Wetenschap - 26 april 2001

Retour Wageningen UR

Retour Wageningen UR

Deel 7: Di-Datsylel

Wat vooraf ging: Nevets heeft aan Kay opgebiecht dat hij het is die ironische stukken schrijft in het Uriaans Weekblad over het functioneren van Ur. Hij biedt Kay aan om haar te helpen haar opdracht te vervullen: zorgen voor aanwas in Ur. Kay heeft van Kcid Nav Ena'az het advies gekregen om eens in Di-Datsylel te kijken. Daar produceren ze netroppar om meer geld binnen te halen.

Ik vroeg Nevets of hij met me meeging naar Di-Datsylel; ik wist toch ook niet waar het lag. Samen huurden we bij het Centraal Vervoerbedrijf een kameel, en voor het eerst van mijn leven zat ik achterop een kameel bij een leuke jonge vent, met mijn armen om zijn middel geslagen. Comfortabel was het echter allerminst.

Di-Datsylel bleek een Vertrekkement gelegen in een wijk van Ur die lag op een stuk land dat vroeger regelmatig werd overspoeld door de rivieren, die allemaal uitkwamen in de Tigris en de Eufraat. Door er dijken omheen te bouwen had men een stuk land gekregen dat goed bebouwd en bewoond kon worden, maar vreemd genoeg bleek er bijna niemand vanuit Ur-stad naartoe te willen verhuizen.

We werden ontvangen door Snah Ed-Se'irv, een grijze Paarse Forp, die er op stond Rosse Forp genoemd te worden.

"Kom binnen, kom binnen, het gaat zo regenen," zei hij druk gebarend.

Voor de zekerheid liep er naast hem constant iemand met een paraplu, zodat zijn jurk niet nat zou worden. Ik gaf hem mijn visitekaartje, dat hij aandachtig doorlas.

"Waar kan ik u mee helpen?"

En voor de zoveelste keer ging ik zitten in een eind-jaren-zestig rotan stoel en stelde ik mijn prangende vragen.

"Heeft u veel nieuwe aanwas?"

"Uche."

Rosse-Forp Ed-Se'irv kuchte; eerst dacht ik dat het een zenuwtrekje was, maar later zou ik daar anders over gaan denken.

"Aanwas maakt ons hier niets uit."

"Handschriften dan?"

"Dat wel, maar dat mag niet te veel tijd kosten. Onze hoofdtaak is netroppar."

"Kunt u uitleggen hoe dat gaat?" vroeg ik, terwijl Nevets ademloos toehoorde hoe ik dit vakkundig aanpakte.

"Jawel, uche, ons Vertrekkement heeft alle mogelijke specialisten die er zijn op het gebied van dissectio per predictio futuram."

Ik begreep er niets van, maar wilde dat niet laten blijken. Ik vroeg dus niets en hoopte dat hij vanzelf door zou gaan en zou uitleggen wat het betekende en feitelijk deed hij dat ook.

"Mensen uit heel Mesopotami? sturen hun dieren hier naartoe. Wij maken ze dood en snijden ze uit elkaar. Dan sturen we netroppar naar hen toe, waarin we de toekomst voorspellen. We zeggen bijvoorbeeld dat ze een goed oogstjaar kunnen verwachten, maar dat de dieren dit jaar minder melk zullen geven."

Nevets keek me vragend aan. Ik had zelf ook geen vertrouwen in waarzeggerij, maar in Di-Datsylel hadden ze er blijkbaar een heel gebouwencomplex mee kunnen financieren en hielden ze zo te zien honderden mensen aan het werk.

"Uche. Zij betalen ons daarvoor. Wij bouwen daar mooie gebouwen van en zetten die vol met mensen. Die produceren weer meer handschriften en netroppar."

Dat leek ook allemaal te lopen als een trein. Ik vroeg me af waar Ur nou problemen had.

"Wat is uw grootste probleem?" vroeg ik.

