Wetenschap - 16 oktober 2017

Roundup-restjes in landbouwgrond

tekst:
Stijn van Gils

Bijna de helft van de landbouwgrond bevat het onkruidbestrijdingsmiddel glyfosaat of afbraakproducten daarvan. Ook kunnen die stoffen zich gemakkelijker verspreiden dan gedacht. Dat blijkt uit Wagenings onderzoek. De vondst kan gevolgen hebben voor een nieuwe toelating.

© Flickr.com / Mike Mozart

Van bier tot brood tot de ijsjes van Ben en Jerry’s. Residuen van de veelgebruikte herbicide glyfosaat (bijvoorbeeld Roundup) werden de laatste jaren in allerlei producten aangetroffen. ‘Het was nooit duidelijk waar het middel precies vandaan kwam’, vertelt Violette Geissen, onderzoeker bij de leerstoelgroep Bodemfysica en Landbeheer. ‘Maar naar de bodem was nooit gekeken. Er werd altijd aangenomen dat de stof snel afbrak. Wij hebben nu de bodem van willekeurige landbouwgronden verspreid over Europa onderzocht.’

Veel aangetroffen
De stof bleek in Europa geregeld voor te komen, blijkt uit het wetenschappelijke artikel dat gisteren online kwam in Science of the Total Environment. In maar liefst 45% van de 317 onderzochte monsters werden glyfosaat en het afbraakproduct AMPA aangetroffen. In 21% van de monsters was dat de stof glyfosaat zelf. In 42% ging het (daarnaast) om het afbraakproduct AMPA. Nederland was in de resultaten een middenmoter; glyfosaat werd hier in 7 van de 30 (23%) monsters aangetroffen en AMPA in 12 van de 30 (40%) monsters.

Gemakkelijke verspreiding
De onderzoekers zijn bang dat het middel zich vrij gemakkelijk kan verspreiden via wind of watererosie. ‘Er werd altijd aangenomen dat het middel in de bodem niet uitspoelt omdat het blijft plakken aan kleine bodemdeeltjes en organisch materiaal. Maar het blijkt dat glyfosaat en AMPA juist samen met deze bodemdeeltjes verplaatst worden door water en wind. De stoffen kunnen zo in het oppervlaktewater terecht komen.’ De onderzoekers gebruikten daarom een nieuw concept om de verspreiding via deze wegen in kaart te brengen. Zij zagen meer verplaatsing van glyfosaat en AMPA dan eerder aangenomen.

Geen normen
Geissen noemt het resultaat ‘schokkend’, maar ze is niet verbaasd. ‘Er bestaan in Europa geen normen voor de hoeveelheid glyfosaat en AMPA in de bodem en dat is absurd. We weten helemaal niet wat die stof doet. We weten niet wat de gevolgen zijn voor de bodembiodiversiteit, we weten niet precies wat het effect op onze gezondheid is. Ik vind dat we het middel uit voorzorg moeten verbieden. Er zijn genoeg alternatieven, van mechanische verwijdering van onkruiden tot afvlammen.’

Langer ter discussie
Het gebruik van glyfosaat staat al langer ter discussie. Er heerst overeenstemming dat glyfosaat en AMPA giftig zijn voor het aquatisch leven. De Wereldgezondheidsorganisatie classificeerde glyfosaat zelfs als ‘mogelijk kankerverwekkend’, het EU-agentschap voor voedselveiligheid ontkrachtte die conclusie weer.

Hard bewijs niet geleverd
Voorstanders wijzen er op dat hard bewijs voor gezondheidsschade nog nooit geleverd is en dat alternatieve middelen veel duurder of schadelijker zijn. Op dit moment beraadt de Europese Commissie zich over de hertoelating van het middel voor de komende jaren. Een meerderheid in de Tweede Kamer sprak zich vorige week uit vóór zo’n hertoelating.

Andere middelen
Naast glyfosaat keken de onderzoekers ook naar verschillende andere middelen. Resultaten daarvan zijn nog niet bekend, al kan Geissen al wel mededelen dat in slechts 17% van de gevallen géén resten van pesticiden werden aangetroffen. ‘Ik denk dat we het gebruik van pesticiden fundamenteel moeten heroverwegen.’