Wetenschap - 1 januari 1970

Ruimtelijke ordening moet af van de angst voor België

Ruimtelijke ordening moet af van de angst voor België


,,Natuuronderzoekers gedragen zich nu tegenover cultuurhistorie net zoals
economen tien jaar geleden stonden tegenover natuur.'' Volgens drs Kristof
van Assche herhaalt de geschiedenis zich. Nu geschiedenis een plek krijgt
binnen de ruimtelijke ordening krijgen de archeologen het voor het zeggen,
en gaat het vooral om de nationale geschiedenis die zichtbaar moet zijn in
het landschap, met de zeventiende eeuw als ideaalbeeld. ,,Kijk nou eens hoe
allochtonen met de Nederlandse geschiedenis omgaan.''

De Belg Van Assche doet bij de leerstoelgroep Landgebruiksplanning
onderzoek naar stadsontwikkeling in Nederland en hoe daarbij wordt omgegaan
met het verleden. De ruimtelijke planning waar we in Nederland zo trots op
zijn, mag wat hem betreft best wat losser. ,,In Nederland heerst de
onberedeneerbare reflex om extra regels in te zetten als er een probleem
ontstaat. Het zou goed zijn om dingen eens los te laten.'' Nederlanders
zien in België volgens Van Assche zelfs een contramal. ,,In de Nederlandse
ruimtelijke ordening wordt heel sterk in termen van maakbaarheid gemeten,
uit angst voor wanorde, voor Belgische toestanden. De ruimtelijke ordening
wordt hier negatief gevormd door België. Dat zie je ook in oudere
teksten.''
Die regelzucht leidt er volgens Van Assche ook toe dat in de Nederlandse
ruimtelijke ordening weinig oog is voor het geheel, maar telkens wordt
gekeken naar onderdelen van het landschap. Dat gebeurt ook als vanaf het
begin van de jaren tachtig natuur een steeds belangrijker onderdeel wordt
van de ruimtelijke ordening. Met de stevige steun van een gezonde economie
in de rug beginnen ecologen zich te roeren in de discussie over de
ruimtelijke inrichting van Nederland. Zij bepleiten een aaneengesloten lint
van natuurgebieden, ecologische verbindingen en nieuwe natuurontwikkeling
in de uiterwaarden. De revolutie die de ecologen in de ruimtelijke ordening
inzetten, is succesvol. De Ecologische Hoofdstructuur is regeringsbeleid,
alhoewel het economische tij nu tegenzit. De nieuwe, maakbare natuur is een
breed geaccepteerd ecologisch concept en een populair uitje voor de
dagtoerist.
In de afgelopen jaren hebben historische wetenschappelijke disciplines als
historische geografie, archeologie, bouwhistorie, enzovoorts een opmars
gemaakt in de ruimtelijke ordening die doet denken aan de ecologen van de
jaren tachtig. Gesterkt door het Verdrag van Malta, dat internationaal
regelt dat archeologische vondsten bij bouwactiviteiten altijd moeten
worden onderzocht en zonodig bewaard, zijn de historici zich steeds sterker
bewust van de autoriteit die ze krijgen bij ruimtelijke opgaven. Zo loopt
de aanleg van de Betuwelijn voor archeologen uit op de grootste en meest
uitgebreide opgraving sinds tijden, en wordt bij de aanleg van de nieuwe
stad Leidsche Rijn rekening gehouden met de archeologie ter plekke.
Maar de geschiedenis herhaalt zich, stelt Van Assche. Bij zowel ecologen
als historici zie je dat er een groep dominant wordt. Bij de ecologen uit
de jaren tachtig was vooral aandacht voor natuur als een verzameling
natuurlijke processen die alleen met grote oppervlakten succesvol zouden
zijn. Bij de toenemende aandacht voor de geschiedenis zijn het volgens Van
Assche de archeologen die in de schijnwerpers staan. Historisch geografen,
geomorfologen, kunsthistorici en anderen blijven in de schaduw.
De dominantie van de archeologie heeft volgens Van Assche, net als bij de
procesecologen, tot gevolg dat een interpretatie van de historische
werkelijkheid het ruimtelijk debat gaat overheersen. ,,In de ruimtelijke
ordening heeft men een veel te eenvoudig beeld van hoe geschiedenis werkt,
hoe mensen in elkaar steken. Ruimtelijke ordening werkt alleen met een
vereenvoudiging van de werkelijkheid.'' De werkelijkheid is echter
ingewikkeld en veelvoudig, misschien wel te ingewikkeld en veelvoudig. ,,De
stuurkracht van de ruimtelijke ordening wordt overschat. Het systeem van
vereenvoudiging loopt spaak door het grote aantal onderwerpen, door de meer
interactieve planning, en door een meer multidisciplinaire opvatting van
kennis.''
Het leidt ook tot polarisatie. Bij de ecologen riep de nieuwe, gemaakte
natuur constant heftige debatten op met andere grondgebruikers en
liefhebbers van de meer op de landbouw geënte natuur. De archeologen zijn
volgens Van Assche net zo rechtlijnig. ,,Bij Leidsche Rijn werden resten
van kampvuren en afvalbergen uit de IJzertijd - kwetsbare sites waaruit
veel valt af te lezen over het dagelijkse leven in die tijd - als het ware
opgedrongen als vorm aan de architecten, terwijl er allerlei andere
stedenbouwkundige plannen in de maak waren.'' En bij de Vinexlocatie
Schuytgraaf bij Arnhem moesten plannen omgegooid worden omdat archeologen
vondsten hadden gedaan. ,,Malta wordt gebruikt als machtsmiddel'', aldus
Van Assche.
De ruimtelijke ordening zit zo gevangen in de tweespalt tussen regelzucht
enerzijds en de wens van een multifunctioneel landschap en interactieve
planning anderzijds. Dat moet veranderen, vindt Van Assche. ,,Als je
belastinggeld uitgeeft, zou je wel eens een beetje mogen kijken of je
ideeën aansluiten bij wat er in de maatschappij leeft. Kijk bijvoorbeeld
hoe allochtonen met de Nederlandse geschiedenis omgaan. Dan zie je dat er
iets ideologisch achterzit. De overheid wil de geschiedenis van de
nationale staat laten zien, dus die plekken waar dat zichtbaar is zijn
belangrijk. In Nederland is de zeventiende eeuw de gemeenplaats van het
nationale beeld van de geschiedenis.'' We moeten beseffen dat we in een
ingewikkelde maatschappij leven, met een even ingewikkelde geschiedenis en
cultuur. ,,Toeristen aan het begin van de twintigste eeuw hebben
Nederlanders wel eens de Chinezen van Europa genoemd, omdat ze de minst
begrijpelijke cultuur hebben.''

Martin Woestenburg

Re:ageer