Wetenschap - 27 maart 2014

Roofvogels zijn prima verklikkers

tekst:
Roelof Kleis

Roofvogels zijn goed bruikbaar om de natuur de pols te nemen. Bijvoorbeeld als indicatoren van gehaltes aan verontreinigende stoffen in ons leefmilieu. Ecotoxicoloog Nico van den Brink (Toxicologie) onderzocht samen met een internationaal team van onderzoekers de mogelijkheden voor een pan-europees monitoringsnetwerk.

‘Voor bepaalde verontreinigingen zijn roofvogels en uilen ontzettend goede indicatoren’, legt Van den Brink uit. ‘Roofvogels zitten aan de top van de voedselpiramide. Verontreinigingen die zich in de voedselketen ophopen, vind je het meeste terug in roofvogels.’ In de veren of de eieren van vogels, maar ook in allerlei organen en weefsels.  Die constatering is overigens niet nieuw. Al meer dan een halve eeuw worden haviken, valken, gieren en uilen gebruikt als ecomonitor. Van den Brink en collega’s hebben voor het eerst een overzicht gemaakt van wat er op dit vlak in de loop der tijd allemaal aan studies en onderzoek is gedaan of nog steeds gaande is in Europa.  

Dat leverde een oogst op van 52 uiteenlopende studies uit 15 verschillende (voornamelijk West-Europese) landen. Slechts één van die onderzoeken vond in ons land plaats. Het gaat om een studie die Van den Brink voor Alterra uitvoerde in 2000. ‘Een studie naar de verontreiniging van uiterwaarden met PCB’s en zware metalen. Wij gebruikten daar steenuilen voor. Die fourageren op wormen en dat zijn goede indicatoren voor dit soort verontreiniging. De vervuiling in de uiterwaarden bleek significant groter dan elders in het land.’ Het bleef door gebrek aan geld bij dat ene onderzoek. Al zijn er volgens Van den Brink wel plannen voor nieuw onderzoek. Dit keer naar de aanwezigheid van rodenticiden, chemische middelen om ratten te bestrijden.

Witte vlekken

Een Europabreed monitoringsnetwerk hoort volgens Van den Brink zeker tot de mogelijkheden. Maar dan moeten de bestaande onderzoeken wel beter op elkaar worden afgestemd. De gehanteerde methodes bijvoorbeeld lopen sterk uiteen. Sommige onderzoekers gebruiken veren en eieren om verontreinigingen aan te tonen, anderen nemen monsters van dode of levende vogels. Bovendien moeten de witte vlekken op de kaart, zoals ons land en Oost-Europa, worden ingevuld.

Dé modelvogel om mee te meten bestaat volgens Van den Brink overigens niet. ‘Het hangt er van af welke stoffen je wilt monitoren. Als je bijvoorbeeld naar rodenticiden kijkt, moet je een soort hebben die op kleine zoogdieren foerageert of aas eet. In de buurt van gebouwen kunnen dat kerkuilen zijn of torenvalken. In andere gebieden de rode wouw. Maar die is in ons land zeldzaam; er zijn maar enkele broedparen van. Dus daar heb je niet zoveel aan als je een breed overzicht wilt hebben. Daarnaast eten vogels niet overal hetzelfde. Steenuilen eten hier wormen, maar in Zuid-Europa meer kevers en insecten.’



Re:ageer