Student - 26 juni 2008

Relatietest in Ghana

Hoe kunnen bosbranden in Ghana voorkomen worden? Maarten Brouwers bedacht een antwoord op die vraag tijdens zijn zeven maanden durende afstudeeronderzoek in Ghana. Inmiddels is hij bijna afgestudeerd in de Tropische bosbouw aan hogeschool Van Hall Larenstein.

nieuws_2363.jpg
nieuws_2363.jpg

Foto: .

‘Voor de natuur hoef je niet naar Ghana. Die is niet heel uitbundig. De biodiversiteit is er lager dan in bijvoorbeeld Kenia. Maar de mensen zijn heel vriendelijk en geïnteresseerd. Mijn vriendin Willemijn en ik zaten in Kumasi, een grote stad in het midden van het land met zo’n twee miljoen inwoners. Willemijn studeert Rurale sociologie aan Wageningen Universiteit en heeft tijdens ons verblijf in Ghana een poos in een Liberiaans vluchtelingenkamp gezeten voor haar onderzoek. We vonden het spannend om samen te gaan. Als je zo op elkaar aangewezen bent, leer je elkaar goed kennen. Het was een echte relatietest, waar we met vlag en wimpel voor geslaagd zijn.
We hadden een kast van een huis met een grote binnenplaats. Kumasi is een grote stad, maar er is niet veel te doen. Je kunt gaan zwemmen bij een hotel, naar de kroeg of uit eten gaan. We waren veel thuis, draaiden muziek en kookten uitgebreid. Het wassen met de hand kost ook veel tijd. We woonden naast een school, waar de kinderen leren door uit volle borst de onderwijzer na te schreeuwen, dus dat gaf veel herrie. In onze buurt woonde een oud-voetballer met wie we veel omgingen. Hij woont nu in Nederland, waar zijn vrouw al woonde. We hebben hem nog geholpen met de voorbereidingen voor zijn inburgeringstest.
Het kantoor waar ik werkte lag vijftien kilometer van ons huis. Met het openbaar vervoer heb ik wel eens tweeënhalf uur over die afstand gedaan. Het drukke verkeer is vermoeiend en levensgevaarlijk. Maar het heeft ook zijn charmes om in die hitte met twintig mensen in een minibusje te zitten.
Mijn afstudeeronderzoek deed ik voor een adviesorgaan van de overheid, dat bezig is met een groot project over bosbranden. De meeste bosbranden worden veroorzaakt door boeren, jagers en houtskoolbranders. De boeren passen vaak de methode slash and burn toe: ze kappen een halve hectare tropisch regenwoud en steken dat in de fik voor landbouwgrond. En jagers zetten een stuk grasland in de brand en knuppelen de wegvluchtende dieren dood.
Bosbranden ontstaan vaak uit gemakzucht. Met goede voorzorgsmaatregelen kunnen ze grotendeels voorkomen worden, maar mensen denken niet zo ver vooruit. Daarom heb ik het idee onderzocht om boeren op het ontstane grasland houtplantages te laten aanleggen, met de boeren en het dorp als aandeelhouders. Het winstaandeel vormt een stimulans om voorzichtiger met vuur om te gaan. Als het hele dorp erbij betrokken is, kijk je wel uit om de houtplantage van je buurman in de fik te steken.
Vervolgens hebben we de interesse gepeild door middel van interviews en groepdiscussies in een aantal dorpen midden in de bush. De inwoners zagen die houtplantages wel zitten. In die dorpen is echte armoede, mensen zijn bezig met overleven. Ze willen graag investeren in hun families en in de toekomst.’

Re:ageer