Wetenschap - 5 april 2001

Retour Wageningen UR

Retour Wageningen UR

Deel 5: Het record van DMF

Wat vooraf ging: Kay is verzeild geraakt in het oude Ur, dat in de problemen zit. De stad heeft een nijpend gebrek aan 'nieuwe aanwas'. Kay is aangesteld door Kcid Nav-Ena'az om dat probleem aan te pakken.

Na drie dagen, waarin ik behoorlijk wegwijs raakte in Ur, vond ik een briefje van Kcid Nav-Ena'az onder mijn deur. 'Voordat je je stort in de problemen van Ur, moet je eerst maar eens kijken waar het w?l goed gaat. Meld je vanmiddag bij DMF op de Gewra'ah. Z.O.Z. Rapporteer schriftelijk binnen ??n week. Kcid'

Het was geschreven op de achterkant van een soort krantenknipsel op perkament. Daarin werden verschillende afdelingen van Ur met elkaar vergeleken in de vorm van een staafdiagram. De namen van de afdelingen stonden er met hun afkorting onder en meer informatie had ik niet. DMF stond met veruit de hoogste score op numero 1.

"Gewra'ah 01," stond er bij gekrabbeld. Ik wist waar de Gewra'ah was; het was een miezerig klein zandpaadje in Ur-west, waar je 's avonds beter niet kon komen, leek me. Maar misschien vergiste ik me daarin, want ik had in deze halve week nog niets gehoord van misdrijven in Ur. Afgezien van het feit dan dat ik mijn vest, mijn pumps en mijn ijzeren strijdros kwijt was. Een Koga Myata nog wel.

Ik had echter een vrolijk voorgevoel bij DMF, waarschijnlijk omdat de naam me in de oren klonk als een commerci?le tv-muziekzender, waar jeugdige sekssymbolen tegen asociaal hoge salarissen hippe muziek aankondigden.

Niets bleek echter minder waar. Ik werd ontvangen door een zwaarmoedige - en tevens enigszins zwaarlijvige - Uriaan, gekleed in een jurk in precies de kleur van het haar van mijn net-niet-ex-man Steven: niet rood en niet blond. De kleur haar waar Afrikaanse schonen blijkbaar op vallen en waarvoor ze bereid zijn iemands man te stelen.

"Na'ad Navred-Edi'eh," stelde hij zich aan me voor met een bescheiden handdruk. "U bent de pas aangestelde Tijdelijk Manager De Novo Aanwas bij de Hoofddiscipline Stadsinterests Ur."

Het was meer een vraag dan een opmerking, want hij leek me te twijfelen over de juiste titulatuur. Daar kon ik me goed in verplaatsen, want ook ik kon de titel niet onthouden, en het was nog wel mijn eerste baan in schaal 10. Ik had met de hand wat visitekaartjes geschreven op perkament, en was daarmee de eerste in Ur geweest, want iedereen die ik er een gaf vergaapte zich eraan als waren het basisschoolkinderen met een Charizard-Pok?monkaartje.

Voor de zekerheid las ik mijn eigen functienaam af van mijn visitekaartje en ik voelde me net een agent in een Amerikaanse politieserie die een arrestant op zijn Miranda-rights wijst.

"Temporary Manager Aanwas De Novo bij de Hoofddiscipline Citybelang Ur," zei ik. "Noemt u me maar Kay."

"Kay," zei hij opgelucht, want dat kon hij wel onthouden. "Nukse naam?"

Ik keek hem vragend aan.

"Komt u uit Nuk? Of komt u uit Uu?"

Toen ik bij herhaling niet reageerde, noemde hij een rijtje namen op, zoals mijn schoonmoeder de eilanden in de Indonesische Archipel kon opsommen. "Uit Gur, dan? Uv? Avu? Lur? Sumsare? Tuk?"

Plotseling werd hij rood. "Oh, sorry, dat is een vies woord. Buk, bedoel ik."

"Eh, nee, ..." Ik twijfelde. Dit was de eerste keer dat iemand in Ur mij rechtstreeks vroeg waar ik vandaan kwam. De waarheid overwint! "Oorspronkelijk uit Engeland, maar nu woon ik in Wageningen," zei ik fier, en stond op het punt om te gaan zingen, maar ik kende het Wagenings-UR volkslied niet.

"Hmm," mompelde de man, die duidelijk erudiet was, maar dit anachronisme niet kon bevatten. "Ik ben gevraagd u iets vertellen over het succes van DMF, dit jaar," zei hij daarom maar. "Gaat u zitten."

Ook Navred-Edi'eh had een rotanstoel in zijn kamer staan die ik als kind had gehad, en ik nestelde me erin, heerlijk op mijn gemak.

Na'ad Navred-Edi'eh viel met de deur in huis. "Dit jaar heeft DMF het record handschriften op haar naam gebracht."

