Student - 5 september 2016

Relatief veel Wageningse docenten zonder basiskwalificatie onderwijs

tekst:
Rob Ramaker

In vergelijking met andere universiteiten hebben weinig docenten aan Wageningen University een basiskwalificatie onderwijs, meldt het Interstedelijk Studenten Overleg. Wageningen University geeft aan in een inhaalslag te zitten en een relatief degelijk programma te bieden.

Foto: Guy Ackermans

In Nederland heeft gemiddeld 70 procent van het onderwijzend personeel aan universiteiten een basiskwalificatie onderwijs (BKO), blijkt uit de cijfers van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO). Binnen Wageningen University geldt dit slechts voor 48 procent. Daarmee bevindt de instelling zich landelijk in de achterhoede. 

Wageningen University is al enkele jaren bezig met een inhaalslag, zegt Emiel van Puffelen, afdelingshoofd bij Corporate Education, Research & Innovation. Vanaf 2011 is het aantal gekwalificeerde docenten gestegen van 24 naar 48 procent [per 31 december 2015]. Inmiddels zit dat boven de 50 procent, vult hij aan, maar actuele getallen zijn er niet. Wel weet hij dat er nog 250 docenten ‘in de pijplijn’ zitten die hun bko binnen drie jaar krijgen. 

Verplicht
Het ISO wil dat zo snel mogelijk een eind komt aan het gebruik van ongekwalificeerde docenten. Zij pleiten daarom de BKO verplicht te maken. In Wageningen is dat in zekere zin al zo, zegt Van Puffelen. Zo is het een verplicht onderdeel van het carrièreprogramma Tenure Track. Voor zittend personeel is er echter geen verplichting (‘sommige van hen zitten twee jaar voor hun pensionering’). Bij jongere onderzoekers – promovendi en postdocs – is er sprake van maatwerk, zegt Van Puffelen. Promovendi zijn heel verschillend en naar gelang ze meer onderwijs geven, krijgen ze meer begeleiding. 

In 2008 spraken universiteiten af dat zoveel mogelijk docenten een didactische training moesten krijgen: dit werd de basiskwalificatie onderwijs (bko). Elke universiteit heeft een eigen programma dat wederzijds wordt erkend. Er zijn dus grote onderlinge verschillen in de (zwaarte van) programma’s. Van Puffelen beschouwt het Wageningse BKO-programma als een van de meer uitgebreide varianten. 

Ontevreden
De zorgen over het onderwijsniveau op universiteiten staan niet op zichzelf. Ook de promovendi zelf vinden dat ze beter kunnen worden voorbereid op hun lestaak. De helft is ontevreden over de begeleiding die ze krijgen bij het lesgeven en slechts elf procent doorloopt (delen van) het bko-traject bleek een half jaar geleden uit een onderzoek van onder andere het ISO. Toch zouden promovendi best willen: ruim negentig procent vindt dat het mogelijk zou moeten zijn om deze startkwalificatie te halen.


Re:ageer