Organisatie - 14 december 2006

Romantisch landschap wordt te duur

Het platteland is een groene oase met koeien, schapen, weides en rust en dat moet zo blijven, vindt de Nederlander. Maar de landbouwsubsidies staan op de helling en het is de vraag of dit door boeren onderhouden landschap betaalbaar blijft. Wetenschappers denken al na over alternatieven, zoals uitgestrekte bossen waar stedelingen een huis in mogen bouwen.

15_achtergrond0.jpg
Nederlanders hebben een romantisch beeld van het platteland. Ze associëren het vooral met koeien, boeren en rust, veel minder met rivieren, dorpen of natuur, en nog veel minder met mest en stank. Dat blijkt uit de enquête die onderzoeksbureau Interview-NSS onlangs uitvoerde in opdracht van de provincies Utrecht, Gelderland, Overijssel, Limburg en Noord-Brabant. Die provincies zijn bezig met de reconstructie van de intensieve veehouderij en willen weten wat inwoners vinden van het landelijke gebied.
Wat hen betreft hoeft daaraan niets te veranderen, blijkt uit het onderzoek. De respondenten vinden het platteland mooi zoals het is. Boeren moeten ook in de toekomst ruim baan krijgen om te produceren, de overheid moet boeren meer belonen om het platteland te onderhouden en voor de natuur te zorgen.
Het probleem is dat het Nederlandse platteland hoe dan ook zal veranderen. Er zijn steeds minder boeren en de achterblijvers hebben steeds meer moeite om het hoofd boven water te houden. De Europese landbouwsubsidies - de kurk waarop de Nederlandse landbouw drijft - veranderen en zullen op korte termijn waarschijnlijk verdwijnen. Wat daarvoor in de plaats komt, is vooralsnog onduidelijk. Het kan zijn dat boeren subsidies krijgen voor het onderhoud van het landschap, maar het kan ook zijn dat de klassieke boer verdwijnt.

Belgische toestanden
Vanuit de romantische plattelandsvisie is dat een schrikbeeld. Want zonder boer verloedert het platteland, luidt het doemscenario. We zouden dan 'Belgische toestanden' krijgen: geen strak polderlandschap met zwartwitte koeien en idyllische boerderijtjes maar een rommelig zootje met wat zompige weides en allerlei bouwsels van ondefinieerbare hobbyarchitectuur.
Dat deze angst diep zit, blijkt uit de heftige reacties op de toekomstvisies van ir. Pieter Vereijken van Plant Research International. Hij voorziet dat onder de huidige omstandigheden de grondprijs zo hoog wordt, dat we in Nederland niet meer normaal kunnen wonen. ‘Nu al bedraagt de hypotheeklast die de Nederlandse bevolking moet dragen vierhonderd miljard euro. Dat is tweemaal de staatsschuld.’
Of boeren het platteland moeten blijven beheren is voor Vereijken dan ook een onnodige en bange vraag binnen een Europese Unie die kampt met overproductie aan voedsel. 'Waarom zouden mensen die nu in armoedige flatwijken wonen niet een woning in het groen kunnen hebben?' Dat kan volgens Vereijken als we de weides in het oosten en noorden van het land laten uitgroeien tot bos - 'bos groeit vanzelf' - en daartussen woningen bouwen. ‘Dan ben je tenminste bestand tegen de extreme hitte en stormen die de klimaatsverandering ons dreigt te bezorgen. In het natte en laaggelegen westen kunnen we blijven wonen achter dijken, op terpen en drijvende fundamenten in een platteland van rietvelden. Die zijn goed voor waterberging en waterzuivering.’ Voedsel halen we wel elders vandaan, aldus Vereijken.
Heiligschennis, riepen de geschrokken plattelandsromantici in koor. En de vergezichten van Vereijken gaan ook veel Wageningse wetenschappers te ver. Niet omdat een platteland zonder boeren ondenkbaar is, stelt dr. Herbert Diemont van Atlerra - 'we moeten niet te krampachtig denken' - maar uit praktisch oogpunt. 'Ik ben geen scenarioschrijver. Ik ben een procesmatig gedreven man. Met de wetenschap de wereld in, en al doende zie je het ontwikkelen.' Daarbij is de boer de meest natuurlijke partner, want die zit er nu eenmaal al, vindt ook prof. Wim Heijman van de leerstoelgroep Economie van consumenten en huishoudens. 'Je kunt niet om de grondeigenaar heen. Die moet je op een fatsoenlijke manier behandelen.'