"Nou, op het moment is het geld even op, maar dat is maar tijdelijk. Ik zou bovendien toch geen mensen kunnen vinden die ik kan aanstellen, want die verdomde E'irtsudni kaapt alle mensen voor onze neus weg."

Ik begon te begrijpen dat het probleem eigenlijk geld was, maar dat is altijd het geval. Tekort aan geld is geen oorzaak, maar een gevolg, en mijn taak was om na te gaan wat de oorzaak was. Ik concentreerde me daarom niet op het geld, maar op het spel van aanwas, handschriften, capaciteit oftewel menskracht, en netroppar.

Het spel, had ik inmiddels door, was mensen wegkapen voor de neus van een ander. Dat ging zowel om aanwas als capaciteit. Ik was genezen van het idee dat het ging om kinderroof en slavernij. Het ging er gewoon om mensen op vrijwillige basis naar Ur te laten komen, maar blijkbaar staken Uu en E'irtsudni daar een stokje voor. Ik vroeg me af wat E'irtsudni, eigenlijk was, en Rosse Forp Ed-Se'irv kon mijn gedachten lezen.

"E'irtsudni heeft nu eenmaal veel meer geld dan wij."

"Hoe komt dat zo?"

"Men zegt dat ze harder werken, maar ik geloof daar niets van. De meesten van ons werken zich kapot. Ook zeggen ze dat E'irtsudni met harde hand regeren en dat dat leidt tot betere prestaties. Dat geloof ik niet en wil ik helemaal niet doen. Heel soms wil ik iemand die de kantjes er afloopt ook wel eens op straat zetten, maar dat mag dan niet volgens de OAC. We zullen moeten zorgen dat iedereen zijn schouders eronder wil zetten en zorgen voor meer vertrouwen in elkaar en in onszelf. Met geld kapen we niemand weg bij E'irtsudni; dus moeten we het doen met een goede, collegiale werksfeer. D?t moeten we bevorderen. Zoals ik echter al zei, binnenkort krijg ik vast wel weer geld, maar kan ik niemand aanstellen."

Samen met Nevets bedankte ik de Rosse Forp voor deze heldere uiteenzetting, en samen liepen wij zijn kamer uit.

Op de gang overlegden we nog even. "Klopt het wat hij zegt, denk je?" vroeg ik aan Nevets. "Binnenkort is er meer geld, maar kan je geen mensen meer aanstellen?"

"Zou kunnen," zei Nevets, "maar dan zitten we in een neerwaartse spiraal waar we niet meer uitkomen. Geen capaciteit, geen aanwas, ga zo maar door."

Ik moest denken aan het briefje van Kcid waar dezelfde redenatie in stond, maar dan omgekeerd. Ik pakte het uit mijn rugzak.

'Eerst meer aanwas, dan meer capaciteit, dat is de logische volgorde. Meer capaciteit geeft meer handschriften. Meer handschriften geeft meer publiciteit. Meer publiciteit geeft meer aanwas.'

Meer publiciteit geeft meer aanwas. Dat was de sleutel tot succes. Kcid bl??f zelf de oplossingen aandragen.

"Uche, uche," klonk het uit de kamer van de Rosse Forp.

Dikke slierten rook kwamen tussen de kieren van de deur door.

Nevets en ik renden naar onze rent-a-camel en reden spoorslags weg, richting Ur-centrum.

Ik schreef direct mijn rapportje voor Kcid.

'Beste Kcid,

Alles in Ur loopt goed. Ur produceert veel handschriften en veel netroppar. Ik ben er nog niet achter waarom de aanwas niet wil vlotten. Sleutel tot succes is positieve publiciteit. Waar ga ik op zoek?

Kay'

De volgende ochtend lag mijn nieuwe opdracht al op mijn stoep.

'Beste Kay,

Vervoeg je morgen bij Bruine-Forp Nomis Kniv.

Kcid'

Kay de Wit

Tekening Henk van Ruitenbeek

Re:ageer