Organisatie - 19 maart 2009

STIEKEMA KIEST VOOR OUDE LIEFDE AMSTERDAM

Prof. Willem Stiekema vertrekt naar Amsterdam, waar hij de bètaopleidingen van de UvA en de VU gaat bundelen in een Graduate School. Een moment om terug te blikken op 26 jaar onderzoek in Wageningen en het Centre for Biosystems Genomics, dat hij de afgelopen zeven jaar leidde. ‘We zijn op een aantal terreinen richtinggevend geworden in de wereld.’ In Amsterdam wil hij hetzelfde bereiken.
Het was een goed moment om in te gaan op de aanbieding om de Amsterdam Graduate School of Science te gaan opzetten, zegt Stiekema (58). ‘Ik had best tot mijn pensioen in Wageningen kunnen blijven zitten. Ik heb het ontzettend naar mijn zin. Maar ik heb veel affectie met Amsterdam, ik heb er gestudeerd en ben er gepromoveerd, het is een mooi moment om daar wat op te bouwen.’
Stiekema kan het Centre for Biosystems Genomics (CBSG), dat hij in 2002 oprichtte met Arjen van Tunen, met een gerust hart overdragen, vindt hij. De advertentie om zijn opvolger te werven ging deze week de deur uit. ‘De tweede fase is begonnen. Het intensieve regelwerk is klaar, er staat 31 miljoen euro op de rekening, de zaadveredelingsbedrijven doen weer mee, de promovendi zijn aangetrokken en er zijn nieuwe apparaten aangeschaft. Het onderzoeksprogramma voor de komende vijf jaar is begonnen.’
De hoogleraar Bio-informatica kijkt met trots terug. ‘Toen we begonnen met het genomicscentrum, moesten we een inhaalslag maken; de Amerikanen waren er al mee gestart. We zijn nu leidend in de wereld op het gebied van het tomaat- en aardappelgenoom.’ Hij doelt daarmee ook op de Amsterdamse, Utrechtse, Groningse en Nijmeegse genoomonderzoekers die in het centrum participeren. ‘We worden gerespecteerd als plantenwetenschappers, we zijn richtinggevend op het terrein van genetical genomics en metabolomics.’
In de afgelopen jaren is de onderzoekssamenwerking duidelijk verbeterd, vindt Stiekema. ‘Zeven jaar geleden was de relatie tussen de universitaire groepen en DLO’ers koel, net als de samenwerking met het bedrijfsleven. Nu zien de Wageningse onderzoekers ernaar uit om in één gebouw te komen en we staan op uitstekende voet met de bedrijven. Heel belangrijk voor hen is dat we goede studenten en promovendi opleiden in de plantenwetenschappen en dat we kennis en materialen leveren waar ze mee kunnen veredelen.’
Het genomicscentrum zal nooit zelf een phytophthora-resistente aardappel ontwikkelen, stelt Stiekema. ‘We leveren genen voor gunstige eigenschappen, zoals resistentie en smaak, die de bedrijven dan gebruiken bij de verbetering van hun rassen. Daar betalen ze voor, zodat wij weer opnieuw kunnen investeren in onderzoek.’ Door die rolverdeling kunnen bedrijven heel goed samenwerken met wetenschappers, vindt hij. ‘De belangrijkste veredelaars zitten in het CBSG. Zo kom je automatisch op precompetitief onderzoek: nieuwe genetische inzichten en technologie zijn leidend.’
Ondertussen explodeert de beschikbare kennis over plantengenomen, aldus de hoogleraar. ‘We hebben net een nieuwe DNA-sequencer aangeschaft. Die is zo snel, je krijgt zoveel output, ongelofelijk. Straks kunnen we duizend aardappelplanten in het veld zetten en van alle planten de DNA-volgorde bepalen. Alleen het opslaan van die gegevens is al een enorme klus, laat staan het beschikbaar maken van al die informatie zodat je er als onderzoeker wat mee kunt.’ Het onderzoeksveld van de bio-informatica, Stiekema’s specialisme, wordt daarmee steeds belangrijker.
Waarom ga ik eigenlijk weg, vraagt hij zich hardop af. Om zelf het antwoord te geven. Hij wil het kunstje ook flikken in Amsterdam: ‘bundeling van krachten’. Hoe doe je dat? ‘Gaan voor inhoud en kwaliteit. Docenten gaan daarvoor, studenten waarderen dat, die vertellen het verder. Dat bepaalt veel. En je moet goede faciliteiten hebben naast zitzakken en flatscreens. Zo heeft het Forum uitstraling, het is een aantrekkelijke omgeving voor studenten. In Amsterdam zijn ze ook goed bezig. Toen ik er promoveerde, zat de VU bij sportvelden aan een kaal stuk weg. Nu zijn ze onderdeel van de Zuidas. De UvA concentreert de bètawetenschappers in de Watergraafsmeer. Dat was een weiland, maar daar staat nu een enorm nieuw gebouw en wordt binnenkort een station geopend. Daar ontstaat reuring.’

Re:ageer