Wetenschap - 1 januari 1970

Rekenmodel helpt gemeentes bij keuze voor buitengebied

Gemeentes kunnen berekenen waar in het buitengebied ze het best kunnen bouwen, en waar ze het beter groen kunnen houden. Dr Pieter Vereijken van Plant Research International en ir Herman Agricola van Alterra ontwikkelden een rekenmodel waarin duidelijk wordt op welke plekken de landbouw de minste kans op overleven heeft. Agricola is op dit moment voor gemeente Zwolle bezig met de rekenmethode, en provincie Noord-Holland heeft ook belangstelling.

Vereijken en Agricola gaan uit van drie krachten op het buitengebied. Het weerstandsvermogen van de plaatselijke landbouw ten aanzien van de internationale afzetmarkt is er een, gemeten in Nederlandse Grootte Eenheid per bedrijf. De tweede is de verhouding tussen de grondmarkt en de plaatselijke landbouw, uitgedrukt in NGE per hectare. Als laatste noemen de onderzoekers de stedelijke druk op het buitengebied, gemeten via het aantal inwoners per hectare.
Met de indicatoren berekenen Vereijken en Agricola op welke plekken het buitengebied geschikt is voor natuurontwikkeling en bouw van woningen of bedrijventerreinen. In de gemeente Staphorst bijvoorbeeld is het westelijk gelegen open landschap, met 5,3 procent bebouwing of verharding, vanwege de lage ligging, de venige bodem en het belang voor de Ecologische Hoofdstructuur het meest kansrijk om te worden omgevormd tot een natuurgebied. Door in de belendende zone langs de hoofdweg tussen Staphorst en Rouwveen 175 hectare bebouwing in het groen toe te staan, is het volgens de onderzoekers mogelijk om de boeren in het open landschap uit te kopen.
Landelijk kunnen Vereijken en Agricola met hun rekenmethode een vergelijking maken tussen de verschillende gemeentes voor bijvoorbeeld de kans op het verdwijnen van de landbouw. De kans daarop is het grootst in westelijk Utrecht, het midden van Noord-Holland, zuidelijk Zuid-Holland en Zuid-Limburg - plekken waar veel extensieve graasveehouderij is. Plekken waar de landbouw de meeste kans maakt, liggen in de rest van Zuid-Holland en Limburg, oostelijk Brabant, de Noordoostpolder en rond Emmen - waar vooral tuinbouw en intensieve veehouderij zit. | M.W.



TOP TIEN kans op verdwijnen landbouw

Landsmeer (N-H)
Vianen (Z-H)
Leerdam (Z-H)
Wormerland (N-H)
Eemnes (U)
Ouder-Amstel (N-H)
Waterland (N-H)
Bergambacht (N-H)
Zaanstad (N-H)
Ouderkerk (N-H)

De tien gemeentes waar de landbouw, volgens het rekenmodel van Pieter Vereijken en Herman Agricola, de meeste kans maakt te verdwijnen. De kans wordt berekend op basis van de weerstand in de afzetmarkt en de grondmarkt, en de druk op de grondmarkt.

Re:ageer