Wetenschap - 1 januari 1970

Sardinella’s zwemmen tegenwoordig door naar Marokko

Sardinella’s zwemmen tegenwoordig door naar Marokko

Sardinella’s zwemmen tegenwoordig door naar Marokko


Nederlandse vissers zien hun vangsten in West-Afrika teruglopen

De visgronden voor de kust van Mauritanië zijn in ruil voor miljoenen
euro’s opengesteld voor fabrieksschepen uit Europa. Het gevaar van
overbevissing dreigt. De toestand van de haringachtige sardinella’s is nog
niet kritiek, maar de inktvis wordt al behoorlijk bedreigd, vindt dr Ad
Corten, visserijbioloog bij de Animal Sciences Group. De buitenlandse vloot
zou eigenlijk niet verder moeten groeien en – ondanks de aanwezigheid van
mega-trawlers – zijn er ook nog wel perspectieven voor de Mauritaanse
vissers die slechts over kano’s beschikken.

Met z’n miljoenen zwemmen ze elke zomer noordwaarts langs de West-
Afrikaanse kust. Sardinella’s, op haring lijkende visjes die hun reis
beginnen voor de kust van Zuid-Senegal waar ze paaien. Na een vermoeiende
tocht van honderden kilometers bereiken ze Mauritanië, waar ze normaliter
minstens een paar maanden blijven hangen.
Echo-surveys laten echter zien dat in de laatste paar jaar de sardinella
verder doorzwemt naar Marokko. Dat heeft gevolgen voor de Europese
vissersvloot die permissie heeft om in de Mauritaanse wateren te vissen.
Ook Nederlandse vissers zijn van de partij. Zij vissen vooral op
sardinella. ,,Voor de Nederlandse vissers is het frustrerend om de vis weg
te zien trekken. De Nederlandse vloot heeft haar totale visserij-
inspanningen verhoogd in de afgelopen jaren, maar desondanks is de vangst
aan sardinella teruggelopen’’, zegt dr Ad Corten.
De visserijbioloog van het Nederlands Instituut voor Visserijonderzoek
(voorheen RIVO) houdt de ontwikkelingen goed in de gaten. Hij is een van de
onderzoekers die de visserij in Mauritanië op de voet volgt en de
Mauritaanse overheid adviseert hoe zij de kustwateren op een duurzame
manier kan exploiteren. ,,Mauritanië is een superarm land. De bevolking
maakt zich zorgen over het lot van de natuurlijke rijkdom in zee.’’
De visserij is van vitaal belang voor de Mauritaanse economie. Het draagt
zorg voor bijna dertig procent van de inkomsten van het land. Vijfentwintig
jaar geleden is de visserij echt van de grond gekomen, toen de markt voor
koper en ijzer instortte, en de landbouw door extreme droogte in een diepe
crisis belandde. Het land was wanhopig op zoek naar inkomsten en heeft
buitenlandse vissers toegang verschaft tot haar kustwateren, in ruil voor
miljoenen euro’s per jaar. De mega-trawlers die er nu actief zijn, komen
uit Europa, China en Japan.

