gekke kant die microbiologie op kan gaan, he? In juli gaan we waarschijnlijk naar Japan.


Foto Guy Ackermans

De koikarpers zijn natuurlijk de mooiste vissen, maar ik heb geen echte voorkeuren. Gerrie van Eck-van Ingen (51; hier staande bij drie werken van Marte Röling), werkt op het secretariaat van de leerstoelgroep Visteelt en visserij en kijkt af en toe eens bij de vissen. Ze heeft veelzijdig werk, vindt ze. Deze groep is een duiventil; onze mensen reizen veel, want we hebben veel projecten in het buitenland. Ze houdt van het contact met studenten. Als ze net hun studierichting hebben gekozen, zie je ze hier een beetje bleu binnenkomen. Een paar jaar later vertrekken ze zelfverzekerd. De financiën vind ik het vervelendste werk. Bij ons is het beheer van budgetten verdeeld en ik doe kantoorartikelen en representatie. Cijfertjes hebben niet mijn voorkeur.

De kamer is nog kaal; ing. Jan-Wouter van Eck (34), medewerker Licenties op het Centrum voor Plantenveredelings- en Reproduktieonderzoek (CPRO-DLO) is zojuist verhuisd. Zo wil ik het niet laten, nee. Er komen wat posters aan de wand. Voornamelijk van aardbeien en appels; wij regelen de licenties op de appel- en aardbeienrassen die het CPRO heeft ontwikkeld. Iedereen die onze beschermde rassen wil vermeerderen, moet daarvoor een contract afsluiten. Verder houden we de concurrentie in de gaten en kijken we wat de markt wil. De consument wil bijvoorbeeld een lekkere aardbei, de afzetorganisaties willen een houdbare en de overheid wil een milieuvriendelijke vrucht. Al die eisen moet je combineren bij het verder veredelen van rassen.

Re:ageer