Wetenschap - 1 februari 2001

Rikilt en ATO kijken samen in infrarood

Rikilt en ATO kijken samen in infrarood

Onderzoekers van ATO en Rikilt gaan samen onderzoeken wat infraroodtechnologie kan betekenen voor de voedselindustrie. De techniek vergemakkelijkt de kwaliteitscontrole in het productieproces van voedingsmiddelen. Het samenwerkingsverband hoopt uiteindelijk uit te groeien tot een kenniscentrum.

Nabij-infraroodspectografie houdt in dat een soort warmtestraling wordt afgevuurd op organische stof. Een sensor vangt de weerkaatste straling op en leidt daaruit onmiddellijk een aantal chemische eigenschappen af. Proeven zijn niet nodig. Wachten ook niet. Als dat nodig is, kunnen operators het proces meteen bijsturen. "Een nuttige technologie dus", concludeert ing. Frank Schreutelkamp van ATO. "Een kenmerk van de methode is dat je zo inhoudsstoffen kunt meten die voor enkele tientallen procenten het gewicht van een stof bepalen, zoals water. Met veel verfijnde methoden kan dat niet. Die zijn alleen geschikt om verbindingen te meten die in heel kleine hoeveelheden in een stof aanwezig zijn."

Daarnaast is de methode schoon. Gevaarlijke oplosmiddelen komen er niet aan te pas.

In de samenwerking van drie fulltimers en enkele parttime medewerkers vullen de expertises van de beide instituten elkaar aan. "ATO weet hoe je processen moet optimaliseren", zegt Schreutelkamp. "En Rikilt weet hoe je moet bepalen wat er allemaal in een stof zit." Voor Rikilt zit ing. Rob Frankhuizen in het samenwerkingsverband. Frankhuizen staat bekend als de founding father van de nabij-infraroodspectografie in de voedingsindustrie. | W.K.

Re:ageer