Handschriften, dat was nieuw voor me. Ik wist niet beter of ik moest me met kinderroof bezighouden. Ik vroeg naar het verband met nieuwe aanwas.

"Aanwas hebben we ook genoeg bij DMF. Meer dan we aankunnen. Bij sommige Rosse Forpen betekent meer aanwas automatisch minder handschriften, bij ons gaat het samen op."

"Rosse Forpen?"

"Hebben ze u dan niets verteld?"

Ik durfde niets meer te vragen, maar bereidwillig legde hij alles uit.

"In Ur heb je diverse rangen. Ik ben Rosse Forp, vandaar deze belachelijke roze jurk, en iedereen die onder mij werkt behoort tot mijn Rosse Forp-groep. De hoogste rang is Groene Forp, en dat zijn Treb Namle'eps en de twee Se'eks in het paleis. Boven mij staat een Paarse Forp, die weer valt onder ??n van de vier Bruine Forpen, die ieder een Kwartier onder zich hebben. Een Kwartier bestaat uit drie Vertrekkementen, met ieder zo'n vijf tot tien Rosse-Forp-groepen. Snap je het?"

Ik knikte maar snel 'ja'.

Het ijs was gebroken, en hij tutoyeerde me al.

"Enige jaren geleden wilden ze DMF, zo heet mijn Rosse Forp-groep, nog afstoten. Ze wilden ons verkopen aan Uu."

Ik kreeg weer visioenen van slavenhandel, en de rillingen liepen over mijn rug.

"Doordat veel van mijn mensen rond die tijd uit zichzelf verdwenen, en ik niemand meer mocht aanstellen, kwam er een enorme hoeveelheid werk op de overgebleven Rosse Forp-groepers af. Het viel ook nog eens samen met een toevallige piek in de varkenscyclus van aanwas en handschriftenproductie. Mede daarom hebben we per medewerker een absoluut record geboekt."

Hij leidde me rond en liet de vijf overgebleven medewerkers zien, twee Blauwe en drie Gele Forpen. Hoewel geen slaven, zagen ze er afgebeuld uit, met wallen onder hun ogen en trillende handen van uitputting.

"Hoe lang houdt u dit nog vol?" vroeg ik.

De Rosse Forp zuchtte diep. "Als er niet gauw iets verbetert, niet lang meer. Als er binnenkort een van mijn medewerkers onder een kameel loopt..." Hij maakte zijn zin niet af.

"Of sterft van uitputting?" voegde ik toe.

Na'ad haalde zijn schouders op. "Dan is het gebeurd. Dan moet iedereen nog tien tot twintig procent meer werken, en dan stort het hele huis als een stapel Mahjongstenen in elkaar."

Ik wilde nog ??n ding graag weten. "Kunt u me laten zien wat de aanwas hier doet?"

Hij leidde me door het gebouw naar een trappenhuis, waarin we afdaalden naar onderaardse diepten. Hoewel ik zelf eigenlijk wel wist dat het een irre?le angst was (ik woonde immers met normale, gezonde aanwas in de Talfrets) had ik visioenen van angstige kinderen die in kerkers werden opgesloten.

Tot drie keer toe opende Na'ad echter een deur die leidde naar een riante kamer, waarin steeds een tiental studenten zat te studeren op dikke stapels perkamentvellen. Daglicht stroomde binnen door lange kokers, en gaf de vertrekken een gezellige uitstraling.

"Wat studeren ze?" vroeg ik.

"Ze studeren voor Ri. Dat is een titel met aanzien, waarmee ze terug kunnen gaan naar hun dorpen."

"En wat kan je er mee worden?" vroeg ik, door ervaring wijs geworden (ik was immers van project naar project gehobbeld om uiteindelijk werkloos te worden op een leeftijd waarop niemand meer op me te wachten stond).

"Oh, van alles," antwoordde de Rosse Forp luchtig, terwijl we terug de trappen op liepen. "Burgemeester, hoofd van de plantsoenendienst, noem maar op."

"En wat moeten ze er voor bestuderen?"

Dat was blijkbaar een impertinente vraag, want Na'ad Navred-Edi'eh stond abrupt stil en keek me met een strak gezicht aan.

"Mevrouw, als ik u dat vertelde, kon u zelf een opleiding tot Ri beginnen, en we zitten niet op concurrentie te wachten."

Toen hij de geschrokken reactie op mijn gezicht zag, bond hij wat in.

"Je moet het zo zien. Het schijnt dat, als men in Afrika lid wil worden van de stam, men een leeuw moet vangen. In Judea zouden ze van de jongens een stuk van hun..." Hij kuchte. "Nou ja, kern van de zaak is dat er in iedere cultuur rituelen zijn waarmee men aanzien kan verwerven en in het algemeen zijn die rituelen geheim. Zullen we het daarbij laten?"

Ik knikte instemmend, dankbaar voor deze afronding.

Kay de Wit

Tekening Henk van Ruitenbeek

Re:ageer