Plankton
De tachtig tot honderddertig meter lange trawlers zijn net fabrieken; de
vis komt aan boord, gaat op de lopende band en wordt meteen ingevroren en
verpakt. De vis wordt verkocht in landen in Azië, Afrika, Centraal-Amerika
en Oost-Europa. Het is een ware industrie, maar de productie verloopt zeker
niet altijd als gepland. Men stuit namelijk op de grillen van de natuur.
,,De vissers moeten rekening houden met natuurlijke variaties in het
ecosysteem. Er spelen zich langetermijnveranderingen af in de oceaan die
van invloed zijn op de vispopulaties’’, vertelt Corten. De verschuiving van
de populatie sardinella naar het noorden kan volgens hem te maken hebben
met de relatief hoge gemiddelde watertemperatuur die de laatste jaren is
gemeten voor de kust van West-Afrika. De ronde sardinella (Sardinella
aurita) waarop gevist wordt, migreert elk jaar vanzelf al naar het noorden
als de zomer hogere temperaturen brengt. Het visje prefereert namelijk
koud, nutriëntrijk water. Maar als de gemiddelde watertemperatuur overal
een tikje is gestegen, zal de vis op zoek gaan naar nog noordelijker
gebieden waar het water koel genoeg is.
Corten en zijn drie collega’s van het Nederlandse Instituut voor
Visserijonderzoek, die voor een deel van hun tijd gestationeerd zijn op het
Mauritaanse visserij-instituut CNROP in de havenplaats Nouadhibou, vinden
het belangrijk dat dit soort actuele ontwikkelingen worden onderkend door
de Mauritaanse overheid en dat ze daar het visserijbeleid op afstemt.
,,Voor de zekerheid zou men de visserij op sardinella door de grote
Europese trawlers moeten bevriezen op het huidige niveau.’’
De toestand van de sardinellapopulatie is nog niet kritiek, maar dat geldt
wel voor andere vissoorten. Een daarvan is de inktvis. Corten en andere
visserijdeskundigen uit Europa, Mauritanië en haar buurlanden Senegal en
Marokko, hebben er bij de Mauritaanse minister van visserij op aangedrongen
maatregelen te nemen. ,,De inktvis wordt behoorlijk bedreigd. Ondanks het
feit dat wij in 1998 hadden aanbevolen de visserijdruk op deze soort te
verlagen, had Mauritanië in 2001 het aantal vergunningen voor Spaanse
schepen verhoogd. De Mauritaanse minister verdedigde dit besluit door te
wijzen op het vertrek van een groot aantal Chinese vaartuigen waardoor er
ruimte was gekomen voor meer Spaanse schepen. Uit een analyse van de
Mauritaanse statistieken bleek echter dat de resterende schepen meer
visdagen per jaar hadden gemaakt. Daardoor was de totale visserij-
inspanning toch gestegen.’’
De visserijdeskundigen adviseren om de vangst van inktvis met zo’n 25
procent te verminderen. Ook over de gehele linie moet de buitenlandse vloot
voor de kust van Mauritanië voorzichtig aan doen. De visserijdeskundigen
raden verdere expansie van de buitenlandse vloot af.

Greenpeace
Milieuorganisaties zoals Greenpeace roeren zich eveneens in de West-
Afrikaanse regio. Er bestaat ergernis over het uit handen geven van de zee
aan Westerse landen, wat ten koste gaat van de lokale bevolking. De VN-
milieuorganisatie UNEP meldde bijvoorbeeld in een vorig jaar verschenen
rapport dat het aantal Mauritaniërs dat werkzaam is in de inktvis-visserij
is afgenomen van 5000 in 1996 tot 1800 in 2002.
Mauritanië is misschien niet voorzichtig genoeg geweest met het ‘verkopen’
van de visvoorraden, maar in ieder geval op korte termijn wordt de
staatskas er voller van. De Europese Unie betaalt bijvoorbeeld Mauritanië
ongeveer 90 miljoen euro per jaar voor toegang tot de kustwateren. Toch is
de Mauritaanse overheid zeker niet blind voor de gevaren van overbevissing.
Al vanaf de beginjaren van de industrievisserij in het land, eind jaren
tachtig, tracht de overheid de biodiversiteit - zo goed als zij kan - te
beschermen.
Zo is een groot deel van de kustzone afgegrendeld voor visserij. Dit is het
Nationale Park Banc D’Arguin, dat zich meer dan 180 kilometer langs de kust
uitstrekt. Corten prijst de Mauritaanse overheid: ,,Petje af, de overheid
is in staat om een immens gebied te beschermen bij een enorme politieke
druk om er toch te vissen. Het park wordt goed bewaakt, grote schepen en
zelfs kano’s met een buitenboordmotor mogen er niet komen. Het is een hele
prestatie als je het vergelijkt met de veel kleinere Waddenzee, een gebied
dat veel minder goed wordt beschermd.’’
De bioloog signaleert nog iets positiefs: in de kustzone van Mauritanië
zwemt nog een aanzienlijke voorraad platte sardinella (S. maderensis) waar
de lokale bevolking van kan profiteren. De buitenlandse vloot vist daar
niet op. ,,De platte sardinella wordt nog niet maximaal bevist. Hier liggen
nog kansen voor de duizenden Mauritaanse vissers die met kano’s de zee
opgaan.’’

Hugo Bouter

De kust van Mauritanië, vlak bij de havenplaats Nouadhibou. In de kustzone
zwemmen nog flinke hoeveelheden vis rond waarop buitenlandse
fabrieksschepen niet vissen en die beschikbaar blijven voor lokale vissers.
| Foto Hiroshi Ogino (home.att.ne.jp/zeta/ogino)

Re:ageer