Student - 6 november 2008

STUDENTEN EN MBO’ERS SAMEN DE BOER OP

De koeien van boer Spruit staan rustig te eten of liggen te herkauwen. Onder de houten spanten zit een vijftigtal personen op kriebelige collegebanken van strobalen. Af en toe klatert een plas op de betonroosters, of klinkt er geloei. Kan prima, college in de stal.

Studenten van Wageningen Universiteit en AOC Friesland volgen college in de stal van boer Spruit.
Studenten van Wageningen Universiteit en AOC Friesland volgen college in de stal van boer Spruit.

Foto: Clemens Driessen

In de laatste week van oktober trekken tien studenten van Wageningen Universiteit en 25 leerlingen van AOC Friesland intensief met elkaar op. Ze nemen samen deel aan het vak Duurzame veehouderijsystemen van de universiteit, dat met een excursieweek uitwisseling van kennis tot stand wil brengen. Dag en nacht brengt de groep met elkaar door.
Volgens Katrien Smet, vijfdejaarsstudent Dierwetenschappen, bieden de studenten vooral inbreng vanuit het grotere plaatje, bijvoorbeeld over internationale import, en weten de AOC’ers meer over de praktijk. ‘Wij kennen het ontstaan van een ziekte, maar zij weten wat de ziekte praktisch voor een bedrijf betekent, en stellen daar goede vragen over. Ik heb soms echt het idee dat ik niks weet.’
Katriens idee over mbo’ers was dat ze erg op de productie gericht zouden zijn. Ze werd tijdens deze ontmoeting positief verrast en heeft haar mening moeten aanpassen. ‘Ze zijn echt begaan met de dieren, met hun welzijn en ook met het onderhoud van de natuur. Ze willen best van alles, maar het kan niet altijd zomaar.’
Durk Oosterhof – ‘Biodurk’ voor leerlingen – is biologisch melkveehouder en docent Bodem aan het AOC. Hij vindt het belangrijk dat zijn leerlingen met onderwerpen als genetische modificatie in aanraking komen. ‘Gisteren verliep de discussie wat lastig vanwege een groot verschil in achtergrondkennis. Toch is het goed dat het thema in zo’n week voorbij komt.’
Sieberen Bakker, vierdejaarsstudent Veehouderij aan AOC Leeuwarden, dacht dat het allemaal ‘heel biologisch’ zou worden. ‘Daar had ik helemaal geen trek in, maar ik leer meer op de biologische dan op de gangbare bedrijven.’ De studenten vallen hem ook honderd procent mee, al zijn ze volgen hem wel ‘theoretisch’. Het avondprogramma was heel belangrijk. ‘De discussies gingen gewoon door, maar dan met een biertje of na het paintballen. Ik heb daar veel van geleerd en het was gezellig.’

Re:ageer