Wetenschap - 1 januari 1970

Roeier Eelke Westra wil graag winnen

Roeier Eelke Westra wil graag winnen

Roeier Eelke Westra wil graag winnen


‘Op een slechte training zie je iedere eend’

Zes jaar geleden begon ir Eelke Westra met roeien. Hij had talent, want
vier jaar later startte hij voor een eerst keer op de
Wereldkampioenschappen. Hij heeft een wedstrijdinstelling, maar schat
zichzelf vaak lager in dan zijn tegenstanders. Wel kan hij relativeren:
,,Eigenlijk is iedere wedstrijd hetzelfde. Je ligt bij de start naast
andere boten en wilt als eerst bij de finish komen.’’

Scheepvaart
Westra is lang, slank en bruinverbrand. De haren op zijn armen zijn net zo
blond als op zijn hoofd. ,,Ik ben voor een roeier in de lichte klasse met 1
meter 90 vrij lang. Mannen die twintig centimeter kleiner zijn hebben vaak
grotere beenspieren en iets meer vermogen. Daarentegen kan ik weer langere
halen maken, dus eigenlijk maakt het niet zoveel uit’’, vertelt Westra over
zijn lichaamsbouw.
Hij stapte zes jaar geleden bij roeivereniging Argo voor het eerst in een
roeiboot. ,,Voordat ik hier kwam studeren had ik twaalf jaar
wedstrijdgezwommen, thuis in Den Helder. Om toch te blijven sporten ben ik
gaan roeien. Ik wilde ook wel eens in teamverband sporten.’’ Door lid te
worden van Argo kon hij tevens mensen van buiten zijn studie leren kennen.
De sport won het echter al gauw van de gezelligheid. ,,Ik heb een
wedstrijdinstelling. Ik wil altijd winnen. Na een jaar regioroeien werd ik
dus wedstrijdroeier. Dat kwam er op neer dat we bij wedstrijden met zijn
vieren gezamenlijk probeerden als eerste de finish te halen. Dat is niet
gelukt het eerste jaar’’, lacht hij. Westra kwam er wel achter dat hij
talent voor de sport had. ,,Ik had een sportverleden, een goede conditie en
merkte dat roeien vanzelf ging. Ik kreeg ook weinig commentaar van de
coach.’’
Volgens hem zijn drie dingen belangrijk in het roeien: motoriek, fysiek en
inzet. ,,Je moet je lichaam aan kunnen sturen, sterk genoeg zijn,
trainingen vol kunnen houden en leuk vinden wat je doet.’’ Op de vraag waar
hij aan denkt tijdens het roeien zegt hij: ,,Bij een wedstrijd denk ik soms
na 250 meter ‘waar ben ik aan begonnen’. Of ik besef na een kilometer dat
ik moe ben. Dat betekent ook dat ik dan niet goed geconcentreerd ben, wat
onherroepelijk energieverlies inhoudt omdat je dan op andere dingen let. Op
een slechte training zie je iedere eend. Soms denk ik echter nergens aan,
dan ben ik alleen maar aan het roeien. Dan gaat alles vanzelf, kom je leeg
aan op de finish en ben je alles kwijt van de omgeving.’’
Westra geniet nog altijd van het roeien op de Wageningse Rijn. ,,Je kunt
hele mooie zonsondergangen zien. Of ’s ochtends vroeg in de ochtenddamp
varen. Dan kijk je vanuit je boot uit over een witte deken, vogels om je
heen. Dat hebben ze nergens in roeiend Nederland.’’ Vanwege de scheepvaart
en de harde stroming is de Rijn alleen geen geweldig trainingswater. Daarom
heeft hij in Nederland ondertussen overal gevaren waar je lange rechte
stukken hebt en weinig scheepvaart. Voor roeiers is scheepvaart lastig
vanwege de golven die boten maken. ,,Wij zitten maar tien centimeter boven
het water en als schepen dan golven van veertig centimeter maken schommelen
we aardig heen en weer. Het hoort erbij, maar gelukkig zijn er ook boten
die gas terug nemen omdat ze weten dat we er last van hebben.’’
Westra kan zich verder nog wel eens ergeren aan andere roeiers die zich
niet aan de verkeersregels houden. ,,Je moet op het water net als op de weg
rechts houden. Het verbaasd me als mensen dat niet doen. Mensen met weinig
ervaring wil ik het wel uitleggen, maar als ik weet dat iemand beter moet
weten kan hij een scheldpartij verwachten. Je zit namelijk met je rug in de
richting waarheen je vaart en omdat ik boeg zit mag ik de eerste klap
opvangen.’’

