Organisatie - 18 november 2010

Robbeneiland

Minder dan een maand geleden had ik het voorrecht om Robbeneiland te bezoeken, om fynbos te inventariseren.

Op Robbeneiland hebben Nelson Mandela en zo veel andere niet-blanke strijders tegen apartheid jarenlang gevangen gezeten. Het waren niet de beelden van de kleine cellen, de troosteloze binnenplaats of de hoge hekken voorzien van rollen prikkeldraad die de meeste indruk op mij maakten, maar de verhalen van de mensen die ons rondleidden, oud-gevangenen.
Een bus voert ons langs alle plaatsen op het eiland die de geschiedenis hebben gekleurd. We komen langs een kerkhof waar gevangenen zijn begraven. We rijden langs de kalkgroeve waar grote stukken kalksteen werden losgehakt om later, in de gevangenis, tot gruis te slaan. In lange rijen op de binnenplaats. Werk zonder enig nut, alleen om de ongelijkheid te laten voelen, de wil te breken. We zien groepjes pinguïns, die hier hun noordelijkste voorkomen hebben, mogelijk gemaakt door het koude water van de golfstroom uit het zuiden. Ik luister en kijk naar onze gids in de bus terwijl hij vertelt over meneer Mandela die hen leerde niet te haten, geen vergelding. In het souvenirwinkeltje bij de haven koop ik niks, maar buiten raap ik wel een paar brokjes kalksteen op, afkomstig uit de groeve, die ik thuis aan mijn dochters zal geven.
Wat heeft dit alles met Wageningen te maken? Misschien heel weinig, misschien helemaal niets. Ik weet het niet. Misschien heel veel, misschien alles. Het was een voorrecht om Robbeneiland te bezoeken. Ja, een voorrecht. Zo zullen de gevangenen die hier, van hun vrijheid beroofd, onafgebroken gepijnigd en vernederd werden, het niet ervaren hebben.

Re:ageer