Wetenschap - 1 januari 1970

Recreatie maakt mooi landschap rendabel

Landbouw die ook waarde heeft voor de natuur en het landschap is voor de individuele agrariër economisch niet aantrekkelijk, zo concluderen onderzoekers van Plant Research International (PRI). Alleen door samenwerking met de recreatiesector kunnen de voordelen van dit multifunctioneel landgebruik verzilverd worden.

In het voorbeeldproject Meervoudig duurzaam landgebruik in de omgeving van Winterwijk experimenteerden de afgelopen tien jaar verschillende boeren met alternatieve vormen van landgebruik. Zo vervingen ze het gangbare raaigras door een mengsel met klaver of bloemrijk gras. Op bouwland maakte maïs plaats voor landschappelijk aantrekkelijkere gewassen als zomer- en wintergranen, aardappelen, koolzaad, gele mosterd en zonnebloemen.
Alle multifunctionele graslandtypes leveren veel biodiversiteit en landschapswaarde op, maar economisch doen de alternatieven het minder goed. Alleen raaigras met klaver levert per saldo meer op dan gangbaar raaigras. Grassenmix is nauwelijks lonend en bloemrijk grasland is zelfs verliesgevend. In het voorbeeldproject werd dit verlies ruimschoots goedgemaakt door een subsidie in het kader van de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer (SAN), maar hier kunnen alleen boeren in een aangewezen SAN-gebied gebruik van maken.
Multifunctioneel bouwland scoort net als het onderzochte grasland goed op biodiversiteit, landschap en milieu. Maar ook hier brengen de alternatieven minder op dan bijvoorbeeld snijmaïs. Grasland beplanten met bijvoorbeeld walnootbomen blijkt een investering voor de lange termijn. Pas na vijf tot tien jaar komen er opbrengsten van walnoten en na een jaar of veertig uit het hoogwaardige hout.
Al met al biedt multifunctioneel landgebruik winst voor natuur en landschap in de regio, maar is het voor de individuele boer financieel niet aantrekkelijk. Wel kan het, zo berekende het Landbouw Economisch Instituut (LEI), de regio tientallen miljoenen opleveren aan inkomsten uit toegenomen recreatie. Op 30 maart kwamen de onderzoekers en belanghebbenden van het project bijeen in Winterswijk om de resultaten van het onderzoek te bespreken en te discussiëren over de vraag hoe de opbrengsten bij de boer terecht kunnen komen. Onderzoeker dr. Hein Korevaar van PRI is daar duidelijk over. ‘Ik pleit voor een landschapsfonds dat grotendeels gevoed wordt door recreatieondernemers en andere private partijen die voordeel hebben bij een aantrekkelijk landschap. En hou vooral de overheid erbuiten, om problemen met de Europese regelgeving te voorkomen, daar zijn veel fondsen op stuk lopen.’ Het bestuur van Waardevol Cultuurlandschap Winterswijk zou het voortouw moeten nemen, vonden vrijwel alle betrokkenen.
Nog dit jaar start een vervolgproject, waar PRI en Alterra aan zullen deelnemen, met weer nieuwe vormen van landgebruik. / KM

Re:ageer