Andersom
Een mooie omgeving is voor Westra een toegevoegde waarde. Hij geniet daarom
net als de meeste roeiers erg van wedstrijden in het Zwitserse Luzern. ,,De
baan ligt daar in een natuurlijk bergmeer en voldoet aan alle eisen voor
een roeibaan. Het is er windstil en het water is diep. Tijdens het roeien
kun je de koebellen in de bergen horen rinkelen.’’
In de loop der jaren heeft hij in boten variërend van acht man plus
stuurman tot alleen in de skiff gezeten. Zijn favoriete boot is een twee
zonder stuurman, waarbij iedere roeier één riem heeft. Degene die het
dichtst bij de achterkant van de boot zit stuurt met zijn voet. ,,In de
twee zonder moet je volledig in harmonie zijn met elkaar. Als de één niet
goed meedoet ga je rondjes varen. Het is de ultieme vorm van teamsport. In
de acht ben je meer dom vermogen, de motor die zorgt dat de boot van zijn
plek komt. De stuur regelt de rest. Veel mensen zit overigens graag alleen
in de boot om dan te kunnen zeggen dat het hun eigen prestatie is. Maar ik
vind het een grotere uitdaging om met een ander iets te bereiken.’’
Sinds vorig jaar is Michiel van Eupen zijn vast partner in de lichte twee
zonder. Westra keek in het begin wel op tegen mede-Argonaut Van Eupen,
vertelt hij. ,,Michiel had meer ervaring. Maar op een gegeven moment gingen
we samen hard en toen verdween dat gevoel.’’ De roeiers kunnen het goed met
elkaar vinden. ,,Dat moet ook wel, want we zitten drie uur per dag met
elkaar opgescheept, op nog geen meter afstand. Dat is zelfs in de meeste
relaties niet zo erg. Als we op trainingskamp zijn trekken we veel met
elkaar op, maar in Wageningen gaan we meer onze eigen gang, om niet gillend
gek te worden.’’ Als hij met Van Eupen roeit zit Westra altijd op boeg.
,,We hebben ook wel andersom gezeten maar als ik voor in de boot zit gaan
we het hardst.’’
Hun eerste jaar samen was zeer succesvol. Ze wonnen elke grote wedstrijd in
Nederland, inclusief de nationale titel. ,,In mijn eerste jaren zag ik de
roeiers van de Nederlandse top alleen bij de start en daarna roeiden ze
hard van me weg. Nu was ik degene die weg roeide’’, zegt hij niet zonder
trots. Na een derde plek op de wereldbekerwedstrijd in Luzern zouden ze
samen naar de Wereldkampioenschappen gaan. ,,En toen brak ik mijn hand bij
een val van mijn fiets. In één klap veranderden mijn gedachten van de WK
naar zorgen dat mijn hand weer heel wordt. Ik wilde niet gaan proberen
alsnog de WK te halen, want na het roeien heb ik ook nog een leven waarin
ik mijn hand gewoon wil kunnen gebruiken’’, zegt Westra en hij wrijft nog
eens even over de hand waarmee het helemaal goed gekomen is.
Dit seizoen heeft hij met Van Eupen en twee jongens uit Amsterdam ook
getraind voor de vier zonder, het enige nummer voor lichte roeiers op de
Olympische Spelen van volgend jaar. ,,Maar er is niet uitgekomen wat we
gehoopt hadden, we gaan niet hard genoeg. Je moet beter zijn dan de huidige
selectie om een kans te maken zelf in de boot te belanden.’’ Tot afgelopen
weekend was Westra sowieso niet zo tevreden over de prestaties van dit
jaar. De snelheid in de twee leed onder de tijd die in de vier was
gestoken. Daarnaast mistte hij een coach. ,,Onze coach is net vader
geworden en we hebben daarom een tijd wat minder begeleiding gehad. Jezelf
coachen werkt tot op zekere hoogte. Maar een derde paar ogen kan je
vertellen dat wat je voelt niet klopt en zorgen dat je niet teveel bezig
bent met dingen die niet belangrijk zijn.’’

