Wetenschap - 1 januari 1970

‘Rijke’ Indiër wordt liever onderwijzer dan ondernemer

Kleinschalige industrie kan de rurale economie in West Bengalen in India versterken. Maar juist de boeren die wat geld over hebben en een bedrijfje buiten de landbouw zouden kunnen beginnen, doen dat niet.

Weverijen, pottenbakkerijen en rijstmalerijen. Het is dat soort kleine bedrijvigheid dat de economie van West Bengalen sterker zou kunnen maken. Maar om zo’n bedrijfje te beginnen is startkapitaal nodig. En uit promotieonderzoek van econoom Subrata Dutta blijkt dat juist de rijkere en beter opgeleide boeren er van afzien een niet-agrarisch bedrijfje te beginnen. Ook hun kinderen zien weinig heil in het ondernemerschap.
Dutta zegt dat goed opgeleide boeren eerder een baan zoeken bij de overheid, bijvoorbeeld als onderwijzer, omdat zo’n baan een zeker inkomen geeft. En de rijkere boeren zien waarschijnlijk voldoende mogelijkheid op hun boerderij om geld te verdienen. Ook denkt Dutta dat cultuur een belangrijke factor is. In sommige streken wordt het nemen van risico aangemoedigd door familieleden, die daar ook geld voor lenen. In andere streken is de ‘veilige’ overheid juist populair als werkgever.
De overheid zou deze patronen kunnen doorbreken door voorlichting en training te geven, aldus Dutta. Op die manier kunnen veel rijkere boeren alsnog worden overgehaald om niet-agrarische bedrijfjes te beginnen, die de welvaart in landelijke streken kunnen bevorderen. | J.T.

Subrata Dutta promoveerde op woensdag 9 juni bij prof. Henk Folmer, hoogleraar Algemene economie, en dr Wim Heijman, hoogleraar Regionale economie.

Re:ageer