Facelift
Om de boeren te laten overleven, is een enorme ruimtelijke ordeningsslag nodig, denken zowel Diemont als Heijman. Heijman verwacht dat op het echte open platteland van bijvoorbeeld Noord-Nederland of de IJsselmeerpolders nog wel mogelijkheden zijn voor grootschalige melkveehouderij, maar hij denkt daarbij wel aan bedrijven van on-Nederlandse proporties. 'Bedrijven met zo'n drie- tot vierduizend koeien en honderden hectaren grond. Die moet je dan ook niet te veel lastigvallen met regels.'
Net als Heijman verwacht Diemont echter dat daarnaast ook de kleinere boer het kan redden, bijvoorbeeld door zich langs de ecologische hoofdstructuur te vestigen en zich te richten op biologische landbouw en natuurbeheer. Iets verder van de natuurgebieden is plaats voor boeren die gericht zijn op gangbare landbouwproductie in combinatie met landschapsbeheer. Diemont werkt met collega's van Alterra en het LEI aan de visie Boeren voor Natuur, waarin de onderzoekers uitrekenen hoe de boer in zo'n systeem een goede boterham kan verdienen. Uit de eerste berekeningen blijkt dat het inkomen vooral komt uit betalingen voor het landschapsonderhoud.
Maar Vereijken gaat zo'n enorme agrarische facelift voor het platteland lang niet ver genoeg. 'We moeten ervoor zorgen dat de kinderen gelijk krijgen als ze zeggen dat de melk uit de fabriek komt. Dat kan met cultures van melkcellen of melkeiwitproducerende enzymen. Dan benut je de plantaardige grondstoffen veel efficiënter, je hebt geen last meer van mestoverschotten en verlost bovendien de koe uit haar slavernij. Intensieve veehouderij met varkensflats is een beschavingsniveau lager dan bioreactoren met varkensspiercellen of spiereiwitten.'
Volgens ruraal socioloog prof. Han Wiskerke verliezen we echter met het afserveren van de boer als plaatsbepalende speler in het platteland ook de specifieke kwaliteiten van regio's en de daaraan gerelateerde goederen en diensten. 'De menselijke maat raakt zoek.'
Wiskerke ziet in de multifunctionele landbouw echter een tegenbeweging ontstaan. 'Ik kan me voorstellen dat er kunstmatige melk wordt gemaakt, maar ik zie tegelijkertijd een tegenbeweging die zich inzet voor bijvoorbeeld de karakteristieke smaak van producten. Een voorbeeld daarvan is de beweging Slow Food die zich inzet voor gastronomische diversiteit. En je ziet ook een herwaardering van het dialect en een opleving in het verenigingsleven in dorpen. De menselijke maat terug in de voorziening van goederen en diensten en herwaardering van het eigene en authentieke van de regio, dat zijn de peilers van de tegenbeweging. Dat blijkt deels ook uit de verkiezingsuitslag. De politieke partijen die gewonnen hebben zitten sterk op die lijn, alhoewel de SP soms teruggrijpt op een romantisch beeld uit de jaren vijftig.'

Aaibaar
Het probleem is wel dat de multifunctionele landbouw te sterk wordt bewierookt, vindt Heijman. 'Ik heb het gevoel dat sommige mensen denken dat landbouw alleen maar multifunctionele landbouw kan zijn. Er is een romantische neiging om de boer te beschermen. Als je de boer genoeg geld biedt, verkoopt hij zijn land. Boeren zijn over het algemeen realistisch en economisch ingesteld. Ze hebben alleen te lijden onder een sukkelig en aaibaar imago. Dat is een verkeerd boerbeeld.'
Wiskerke benadrukt echter dat het combineren van producten en diensten niet zozeer leuk of ‘romantisch’ is, maar economische en maatschappelijke voordelen oplevert. 'Zorgboerderijen zijn bijvoorbeeld goedkoper dan zorginstellingen die alleen zorg aanbieden. Diensten combineren met landbouwproductie is goedkoper. En het idee dat economische efficiëntie alleen kan via schaalvergroting klopt niet. Kleine ziekenhuizen zijn efficiënter dan grote instellingen. Voor de patiënten van bijvoorbeeld zorgboerderijen is het belangrijk om met productie bezig te zijn. Dan worden ze serieus genomen en krijgen ze een plek in de samenleving. Dat is heel wat anders dan dat ze een paard kunnen aaien.'
Vereijken vindt dat een achterhoedegevecht en denkt dat het tijd is voor een heel andere visie op het landelijke gebied. 'Die boeren met hun ambachtelijke kaasjes van Slow Food kunnen best een niche vinden, als jij er maar de portemonnee voor trekt. Maar we moeten juist werken aan het doorbreken van dit romantische en gestolde denken. De mening over god is in de huidige samenleving veranderd, maar de mening over het platteland blijft hetzelfde.'

Re:ageer