Organisatie - 13 september 2007

Roos Molenaar

314_opinie_0.jpg
314_opinie_0.jpg

Foto: .

Haar dag begon met het vermalen van dode kippenkuikens, om zo de hoeveelheden eiwit, vet en droge stof te kunnen bepalen. ‘Door hun vele dons raakte de staafmixer aanvankelijk verstopt’, vertelt aio Roos Molenaar, die omzettingen van voedingstoffen van het ei naar het kuiken onderzoekt bij de leerstoelgroep Adaptatiefysiologie. ‘Iemand die met ratten had gewerkt gaf de tip om ze tien uur in de autoclaaf te zetten, op 120 graden. En nu gaat het prima.’
En zo gaat een in water gekookt, gelig kuiken in een bekerglas, ‘bzzzzt’ onder de staafmixer, waarna het bruingrijze goedje wordt overgegoten in een monsterflesje. Voor haar metingen hebben al ruim duizend kuikens het loodje gelegd. Niks niet zielig of eng, vindt Roos. ‘Als je eenmaal met onderzoek bezig bent is het gewoon heel interessant.’
‘Het liefst zou ik gewoon onder een broedende kip meten. Een kip is toch de beste broedmachine.’ Maar omdat dat – nog – niet lukt, heeft ze voor haar promotieonderzoek eieren onder verschillende omstandigheden in een machine uitgebroed om daarna te kijken hoe de kuikens met de voedingsstoffen in het ei zijn omgegaan. ‘Bij hun geboorte verschilt ook het restje dooier dat ze nog hebben. Dat bevat belangrijke bouwstoffen voor de eerste dagen.’ En dus vermaalt ze vandaag ook dooiers in een mortier.
Roos werkt ook voor een bedrijf dat broedmachines maakt. Een ideale combinatie, vindt ze, vanwege de link met de praktijk. ‘Soms zijn studenten die kippenonderzoek doen nog nooit op een broederij geweest. Daardoor ontstaat er een gat tussen mensen die onderzoek doen en mensen uit de praktijk. En als je bij een bedrijf iets vindt dat werkt, wordt het meteen uitgevoerd. Het is dan minder belangrijk waarom.’

Re:ageer