Student - 15 juni 2017

Rust

tekst:
Stijn van Gils

Eigenlijk mag het niet, maar ik vind het heerlijk om met een biertje langs te Rijn te zitten. Liefst met een moment van volledige stilte, om vervolgens tot aan zonsondergang met vrienden over het leven te praten. Bij drukte rond de Rijn vind ik het eigenlijk al niet zo leuk meer, maar meestal valt dat mee.

Al met al voel ik me dolgelukkig in Wageningen. Niet vanwege het bruisende stadsleven of toffe musea: die zijn hier niet. Wij hebben wat anders: rust, kleinschaligheid, persoonlijkheid. En volgens mij ben ik lang niet de enige die er zo over denkt. Zowat iedereen die ik spreek, is tevreden. ‘Zo mooi als nu, wordt het elders nooit meer’, hoor ik regelmatig.

Tuurlijk. Kleine dingen houd je altijd. Ik hoor wel eens wat gemopper over avondcolleges. Ja, en werkstress, vanwege de stijgende studentenaantallen, dat is ook wel vervelend. Maar op andere plaatsen is het ook geen pretje. Steeds als ik elders ben, valt het me weer op hoe gemoedelijk het in Wageningen eigenlijk gaat. Ik snap dat meer mensen hier willen studeren. Ik snap dat Wageningen blijft groeien.

Maar, waarom willen wij dat nog? Hoe klein ook, feitelijk hangen zowat alle problemen die we dan hebben samen met groeiende studentenaantallen.

Ook hebben we welbeschouwd niets te bieden aan nieuwe studenten als het niet kleinschalig is. Een fietsexcursie is minder boeiend als je met tweehonderd mensen achter elkaar aanfietst. Trouwens, veel van onze opleidingen bieden helemaal geen werkplek aan grote groepen mensen. Het zal maar gebeuren zeg, honderden landbouweconomen per jaar op de arbeidsmarkt.

Eigenlijk bestaat heel het onderscheidend vermogen van Wageningen slechts bij de gratie van relatief kleine aantallen. Groeien we verder, dan blijft er niets meer over. Jemig, wie wil hier dan nog studeren?


Re:ageer