Organisatie - 1 januari 1970

Rikilt troeft Belgen weer af

Voor de tweede keer is een besmetting van veevoer in België opgespoord door het Wageningse voedselveiligheidsinstituut Rikilt. Onderzoekers vonden bij een steekproef verhoogde concentraties dioxine in varkensvet dat werd gebruikt voor veevoer. Door de vondst gingen in Nederland 265 bedrijven op slot, en in België bijna honderd.

De Belgische leverancier en het Belgische Voedselagentschap hebben de besmetting niet opgemerkt. Dat overkwam de Belgen eerder in 1999. Ook toen was het het Nederlandse Rikilt dat een besmetting met dioxine op het spoor kwam. De huidige dioxinegehaltes komen overigens niet in de buurt bij die van toen.
Dr. Ron Hoogenboom, projectleider van de groep die de besmetting opspoorde, legt uit dat het Rikilt besmettingen sneller ontdekt omdat het instituut andere tests gebruikt dan zijn Belgische collega's. De opsporen van dioxines is niet gemakkelijk. De normen zijn streng, en alleen zeer gevoelige apparatuur kan de lage concentraties meten.
De Belgen gebruiken daarom een omweg om te bepalen of er dioxines aanwezig zijn in diervoeding. Ze meten de aanwezigheid van pcb's, een andere giftige chloorverbinding, en gebruiken de aanwezigheid van die stoffen als indicator voor besmetting met dioxines. Die methode is een erfenis van de grote besmetting in 1999. Toen bleek olie uit transformatoren de bron te zijn van de dioxines. In die olie zit een grote hoeveelheid pcb's die veel makkelijker te detecteren zijn dan dioxines.
Hoogenboom gebruikt een test die in de jaren negentig is ontwikkeld door de leerstoelgroep Toxicologie van Wageningen Universiteit. De zogenaamde Calux-methode maakt gebruik van levende genetisch gemodificeerde cellen. De cellen geven licht in de aanwezigheid van dioxine, en geven een snelle indicatie van de aanwezigheid van deze chloorverbindingen. Verdachte monsters worden daarna chemisch geanalyseerd. Hoogenboom: 'Het voordeel is dat wij met de Calux-methode alle typen dioxines in één keer te pakken hebben. Daarbij merken wij ook monsters op waar geen pcb's in zitten, en de Belgen niet.'
Het Rikilt krijgt waarschijnlijk ook monsters van geslachte varkens die het besmette voer hebben gegeten. Theoretische berekeningen wijzen uit dat vleesvarkens die langdurig het besmette voer hebben gegeten, te hoge concentraties dioxine kunnen bevatten. Hoogenboom maakt zich niet ongerust over de volksgezondheid. 'De normen voor varkensvlees zijn erg streng.' Toch vindt hij het terecht dat varkenshouders na de ontdekking van de dioxinebesmetting hun dieren niet meer af mogen voeren van de overheid. 'Dat heeft vooral te maken met geloofwaardigheid. Dioxine hoopt zich gedurende je leven op in vetlagen, dus je wilt langdurige blootstelling vermijden. Daarom zijn de normen heel streng. Tijdelijk een kleine extra dosis is geen reden voor paniek. Maar je kunt het niet aan het publiek verkopen om een beetje losjes met de normen om te gaan. En de bedrijven vinden het ook niet erg om het zekere voor het onzekere te nemen, als het maar niet te lang duurt. Zij willen graag dat hun producten vertrouwd worden.' / KV

Re:ageer