Organisatie - 1 januari 1970

Schelpdiervisserij stoort Waddenzee veel meer dan gaswinning

Een brede groep wadonderzoekers van onder meer Alterra Texel en de zeeonderzoeksinstituten NIOZ en RIKZ heeft in januari geturfd wat de effecten zijn van alle activiteiten op het wad. In de Waddenzee is de schelpdiervisserij de meest verstorende activiteit. Gaswinning staat laag op de lijst van verstorende activiteiten.

Het turven gebeurde onder leiding van onderzoeksbureau IMSA. Het rapport van IMSA vormde een bouwsteen voor de rapportage van de Adviesgroep Waddenzee, waarvan onlangs de belangrijkste conclusies uitlekten. De adviesgroep zet de deur weer open voor de gaswinning in de Waddenzee, en stelt voor de schelpdiervisserij nog zeven jaar te geven om te komen tot duurzame visserij.
Volgens de wadonderzoekers scoorde naast de kokkel- en mosselvisserij vooral de klimaatverandering hoog op de lijst verstorende activiteiten. ,,Daarbij denken we vooral aan zeespiegelstijging en temperatuurstijging'', zegt dr Han Lindeboom van Alterra Texel. ,,Schelpdieren kunnen zich daardoor minder goed voortplanten. Uit onderzoek van het NIOZ blijkt dat het schelpdier nonnetje in de problemen zit. Die legt zijn broedsel exact op een temperatuur van ongeveer acht graden. Dat gebeurt tegenwoordig vroeger, en daardoor missen ze de algenbloei.''
Een andere bedreiging voor de Waddenzee zijn de exoten, vooral de Japanse oester. Laag op de lijst bedreigingen staan activiteiten als recreatie, militaire oefeningen, windmolens en gaswinning.
De onderzoekers hebben ook gekeken naar de belevingswaarde van de activiteiten op de Waddenzee. Opvallend daarbij was dat men de garnalenvisserij wat betreft beleving hoog achtte, terwijl de ecologische effecten van de kleine garnalenbootjes nog flink groot zijn. Ook opvallend is dat de onderzoekers het niet eens zijn over de effecten van de verminderde fosfaat- en stikstofbelasting. De theorie dat dit een vermindering van de biomassa oplevert, strookt niet helemaal met de metingen aan de Waddenzee. Bovendien zijn er tegenstrijdige metingen gedaan, aldus Lindeboom. ,,Het NIOZ mat meer slib, Rijkswaterstaat minder.'' Op woensdag 24 maart overleggen de onderzoekers over dit heikele onderwerp. | M.W.

Re:ageer