Student - 21 september 2006

Reservekledingkast

tekst:
Redactie

Vroeger hield mijn zus mijn hand vast als we de trap afliepen, leerde ze me lezen en schrijven en fluisterden we urenlang onzinnige verhalen als we in ons stapelbed lagen en eigenlijk moesten slapen. Nu voeren we zogenaamd intelligente gesprekken, maken iedereen belachelijk die haar naam – Banafsheh - verkeerd uitspreekt en lachen samen heel hard om Friends (het schijnt dat we precies dezelfde cavialach hebben). Ik hou van haar omdat ze lief is en altijd luistert. En om haar kledingkast. Als ik even niet weet wat ik aan moet doen, pak ik stiekem wat kleren van haar en hang die weer terug als ze niet kijkt. Soms vraag ik wel of ik het mag lenen, maar als ik bang ben dat ze nee zal zeggen, pik ik het gewoon zonder te vragen. Zo heb ik altijd een reservekledingkast. Toen ik vorig jaar uit huis ging, miste ik haar soms. Ik was er aan gehecht geraakt haar elke dag te zien en met haar te praten. Ineens zag ik haar alleen in het weekend en werden de verhalen minder en korter. Haar kleding kon ik overigens alleen nog maar in het weekend lenen of stiekem een hele week meenemen. Sinds dit jaar is mijn zus ook uit huis. Ze woont in een geweldige kamer midden in Utrecht, met de H&M op loopafstand. Nu zullen we elkaar nog minder vaak zien. Toen ze haar spullen verhuisd had, ging ik nog even in haar oude kamer kijken. Het zag er leeg uit zonder haar bureau, nachtkastje en al haar kleren. Nu kan ik nooit meer iets van haar lenen.

Re:ageer