Organisatie - 31 augustus 2006

Red de Noordzee, verbied de visserij

Duurzaam beheer van de Noordzee is het thema van de opening van het academisch jaar in Wageningen, op 4 september. Veel maatregelen zullen ter sprake komen, maar één voor de hand liggende oplossing wordt vreemd genoeg vergeten: leg de kotters een tijdje aan de ketting. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is al gebleken dat niets zo goed is voor het zeeleven als de afwezigheid van vissers.

Voor de meeste Nederlanders is de Noordzee niet meer dan een bruingroenig wateroppervlak waarover ze uitkijken vanaf het strand. Maar met een omvang van 57 duizend vierkante kilometer is het Nederlands Continentaal Plat eigenlijk ‘s lands grootste natuurgebied. Met verrassende levensvormen. Honderd meter onder water leven noordkrompen, schelpdieren die tweehonderd jaar oud kunnen worden. De roggen met hun mooie vleugels leggen eieren - met de insectachtige zwarte capsules die je op het strand vinden kunt - tientallen meters diep in het zand en de modder van de Oestergronden en Doggersbank.
Deze onzichtbare rijkdom van de Noordzee staat onder druk. Het is al tijden één van de drukst bevaren zeeën van de wereld, met continu meer dan driehonderd schepen. Er staan talloze boortorens en liggen vele elektriciteit- en communicatiekabels. Daarnaast wordt er gebouwd in zee. Er komt een tweede Maasvlakte, heeft het kabinet onlangs besloten. En de aanleg van windmolenparken op acht kilometer uit de kust bij Egmond aan Zee en op 23 kilometer uit de kust bij IJmuiden is al begonnen.
Vorig jaar waren er nog wel berichten over het toenemende aantal dolfijnen en bruinvissen in de Noordzee. Maar die ontwikkeling is volgens onderzoekers niet zo positief als het lijkt. De zeezoogdieren zijn waarschijnlijk een voorbode van verstoringen in het ecosysteem als gevolg van de klimaatverandering.
De grootste verstoring voor het leven onder de zeespiegel is echter de visserij. Alle onderzoekers, van de mariene ecologen op Texel tot de visserijbiologen in IJmuiden, zijn het erover eens dat de visserij in de laatste vijftig jaar volledig is doorgeschoten. De vissers kregen steeds grotere boten, de motoren meer pk's, en de vissen steeds minder kans om te ontsnappen.
Dr. Han Lindeboom, lid van het directieteam van Wageningen Imares: 'Andere verstoringen in de Noordzee zijn ten opzichte van de visserij een non-probleem. De visserij veroorzaakt relatief veel meer effect, ook al doet de visserij moeite om dat te verminderen. Onderzoek van het NIOZ heeft het effect van de boomkor op het bodemleven in de Noordzee bikkelhard aangetoond.'

Natuurreservaat
Als dit allemaal zo is, en we willen werkelijk iets doen om het onderwaterleven te redden, waarom sluiten we de Noordzee dan niet een tijdje voor de visserij? We maken van dat hele water gewoon een natuurreservaat. Voor de economie hoeven we het niet te laten, want de bijdrage van de visserij aan de Nederlandse economie bedraagt nog geen promille van het bruto nationaal product.
Dat het helpt, heeft de geschiedenis al bewezen. Dr. Martin Pastoors doet bij Wageningen Imares promotieonderzoek naar historische visstanden. Uit de cijfers die hij verzamelde, blijkt dat de visstand zowel tijdens de Eerste als de Tweede Wereldoorlog sterk groeide. De vangst van kabeljauw verviervoudigde na de Eerste Wereldoorlog en verdrievoudigde na de Tweede. De vangst van schol verdrievoudigde na 1945.
De meest logische verklaring voor deze groei is het feit dat er tijdens de wereldoorlogen niet gevist kon worden. De impact van de visserij is dus enorm. De cijfers laten ook zien dat de visserij er al snel weer voor zorgt dat de vangsten op het oude niveau komen. Tussen 1945 en 1950 daalden zowel de vangsten van kabeljauw als van schol naar niveaus die vergelijkbaar zijn met die voor de Tweede Wereldoorlog.
En er is nóg een precedent, namelijk het verbod op de vangst van haring in de jaren zeventig. Dat leidde tot een herstel van de haringstand. 'Daarna is er een goed beheersbare visserij geweest', stelt dr. Rob Grift, hoofd visserijonderzoek van Wageningen Imares. Tijdelijk, want nu gaat het weer minder goed met de haring.
Puur ecologisch geredeneerd is Natuurreservaat Noordzee dus een goed idee, vindt Lindeboom van Imares. 'De zee is overbevist. Je zou de Noordzee kunnen sluiten tot de vis- en boomdierpopulaties zich hersteld hebben en weer goed voortplanten. Dan kom je uit op een periode tussen de vier en zeven jaar; schollen redden het iets eerder, roggen doen er langer over. Vervolgens moet je op de meest verstandige manier gaan vissen.'

