Wetenschap - 3 september 2015

Resistente aardappels geplaagd door gmo-opinie

tekst:
Albert Sikkema

Wageningen UR heeft verschillende genenpakketjes om de aardappel duurzaam resistent te maken tegen de aardappelziekte Phytophthora. Dat is het resultaat van het 10-jarig onderzoekprogramma DuRPh. Maar het ministerie van EZ en Nederlandse veredelingsbedrijven willen niet investeren in behoud en toepassing van deze gmo-aardappels.

Foto: de presentatie van DuRPh vorig jaar

Het onderzoeksprogramma DuRPh (Duurzame Resistentie Phytophthora) werd afgesloten tijdens een presentatie voor de pers op 2 september op een proefveld van Wageningen UR. Daar stonden meerdere aardappelrassen met een of meerdere resistentiegenen tegen de aardappelziekte, met daarnaast aardappels zonder die ingebouwde resistentie. Uit dat onderzoek bleek, net als de afgelopen jaren, dat een combinatie van enkele resistentiegenen de aardappelplant goed beschermt tegen de schimmel-achtige belager Phytophthora. De beste strategie om deze hardnekkige en snel muterende belager onder de knie te krijgen, aldus onderzoeker Geert Kessel, is het inbouwen van twee of drie resistentiegenen in combinatie met een beetje fungiciden. Als deze aanpak in alle aardappelrassen wordt gebruikt, kunnen Nederlandse akkerbouwers per jaar 100 miljoen  euro aan milieu-onvriendelijke bestrijdingsmiddelen besparen, legde projectleider Anton Haverkort uit.

Maar na tien jaar publiek gefinancierd onderzoek moet het bedrijfsleven het project adopteren, vindt het ministerie van Economische Zaken, die een verzoek om vervolgsubsidie van Haverkort afwees. Geen van de Nederlandse veredelingsbedrijven wil echter in een follow-up investeren, omdat de resistentie-genen uit wilde aardappels via genetische modificatie in de aardappel worden gebracht. Daarom vallen de Wageningse resistente aardappels vooralsnog onder de gmo-wetgeving. En zowel staatssecretaris Sharon Dijksma als de veredelingsbedrijven willen niet hun vingers branden aan gmo-aardappels.

Daarom ligt vervolgonderzoek in Nederland nu stil en is het de vraag hoe de Wageningse onderzoekers hun resistente aardappels gaan bewaren en jaarlijks uitpoten – ook daar is geen geld meer voor. Wel is duidelijk dat ze de resistentie-genen gaan ‘uitlenen’ aan Belgische onderzoekers die praktijkproeven met resistente Bintjes gaan uitvoeren op een proefveld in Wetteren. Verder hebben Zwitserse onderzoekers belangstelling en zou het Amerikaanse veredelingsbedrijf Simplot, die een gmo-aardappel wil introduceren in de VS, gebruik willen maken van de Wageningse kennis. Veel is het niet.

Dat kan veranderen als de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA zich gaat uitspreken over deze vorm van biotechnologie, die de onderzoekers ‘cisgenese’ noemen: inbrengen van soorteigen genen. Nu nog wordt cisgenese op een lijn gesteld met transgenese (gen van andere soort inbrengen) en geldt voor beide technieken een langdurige en kostbare veiligheidsscan en toelatingsprocedure. Als de Wageningse DuRPh-aardappel niet langer als gmo-aardappel wordt beoordeeld, ontstaat er weer interesse van veredelingsbedrijven, aldus de Wageningse onderzoekers.

Lees ook


Re:ageer