Werken
Hoewel het naar zijn idee slechter ging realiseerde Westra zich ook dat
zijn referentieniveau is veranderd. ,,Het is goed om af en toe eens terug
te kijken. Vorig jaar zijn we uit het niets gekomen en hebben veel
gewonnen. Eigenlijk zijn we gewoon veel te kritisch. Maar het is soms
moeilijk om afstand te nemen als je altijd maar met zijn tweeën bezig
bent.’’ Afgelopen weekend bij de Koninklijke Maas Holland Beker roeide hij
met Van Eupen technisch weer beter. Het duo wordt nu waarschijnlijk door de
roeibond uitgezonden naar de wereldbekerwedstrijd in Luzern, alwaar ze zich
kunnen plaatsen voor de WK.
Wat het sporten dit jaar ook zwaarder maakt is dat hij is gaan werken. Bij
het ATO werkt hij aan een simulatieprogramma voor de houdbaarheid van
agrarische producten. ,,Ik heb zes en een half jaar over mijn studie
Landbouwtechniek gedaan en ben in januari afgestudeerd. Het laatste jaar
kreeg ik in het kader van de topsportregeling financiële ondersteuning van
de universiteit. Nadeel van werken is dat ik niet af en toe een dagje kan
niksen zoals tijdens mijn studie. Dingen moeten af.’’
Westra traint na werktijd. ,,Als het een zware dag is geweest trainen we
wat lichter. Als je moe bent is een zware training namelijk niet
productief.’’ Hij bekent nu vaak echt moe te zijn en denkt dat zijn
roeiprestaties lijden onder zijn baan. ,,Roeien is een manier van leven. Je
bent er elke dag mee bezig. Als er iets verandert dan verstoort dat. Door
het werk moet ik mijn leven opnieuw leren inrichten. Dat vergt enige
tijd.’’
Hij woont bewust nog in een studentenhuis. ,,Ik wil ergens lekker op een
bank kunnen zitten waar ik mensen om me heen heb om mee te praten.
Daarnaast heeft het natuurlijk als voordeel dat er vaak een bord met eten
voor me klaar staat als ik thuis kom.’’ Een saaie nette jongen is hij niet
geworden van het roeien. ,,Ik ga echt wel mee naar feesten als ik tijd heb
en niet al te moe ben. Ik woon overigens niet in een Argo-huis. Ik mag dan
wel graag over roeien praten, maar er zijn ook andere dingen die me
interesseren. In huis hebben we het ook gewoon over de verkiezingen, Irak,
het weer en het universiteitsbeleid bijvoorbeeld.’’
De roeiende ATO-onderzoeker denkt dat zijn slechtst eigenschap is dat hij
weinig zelfvertrouwen heeft. ,,Ik denk meestal dat anderen beter zijn.
Hoewel ik weet dat ik kan roeien schat ik mijzelf altijd lager in dan mijn
tegenstanders.’’ Daar staat tegenover dat hij een doorzetter is. ,,Je moet
reëel blijven, maar ik ergens aan begin ga ik er ook voor.’’
Hoe lang hij nog blijft roeien op topsportniveau weet hij niet. ,, Na de
Olympische Spelen ga ik meer aan mijn werk denken. Omdat er veel tijd in
het roeien gaat zitten moet ik het wel leuk blijven vinden. Door het roeien
heb ik veel mensen ontmoet en ben heel West-Europa doorgeweest. Maar op een
gegeven moment is het gewoon afgelopen’’, besluit hij schijnbaar
moeiteloos.
Yvonne de Hilster

Re:ageer