Doodklap
Voor de meer dan tweeduizend zeevissers in Nederland betekent de sluiting van de Noordzee echter wel de doodklap, verwacht visserijeconoom dr. Hans van Oostenbrugge van het LEI. 'De hele Nederlandse visserij zou eronder lijden. Sowieso de kleine kotters die vooral in de kustzone, vaak op kleinschalige manier, vissen op platvis en garnalen. Maar ook de grootschalige kottervisserij op platvis, want de quota die Nederland heeft voor platvis liggen allemaal in de Noordzee. Bovendien is de trawlervisserij voor meer dan 25 procent afhankelijk van de Noordzee.' En dan heeft hij het nog niet over de invloed die een visverbod heeft op de visafslagen en de vissersplaatsen.
Sluiting van de Noordzee kan daarnaast ook nadelig zijn voor de zeenatuur elders. 'Het is een internationaal plaatje', stelt drs. Martin Scholten, directeur van Wageningen Imares. Je kunt de Noordzee wel sluiten, maar dan gaan de vissers ergens anders vissen. Dat gebeurde ook toen haringvissers in de vorige eeuw geen haring mochten vissen. Er ontwikkelde zich een grootschalige visserij met grote, fabrieksmatige trawlers die tot aan de kust van Mauritanië op makreel en sardines gingen vissen. Daarmee verleg je het probleem in plaats van mee te werken aan een duurzame visserij, vindt Scholten.

Kleinschalige visserij
Om deze redenen is een tijdelijk visverbod geen realistische optie, menen de wetenschappers. Toch moet er wel degelijk iets gebeuren om te voorkomen dat het nog slechter gaat met de Noordzee. Lindeboom pleit al jaren voor beschermde gebieden in de zee. Die blijven nodig, vindt hij. 'Het besef is wel doorgedrongen dat duurzame visserij een oplossing kan zijn - met een lagere visserijdruk, gesloten gebieden en andere vistechnieken. Het probleem is echter dat we te maken hebben met een uitgeput systeem, waarbij al die maatregelen neerkomen op dweilen met de kraan open.'
Scholten ziet de bescherming van bepaalde gebieden in de Noordzee als een uitstekend beginpunt om de visserij te dwingen duurzaam te opereren. 'De kracht van de beschermde gebieden is juist dat het een legitimatie geeft om eisen te stellen aan de visserij. De gebieden moet je uitzoeken op ecologische kwaliteit, en met de ecologie als uitgangspunt moet je eisen stellen aan de visserij. Daarmee kun je vanuit de ecologie richting geven aan de economie.'
De ecologie moet dus leidend worden voor de visserij. Maar hoe bepaal je of een vis ecologisch verantwoord wordt gevangen? Een keurmerk als dat van het Marine Stewartship Council (MSC), dat wordt gepromoot door het Wereld Natuur Fonds en Unilever, en 'De goede visgids' van journalist Wouter Klootwijk en Stichting De Noordzee, zijn volgens Scholten een goede aanzet maar te algemeen. Het MSC kijkt naar gebieden en maakt geen onderscheid tussen goede en slechte vissers. En de vissen die in de visgids het predicaat 'rood' en dus onverantwoord krijgen, kunnen onder sommige omstandigheden best verantwoord opgevist zijn.
Het is dus zoeken naar goede vissers, en een markt voor hun producten. Een voorbeeld daarvan is de Verse Visafslag van Den Oever op Wieringen, waarvan Scholten een van de initiatiefnemers is. Elke zaterdagochtend kunnen mensen hier dagverse vis kopen - als het seizoen het toelaat paling uit het IJsselmeer, garnalen en mosselen uit de Waddenzee, en schol en langoustines uit de Noordzee. De kleinschalige Wieringse kottervloot houdt rekening met de natuur en vist bijvoorbeeld in de paaitijd niet op schol, maar tegelijkertijd verkoopt de afslag ook vissen die in de reguliere visserij overboord worden gekieperd als bijvangst.
Juist door het regionale karakter is de Verse Visafslag een prima proeftuin voor onderzoek. Want hoewel de Wieringse visafslag kleinschalig is, bevat het concept oplossingen die breder toegepast kunnen worden. De vangsten vormen bijvoorbeeld een mooie afspiegeling van de rijkdom of de armoede van de Noordzee, en zijn daarmee een soort vinger aan de pols voor zowel de vissers als de onderzoekers.

