Wetenschap - 18 maart 2010

Samen denken. Hoe komen we tot elkaar?

Om complexe zaken goed te doorgronden, is samenwerking tussen verschillende disciplines nodig. Maar volgens Marten Scheffer lukt dat niet doordat universiteiten sterk hiërarchisch zijn, geld samenwerking frustreert en doordat er een homogene groep Westerse mannen aan de top staat. Hij stelt een symposion voor, een plek op de campus om samen te eten, drinken en ideeën uit te wisselen. Een realistisch gedachte?

0415-20-NIEUW-MI---lorentz-centr.jpg

Prem Bindraban, directeur bodeminstituut ISRIC:
'Ik vind het een sympathieke analyse, maar pas op dat je die niet gaat verheerlijken. Ik stam nog uit de tijd dat er zonder projecten en financiële prikkels werd gewerkt. Toen ging het er veel minder efficiënt aan toe. Soms is het nodig om aan de boom te schudden. Het is eigenlijk net als op school: sommige leerlingen kun je veel vrijheid geven, anderen moet je aan het handje houden. 'Het symposion zal ik zeker bezoeken. Ik heb zelf ondervonden hoe belangrijk informele contacten met andere disciplines zijn. Zelf heb ik met een econoom en iemand van Studium Generale anderhalf jaar op terrassen over het thema voedselzekerheid gesproken. Dat heeft uiteindelijk geleid tot een collegereeks.'
Jos Engelen, voorzitter van subsidiegever NWO:
'Ik ben het in grote lijnen eens met Scheffer dat onderzoekers meer moeten openstaan voor elkaars werk. Samenwerking wordt wel degelijk door NWO gestimuleerd, we hebben veel subsidies die daarop gericht zijn. Ook hebben we het programma Complexe Systemen. 'Het symposion vind ik een romantische maar zeker ook een interessante gedachte. Ik heb zelf gezien hoe Scheffer vlak voordat hij de Spinozapremie kreeg, in onze wachtkamer met koffie en cake plannen smeedde met zijn medewinnaars. Dat was eigenlijk een symposion in het klein.'
Louise Vet, directeur ecologie-instituut NIOO:
'Volledig mee eens. In het financieringssysteem staat geen bonus op samenwerken en de leerstoelgroepen zijn erg monodisciplinair: de lezingen en seminars spelen zich daar af binnen de eigen pilaar. 'Bij het NIOO proberen we disciplines bij elkaar te brengen door alle onderzoekers ieder jaar twee dagen samen op te sluiten. Ook hebben we projectgroepen die over de breedte van de terrestrische, mariene en zoetwater-ecologie heen gaan - daar zetten we dan bijvoorbeeld een postdoc op. Dat is dus een bonus voor het loslaten van je eigen pilaar. 'We willen graag meedoen met het discussiecafé. In november verhuizen naar ons nieuwe gebouw tegenover de campus. Dan zitten we op loopafstand. Noodzakelijk is wel dat de ambiance warm is en het echt interdisciplinair is. En géén negen-tot-vijf mentaliteit. Je moet om vijf uur de kroeg in kunnen, een hapje eten en daarna het lab weer in - net zoals de Amerikanen doen. Dat betekent dus ook dat - anders dan nu in Forum - het café lang open moet zijn.'
Carel Oomes, uitbater café De Vlaamsche Reus:
'Tussen pint en pot wordt uitgebreid gepraat. Aan de bar krijg je wel eens wat mee. Over klimaatverandering wordt veel gesproken. Bij ons komen veel medewerkers van de universiteit. Je ziet vaak dat mensen van hetzelfde type zijn, zoals medewerkers van één vakgroep, bezoekers van een aardappel-congres of van Food Valley.'
Arjen Doelman, directeur Lorentzcentrum in Leiden:
'Het Lorentzcentrum is gebaseerd op het idee dat wetenschap drijft op de interactie tussen creatieve onderzoekers. Ons centrum organiseert internationale workshops voor veertig tot zestig wetenschappers. Ze lunchen samen, eten samen, doen mee aan een wine & cheese party en ze overnachten in hetzelfde hotel. 'Die workshops bestaan uit voordrachten, discussies en werksessies. Het duurt een week, korter willen we ook niet. We zitten nu op 45 workshops per jaar. 'Het is moeilijk om het effect hard te maken, maar we hebben wel een hall of fame. Trots zijn we onder meer op het vastleggen van de Hubble-constante, want ook dat is een complex systeem. Alle gezindten hebben er hier een week lang aan gerekend, waarbij de definitieve waarde en de foutmarge zijn vastgesteld. Een deelnemer vertelde dat dit anders twee jaar had gekost.'
Marten Scheffer, hoogleraar Aquatische Ecologie:
'Zo'n symposion moet stimuleren dat mensen die elkaar nog niet kennen, elkaar tegenkomen. Dat kun je doen door tafelgroottes te kiezen die niet hetzelfde zijn als de groepsgrootte, zodat groepen zich moeten herverdelen. Verder denk ik aan ramen, tafels of muren waar je met stiften aan de gang kunt. Het Santa Fé instituut is beroemd om de ramen waarop iedereen mag schrijven. 'Ook moet de ruimte niet intimiderend, maar lekker rommelig zijn. Met hangplekken en zithoeken, liever van het grof vuil dan een dure ontwerpbank. Wat ook helpt, is een gratis drankje op zijn tijd of een espresso-machine waar je zelf je espresso moet maken. Dat kost even tijd. Dat wordt dan een broeinest van mensen die elkaar tegenkomen. En het geheime wapen: echt goed eten! Met een sterrenkok die soep maakt van seizoensgroenten en vers brood bakt. Zoiets moet je verder uitwerken in een groep, met studenten, Studium Generale, hoogleraren en aio's. Ik verwacht het meeste van aio's; die zijn explorerend, open en sociaal het meest actief.'
Ralf Kurvers, aio Resource Ecology en organisator symposiumserie WEES:
'Voor WEES nodigen we met opzet sprekers uit van diverse disciplines in de evolutie en ecologie. Anders komt je toch in een bepaalde tunnelvisie terecht, dat proberen we te doorbreken. Op dat gebied is er in Wageningen nog een wereld te winnen. 'Je moet zo'n creatief denkproces wel faciliteren met bijvoorbeeld een masterclass of spreker. Het heeft geen zin om zonder enige richtlijn mensen bij elkaar te brengen. Je moet ergens beginnen met het denken, om vervolgens mensen te stimuleren zelf na te denken.' Rector Martin Kropff wilde niet reageren. Hij wil niet vooruitlopen op de nieuwe strategie van Wageningen UR, die in ontwikkeling is.

Re:ageer