Wetenschap - 28 juni 2001

Schaalvergroting landbouw zet door, export groeit sterk

Schaalvergroting landbouw zet door, export groeit sterk

De schaalvergroting in de Nederlandse landbouw gaat onverminderd voort. Het aantal bedrijven daalde in 2000 sneller dan het jaar ervoor en de gemiddelde omvang van bedrijven nam toe. Het saldo van de Nederlandse agrarische export en import steeg van 36 miljard gulden in 1999 naar 43 miljard gulden in 2000.

Dat zijn de belangrijkste conclusies van het Landbouw-economisch Bericht dat het Landbouw-economisch Instituut (LEI) op donderdagochtend 28 juni in een persconferentie presenteerde. In 2000 steeg het saldo van de Nederlandse agrarische export en import tot bijna 43 miljard gulden, 7 miljard meer dan het jaar ervoor. Sierteeltproducten zijn het visitekaartje van de Nederlandse agrosector, maar ook vlees en zuivel dragen veel bij aan het saldo. Tachtig procent daarvan blijft binnen de EU. Door de zwakke euro stegen de wereldmarktprijzen en viel de landbouwsteun in de EU in 2000 lager uit dan in 1999. In de Verenigde Staten steeg de landbouwsteun juist.

Het aantal agrarische bedrijven daalde in 2000 sneller dan in voorafgaande jaren. Er zijn nu minder dan 100.000 boerenbedrijven in Nederland. De productiecapaciteit nam in tegenstelling tot vorig jaar iets af. Vooral de graasdierhouderij produceerde minder. Het aandeel van de glastuinbouw is gegroeid tot bijna 25 procent. Landbouwbedrijven werden gemiddeld groter. De grote bedrijven, van meer dan honderd Nederlandse grootte-eenheden (nge), draaien nu tweederde deel van de productie tegen eenderde deel in 1990. Tuinbouwbedrijven zijn gemiddeld het grootst. In de intensieve veehouderij neemt de bedrijfsomvang eveneens relatief snel toe.

Er zijn ook minder supermarktketens, die wel steeds groter worden. Zij domineren steeds sterker de detailhandel in voedsel. Supermarkten stellen, naast de overheid, steeds strengere eisen aan de agrarische producent. Behalve hiermee wordt de landbouw steeds meer geconfronteerd met grote ruimteclaims voor andere functies als woningen, bedrijven, infrastructuur, natuur en recreatie. Ook de krappe arbeidsmarkt vormt een probleem. Dat laatste is vooral het geval voor de biologische landbouw, waarin veel arbeid vereist is.

Economisch doet de biologische landbouw het goed, vooral de akkerbouw. Ook in de biologische melkveehouderij liggen de resultaten gemiddeld hoger dan in de gangbare melkveehouderij. De belangstelling voor agrarisch natuurbeheer groeit, 18 procent van de boeren had in 2000 inkomsten uit natuurbeheer, in 1999 was dat 14 procent.

Het LEI meldt verder dat wereldwijd de landbouwproductie licht toenam. Maar per hoofd van de bevolking daalde de productie voor het eerst na een aantal jaren. Niet alleen in Afrika, maar ook in Oost-Europa daalde de productie per hoofd van de bevolking de laatste jaren. | J.T.

Re:ageer