Organisatie - 31 mei 2007

Ron Spithoven

‘Vroeger was dit echt een ondergeschoven kindje’, vertelt Ron Spithoven, hoofd van het Service Centrum Post. ‘Wie binnen de universiteit slecht presteerde, kwam al snel hier terecht.’

190_opinie_0.jpg
190_opinie_0.jpg

Foto: .

Maar de tijden zijn veranderd. Tegenwoordig moeten Ron en zijn medewerkers niet alleen Engels beheersen, ze moeten ook raad weten met computers, want veel van het werk is geautomatiseerd. ‘Een koerierstuk krijgt nu bijvoorbeeld een unieke barcode, zodat klanten via internet kunnen zien waar het zich bevindt.’
In 1992 gaf Ron zijn baan bij de PTT op om leiding te geven aan de postkamer van de Landbouwuniversiteit. ‘Ik kwam hier speciaal om te reorganiseren, omdat er totaal geen overzicht was van wat er allemaal verstuurd werd.’ En er wordt nogal wat verstuurd: jaarlijks 1,5 miljoen stukken naar locaties buiten Wageningen.
‘Het leuke is dat het soms om bijzondere dingen gaat, zoals biologisch materiaal’, zegt Ron. ‘Dat moet dan snel gebeuren. We moeten ook wel eens overleggen met de onderzoekers over wat er precies in de pakketjes zit, want niet alles komt de grens over.’ Zo worden niet overal producten geaccepteerd die zijn gekoeld met droogijs. Ron krijgt ook vragen over wat mag en wat niet. ‘Varkensbloed onder de arm meenemen naar Canada, bijvoorbeeld.’
Dat de hoeveelheid brievenpost door de opkomst van internet en e-mail sterk is afgenomen, vindt Ron wel jammer. ‘Vroeger stuurden we bijvoorbeeld tienduizend brieven per jaar naar de studenten. Alles ging via ons: uitnodigingen, cijferlijsten, mededelingen.’ Toch krijgt hij nog altijd studenten over de vloer, voor de post van de verenigingen. Bovendien: ‘Iedere werknemer van Wageningen UR is een klant van ons.’

Re:ageer