Wetenschap - 1 januari 1970

Ruwe chitine kan wratziekte in aardappelteelt terugdringen

Er gloort hoop voor akkerbouwers wiens aardappelpercelen besmet zijn geraakt met wratziekte. Door flinke hoeveelheden gemalen garnalenhuidjes (ruwe chitine) in de grond te brengen kan de besmetting met de hardnekkige bodemschimmel sneller worden teruggedrongen, zo blijkt uit veldproeven van het Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO).

,,Inmiddels zijn in Nederland 65 percelen besmet verklaard met de wratziekte, een zogeheten quarantaineziekte. Voor de betrokken telers betekent dat zij er twintig jaar geen pootgoed en vijf jaar lang de geen consumptie- of zetmeelaardappelen mogen telen. Ook in omliggende percelen mag men alleen aardappelen telen die een zekere resistentieniveau tegen de ziekte bezitten, maar dat zijn toch vaak minder gewenste rassen die bijvoorbeeld een lagere opbrengst hebben. Een groot deel van de Nederlandse aardappelteelt rond besmettingshaarden in Drenthe en de Peel heeft al te kampen met zulke beperkingen’’, legt ing. Johan Wander, onderzoeker bij de sector Akkerbouw, Groene ruimte en Vollegrondsgroente van PPO, uit. Samen met ir Jan Lamers presenteerde hij vorige week op de Gewasbeschermingsdag in Wageningen de eerste resultaten van veldproeven waarbij de bodembesmetting met wratziekte werd bestreden met ruwe chitine, de stof waaruit het pantser van insecten en schaaldieren is opgebouwd.
De opmerkelijke keuze voor dit, nog niet officieel toegelaten, bestrijdingsmiddel is volgens Wander afkomstig uit de literatuur. ,,We weten niet waarom het werkt, maar uit lab- en veldproeven blijkt wel dát het werkt.’’ Hij heeft wel een mogelijke verklaring. ,,De sporen waarmee de wratschimmel in de bodem overleeft, zitten ook in een soort chitinehuidje. Door flinke hoeveelheden ruwe chitine aan de bodem toe te voegen kun je je voorstellen dat de in de bodem aanwezige populatie micro-organismen die deze stof kunnen afbreken flink gaat groeien. Je verhoogt daardoor mogelijk de kans dat die chintinevretertjes ook de sporen van de wratziekten gaan aanpakken.’’
Uit de veldproeven die Wander en Lamers in besmette percelen uitvoerden bleek dat toevoeging van ruwe chitine bij het poten het aantal aangetaste aardappelplanten met zestig procent kan terugdringen. ,,Als je geen aardappelen teelt daalt de besmettingsgraad ook met zo’n dertig procent per jaar. Door ruwe chitine toe te voegen kun je dat proces mogelijk verder versnellen’’.
Voordat het middel in de praktijk toepasbaar is, moet er nog wel het nodige gebeuren. De hoeveelheden die nu gebruikt worden zijn hoog, zo’n 20.000 kilogram per hectare, en dat maakt de bestrijdingswijze relatief duur. Bij het poten volstaat een gift van ongeveer 2000 kilogram. Wander: ,,We zijn nu bezig met optimalisatie: kun je het middel het beste toepassen in het vroege voorjaar of in de herfst?’’ Hij ziet ook nog wel problemen rond de toelating van het middel. ,,Het is wel van natuurlijke oorsprong, maar zal als bestrijdingsmiddel toch gewoon de toelatingsprocedure moeten doorlopen. En dan word het complex want garnaalafval bevat natuurlijk een hele reeks verbindingen’’, meent Wander. Overstappen op gezuiverd chitine lijkt geen echte oplossing, want daarvan konden de onderzoekers nu juist geen gunstig effect op de terugdringing van de besmetting aantonen. | G.v.M.

Re:ageer