Organisatie - 12 april 2007

Remmen patenten de vooruitgang?

Milieutechnoloog prof. Gatze Lettinga deed in 1976 zijn uiterste best om te voorkomen dat zijn technologie voor anaerobe waterzuivering werd gepatenteerd (zie het interview). Hij wilde dat de kennis voor iedereen beschikbaar zou blijven, en publiceerde daarom snel in een obscuur tijdschrift. Anno 2007 erkent hij dat deze aanpak ook nadelen heeft gehad. Remmen patenten en octrooien de doorstroming van kennis nou, of juist niet?

148_opinie_0.jpg
Prof. Richard Visser, hoogleraar Plantenveredeling, houder van verschillende patenten
‘Patenten zijn ooit in het leven geroepen om de doorstroming van kennis te bevorderen. Om ervoor te zorgen dat ideeën uit hoofden kwamen en op papier. Je hoort nu vaak de klacht dat patenten nieuwe vindingen juist afremmen, ik denk dat de waarheid daar ergens tussenin ligt.
Ik zorg er altijd voor dat we bij het aanvragen van patenten samenwerken met bedrijven. De kosten voor het aanvragen en instandhouden van een patent zijn hoog. En als het wordt aangevochten ben je helemaal duur uit. Bedrijven kunnen die kosten wel dragen, wij niet.
Voor mij biedt een patent een extra mogelijkheid om geld binnen te halen voor onderzoek. Een tijd geleden hebben wij een aandeel in een patent verkocht aan een multinational. Van de opbrengst konden we een aio-project betalen.
Het aanvragen van een patent staat idealisme zoals dat van Lettinga ook niet in de weg. Wij hebben een patent op het genetisch transformeren van cassave. Daarbij hebben wij met de eigenaar afgesproken dat er geen kosten in rekening worden gebracht als iemand die techniek wil gebruiken ten bate van voedselzekerheid in ontwikkelingslanden. Een groot bedrijf dat er industrieel mee aan de slag wil, moet wel betalen.’

Dr. Henny Mastwijk, houder van een patent over het conserveren van voedsel met behulp van elektrische velden[img]
‘Voor mij is het verschil tussen patenteren en publiceren niet zo groot. Uiteindelijk komt de kennis beschikbaar. Maar het is niet gek dat je, als je veel geld hebt geïnvesteerd in onderzoek, probeert te voorkomen dat de buurman er zomaar mee aan de slag kan.
Wij hopen natuurlijk dat we wat gaan verdienen aan dit patent, maar dat hoeft niet per se in de vorm van fees voor het gebruik van de techniek te zijn. Door patent aan te vragen laat je de wereld zien dat je actief bent op een bepaald terrein, en dat je van plan bent dat nog even te blijven. Zo hoop je ook partners te interesseren.
Bovendien geeft een patent je ook enige zeggenschap over wie er aan de slag gaat met je ideeën. In ons geval gaat het om voedselveiligheid. Het is belangrijk dat de techniek goed wordt toegepast. Je wilt niet geassocieerd worden met een voedselschandaal. Al moet je de reikwijdte van een patent niet overschatten. Wij hebben niet het geld om wereldwijd te controleren of het patent niet geschonden wordt. Als iemand in China er mee aan de haal gaat, is er geen haan die daar naar kraait.
Ik weet niet of dit patent veel gaat doen. Ik zie wel veel potentie in de techniek, maar pasteuriseren doen we al een eeuw of twee met hitte. Dat verander je niet zomaar. Langzaam maar zeker zal het wel gebeuren. In Amerika gebeurt het al met elektrische velden. Ik verwacht dat Europa de komende jaren zal volgen, en dan zijn wij er in ieder geval bij.’

Ir. Paul van Helvert, beheert voor Wageningen Business Generator de patenten van de kenniseenheden Voeding en Dier[img]
‘Patenteren hoeft brede toepassing zeker niet in de weg te staan. Maar er zijn meer mensen aan de universiteit die weinig van patenten willen weten. Voor sommigen zal dat te maken hebben met idealisme, voor een groot deel van de onderzoekers is patenteren een ver-van-mijn-bedshow. Je ziet dat een paar mensen erg actief zijn, anderen doen er niet zo veel mee.
De afgelopen tijd is de houding van geldschieters veranderd. De Europese Unie en Nederlandse geldschieters eisen tegenwoordig dat je vindingen octrooieert. Ze hopen op die manier een deel van de investering terug te verdienen. Voor bedrijven is het belangrijk dat je meedoet met het spel. Als je bij een bedrijf komt met een financieringsvoorstel en je moet melden dat je geen patent hebt, maar wel een mooie publicatie, maak je toch minder kans.
Er is geen overzicht van de omzet die Wageningen UR boekt door patenten, maar je moet denken aan enkele miljoenen per jaar. Dat is dus best wat, en ik ben er van overtuigd dat we hier en daar nog kansen missen. Wageningen UR heeft relatief weinig octrooien, als je het vergelijkt met andere instellingen.’

Prof. Rob Hamer, heeft onder andere een patent op een nieuwe manier om de korst van afbakbroodjes knapperiger te maken[img]
‘Of de korst knapperig is, heeft te maken met de mate waarin hij water bindt. Wij hebben bedacht dat we die eigenschap konden veranderen door enzymen aan te brengen aan de buitenkant van het brood. Bakkers zijn gewend om dingen toe te voegen aan het brood, hier had nog nooit iemand aan gedacht. Zo kun je de korst knapperiger maken, zonder de eigenschappen van de rest van het brood te veranderen. Er is veel belangstelling voor ons patent.
Ik ben niet negatief over patenten. Wij patenteren eerst, dan publiceren we. Een patent is ook geen rem voor onderzoekers. De kennis die beschreven is in een patent, kun je als onderzoeker zonder problemen gebruiken. Nieuwe inzichten publiceer je, nieuwe toepassingen patenteer je. Dat hoeft elkaar niet te bijten.
Het voordeel van een patent voor een onderzoeker is dat je wat te geven hebt in een onderhandeling met een bedrijf dat onderzoek wil financieren. Bovendien laat het zien dat je ook zakelijk denkt. Ik heb ook bij TNO gewerkt. Daar heb ik gezien dat het aanhouden van een patentenportefeuille het aanzien van een groep ook verhoogt. Bedrijven die telkens op jouw naam stuiten als ze door de patentenbank zoeken, raken geïnteresseerd in wat je te bieden hebt. Het bedrijfsleven neust vaker in patenten dan in Nature.’

Re:ageer