Wetenschap - 1 januari 1970

Roetdeeltjes maken water schoon

Roetachtige stoffen uit het verkeer en de industrie kunnen juist goed zijn voor het milieu: ze maken water schoon. Dat blijkt uit onderzoek van ir Michiel Jonker.

De concentraties van giftige PAK's, chloorbenzeen, dioxines en pcb’s in water zijn soms veel lager dan wordt aangenomen, als tenminste roetachtige materialen in de waterbodem aanwezig zijn. De giftige stoffen worden gebonden aan de roetdeeltjes en blijven daardoor in de waterbodem zitten in plaats van zich te verspreiden. Jonker ontdekte dit bindingsproces in waterbodems van het Ketelmeer in Flevoland. Ook experimenteerde de milieukundige met roet- en oliemonsters die ter beschikking werden gesteld door onder meer Kwik-fit, Shell, Gulf Oil en zelfs een schoorsteenveger.
Op grond van dit onderzoek lijkt de huidige risicobeoordeling voor vervuilde waterbodems niet correct. Er wordt alleen rekening gehouden met de relatief zwakke binding van pcb's en andere giftige stoffen aan natuurlijk organisch materiaal, en niet aan roet. Risico’s zouden daardoor aanmerkelijk kunnen worden overschat. Sanering en opslag van de bagger in speciale depots hoeft dan ook in sommige gevallen niet nodig te zijn, stelt Jonker. Veldmetingen naar de bindingscapaciteit van roet zijn daarom zinvol, omdat hiermee enorme kosten voor de maatschappij te besparen zijn.
De aanwezigheid van roet in waterbodems ligt niet zo voor de hand, maar door een breed scala aan verbrandingsprocessen in het verkeer, de industrie en door bosbranden komt wereldwijd jaarlijks zo'n 100 miljard kg aan roetachtige stoffen in de atmosfeer terecht. Met de regen vloeit een groot deel daarvan naar het oppervlaktewater en de waterbodem. | H.B.

Jonker promoveert op 7 juni bij prof. Marten Scheffer, hoogleraar Aquatische ecologie en waterkwaliteitsbeheer en prof. Bert Lijklema, hoogleraar Waterkwaliteitsbeheer

Re:ageer