Wetenschap - 17 januari 2008

Schijnkeurmerken

430_opinie_0.jpg
Wat hebben de dagelijkse was en keurmerken gemeen? Dr. Gerda Casimir kan over beide onderwerpen zinnige dingen zeggen. De universitair docent van de leerstoelgroep Sociologie van consumenten en huishoudens haalde op twee fronten de media. Als tegenstander van schijnkeurmerken verscheen ze in de Telegraaf, en het ANP haalde haar aan over het wasgedrag van Nederlanders.
In de Telegraaf pleitte Casimir ervoor de bezem door het woud van keurmerken te halen. ‘Weg met de schijnkeurmerken’ kopte de krant. Casimir is tegen keurmerken die eigenlijk alleen maar reclame zijn. Vooral aanbevelingen die inhoudsloos zijn ergeren haar. ‘Neem aardbeienjam met daarop de leus: ‘nu zonder kleurstoffen’. In de Warenwet is al jaren geleden opgenomen dat aardbeienjam geen kleurstoffen mag bevatten.’ Eén nationaal keurmerk zou volgens Casimir het mooist zijn. Maar dat zal niet makkelijk zijn, realiseert ze zich. ‘Er is veel concurrentie. Hoe krijg je de bedrijven met elkaar om tafel?’
Het vakblad Distrifood pikte het nieuws vorige week dinsdag op en promoveerde de opvatting van Casimir tot die van de universiteit: ‘Universiteit haalt keurmerken onderuit’.
In een bericht over een als milieuvriendelijk gepresenteerd nieuw vloeibaar wasmiddel van Unilever haalde het ANP Casimir aan als wasexpert. Omo Klein & Krachtig moet helpen de hoeveelheid gebruikt wasmiddel te verkleinen, omdat dat beter zou zijn voor het milieu.
De milieubelasting door de was is de afgelopen jaren toegenomen. Het is niet meer maandag wasdag, maar elke dag wasdag. ‘Het aantal wasbeurten per week in een Nederlands huishouden is sinds de jaren vijftig gestegen van één naar zes’, vertelde Casimir aan het ANP. Die uitspraak kwam zaterdag prominent terug in de GPD-bladen - ‘Wij draaien de meeste wasjes’ - en op de site van radioprogramma Vroege Vogels.

Re:ageer