Wetenschap - 13 mei 2015

Schilderen met bijen

tekst:
Roelof Kleis

Hoe ziet het landschap eruit als bijen op een kunstbloem met gekleurde pollen foerageren? Als een Van Gogh? Het idee levert onderzoeker David Kleijn een plek op in de finale van de Bio-Art & Design competitie.

Synthetic Pollinizer heet het project dat Kleijn samen met de Australische kunstenaar Michael Candy uit wil voeren. En die Kunstbloem komt er als het duo volgende week vrijdag bij de eerste drie van de BAD-Award eindigt. Dan  ligt er 25.000 euro te wachten om het bestuivingsproject daadwerkelijk uit te voeren. En kan Kleijn ‘schilderen met bijen’, zoals hij het zelf beeldend vertaalt. De BAD-Award is een biokunst-competitie van (onder anderen) de NWO.

Kunstenaars/ontwerpers gaan samen met wetenschappers aan de slag om met levend materiaal een werk te maken dat kunst en wetenschap verenigt. Het koppel Kleijn/Candy gaat bestuiving zowel in kaart als in beeld brengen. Over bestuiving door met name wilde bijen zijn nog steeds veel vragen onbeantwoord. Hoe bijvoorbeeld verplaatsen individuele bijen zich in het landschap en wat is het verzorgingsgebied van een plant?

De Australiër Candy ontwierp daarvoor een high-tech kunstbloem. Bezoekende bijen worden naar een platformpje geleid waar ze nectar (suikerwater) krijgen. Tijdens het eten neemt een minicamera die boven het platform hangt foto’s.  Tegelijkertijd druppelt uit een reservoir een verfpoeder (de ‘pollen’) op de bij. Als dat is gebeurt stopt het voeren en vliegt de bij verder. Met aan boord dus de verfstof.

De foto is essentieel voor de herkenning van de bestuiver. Kleijn: ‘Een groep uit Leiden heeft software ontwikkeld die bijen herkent op basis van het patroon van dooradering op de vleugels.’ De foto’s geven zo informatie over soort en aantallen bestuivers in de omgeving. De verfstof verraadt vervolgens waar die bestuivers zich ophouden. ‘Je krijgt daardoor dus informatie over de home-range van bijen.’

Het gebruik van meerdere bloemen, elk met een eigen kleurstof, levert in theorie een kleurig landschap op. In theorie, benadrukt Kleijn. De praktijk moet uitwijzen of het zo werkt. ‘En je komt vast allerlei dingen tegen waar je nu nog geen weet van hebt’, blikt Kleijn vooruit. Dat zal ook bepalend zijn voor de vraag of het ontwerp wetenschappelijk gezien geschikt is om nieuwe informatie op te leveren. Op dit moment ligt de focus volgens Kleijn vooral op de kunst.    

 

 

 



Re:ageer