Wetenschap - 29 maart 2001

Rikilt onderzoekt ontgiften van veevoer

Rikilt onderzoekt ontgiften van veevoer

In de VS, Engeland en Frankrijk persen fabrikanten van veevoer ammoniakgas onder hoge druk door het product om gevaarlijke schimmelgiffen onschadelijk te maken. Rikilt onderzoekt of er bij de methode geen andere gifstoffen ontstaan.

In de onderzoeken ligt het accent op pindaschroot. Pindaschroot is de stof die overblijft als machines de olie uit pinda's hebben geperst. Het is een uitstekende eiwitbron en mengvoederfabrikanten voegen het dan ook toe aan hun voer. Als de pinda's worden bewaard in een warme en vochtige omgeving, kunnen er Aspergillusschimmels op gaan groeien. Die schimmels produceren het kankerverwekkende aflatoxine.

In proeven met pure aflatoxine blijkt de ammoniakmethode uitstekend te werken. Het schimmelgif wordt afgebroken. Daarbij ontstaan weer andere toxische stoffen, maar die zijn stukken minder gevaarlijk dan aflatoxine. Bij proeven met beschimmeld schroot treden echter andere processen op. "Aflatoxine wordt bijna volledig afgebroken", vertelt dr. ir. Ron Hoogenboom van Rikilt. "Maar de afbraakproducten die ontstaan bij de experimenten met puur aflatoxine vinden we niet terug. En we hebben eerlijk gezegd nog geen idee wat er wel ontstaat."

Dat er zich toch nog kankerverwekkende stoffen in bevinden, blijkt uit proeven met ratten. "Maar de nieuw ontstane stoffen zijn lang niet zo gevaarlijk als aflatoxine", zegt Hoogenboom. De proefdieren maakten wel meer enzymen aan die vaak samengaan met leverkanker, maar kregen deze ziekte niet. "Wat de aanmaak van die enzymen veroorzaakt, weten we nog niet. Misschien wel andere schimmelgiffen van de Aspergillus, die niet door ammoniak worden afgebroken." | W.K.

Re:ageer