Viskweek
Een andere mogelijkheid voor vissers om geld te verdienen is de viskweek, denkt Lindeboom. 'Je zou daarbij kunnen denken aan maatschappen van bedrijven die zich richten op een combinatie van vissoorten, waarbij je de zeevisserij combineert met de viskweek. In goede jaren kun je vissen, in de slechte jaren is de kwekerij de boterham.'
Die viskweek is nodig, want de vraag naar vis, schaal- en schelpdieren ziet Scholten in de toekomst niet verminderen. 'De behoefte aan sea food kan zelfs nooit door de visserij gedekt worden. Aquacultuur moet dat gat dekken.'
Die aquacultuur kan zich ook op het land vestigen. Dr. Jan Ketelaars van Plant Research International is namens Wageningen UR bezig met een integraal project waarbij het kweken van tong in Zeeland centraal staat. Er worden in Zeeland al zagers gekweekt, grote wormen die de tong graag eet.
Samen met de provincie Zeeland en het Zeeuwse bedrijfsleven hoopt Ketelaars binnen twee jaar een proefbedrijf op te zetten. De tongkweek zou volgens hem in twintig jaar kunnen uitgroeien tot een sector met een jaarlijkse productie van 15.000 ton. Die zou nu 150 miljoen euro waard zijn. In die sector zouden honderdvijftig tot driehonderd bedrijven kunnen werken, met een ruimtebeslag van tien- tot vijftienduizend hectare, ongeveer een tiende van het Zeeuwse landbouwareaal. Ketelaars denkt de kwekerijen te combineren met natte natuurontwikkeling zoals in Plan Tureluur op Schouwen Duiveland, en met de teelt van zeekraal en andere zilte groenten.

Toekomstvisioen
Om zulke toekomstvisioenen werkelijkheid te maken, zal de wetenschap zich anders moeten organiseren. Scholten hoopt binnen het nieuwe instituut Wageningen Imares hier een aanzet toe te geven. De visbiologen van het vroegere visserijonderzoek en de mariene ecologen die zich vooral bezighielden met de Waddenzee zullen hun gereedschap op elkaar af moeten stemmen.
Eén van de belangrijkste vraagstukken waar ze voor staan, daarover zijn alle onderzoekers het eens, is hoe het dynamische ecosysteem van de Noordzee zich gedraagt onder de invloed van de klimaatverandering. Want zelfs al wordt een keer het besluit genomen om visserij op de Noordzee voor een aantal jaar te verbieden, dan nog kunnen veranderingen in klimaat en zeestromingen roet in het eten gooien.

Re:ageer