Organisatie - 29 januari 2009

SLIMME TUINDER KAN TOE MET HELFT GAS

Nederlandse tuinders kunnen in de kas dezelfde productie halen met de helft minder gas. Dat blijkt uit een studie van Wageningen UR Glastuinbouw en kennismakelaar CropEye. Afgelopen week is een test gestart om te bekijken of deze theoretische besparing ook in de praktijk haalbaar is.

Met relatief eenvoudige maatregelen kan een tuinder al een kwart besparen op gas.
Met relatief eenvoudige maatregelen kan een tuinder al een kwart besparen op gas.

Foto: Theo Tangelder

Onderzoeksleider ir. Eric Poot van Wageningen UR Glastuinbouw spreekt van ‘het nieuwe telen’: evenveel kasgroenten, bloemen en potplanten produceren met een halvering van het energiegebruik. ‘Ons uitgangspunt was energiebesparing’, zegt hij. ‘Vervolgens zijn we gaan kijken met welke bestaande maatregelen en technologie we die doelstelling konden bereiken.’ Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van het ministerie van LNV en het Productschap Tuinbouw.
Tuinders kunnen allereerst energie besparen door de kassen beter te isoleren, met een doek onder het dak. ‘Als het koud is, trek je het scherm dicht’, zegt Poot. Veel tuinders hebben al zo’n scherm. Poot adviseert twee schermen, in combinatie met een luchtbehandelingssysteem. ‘Weliswaar krijg je dan minder licht in de kas, waardoor de productie lager wordt. Maar de ramen kun je langer dicht houden, omdat je geen vocht hoeft af te voeren. Dat leidt tot een hogere CO2-concentratie, waardoor de planten beter groeien. Per saldo denken we dan geen productieverlies te hebben.’
Daarnaast kunnen tuinders het kasklimaat beter afstemmen op het buitenklimaat. ‘Op een bewolkte dag moet de tuinder niet extra gaan stoken of een hoge CO2-concentratie willen, want er is toch weinig licht.’ Ook kunnen tuinders op een ander moment met de teelt beginnen. ‘Nu wordt de tomatenteelt in december gestart, als het donker en koud is. Ons idee: begin een maand later. Dan win je veel op energiegebied, terwijl je niet veel productie verspeelt.’
Met dergelijke relatief simpele en goedkope aanpassingen kan de tuinder ruim een kwart van zijn stookkosten besparen, verwacht Poot. Het restant van de mogelijke besparing is te halen door te investeren in dure technieken. In de eerste plaats in warmtekrachtkoppeling, een kleine energiecentrale die zowel warmte, elektriciteit als CO2 produceert. De tuinder kan zelfs geld verdienen met het slim aan- en verkopen van de elektriciteit: verkopen als de stroom duur is, aankopen als het goedkoop is, bijvoorbeeld ‘s nachts. Een andere dure techniek is het ’s zomers opslaan van overtollige warmte in water onder de grond, om dat ’s winters op te pompen voor de verwarming van de kas. Die investering kost enkele miljoenen euro’s. Een paar jaar geleden is de terugverdientijd hiervan vastgesteld op acht à tien jaar. ‘Dat is lang’, zegt Poot. ‘Een collega bij het LEI gaat het komende jaar nog eens aan de kosten en baten van deze technologie rekenen.’
Aan het eind van dit jaar weten we wat elk van de besparingssuggesties van Wageningen UR in de praktijk waard is. Dan zijn de resultaten bekend van een praktijkproef bij een tuinder. ‘Hij gaat tomaat en komkommer telen’, zegt Poot. ‘Zelf gaan we vergelijkbare proeven doen met snijbloemen en potplanten.’

Re:ageer