Wetenschap - 3 oktober 2016

Recreatie en zorg zijn nieuwe business voor jonge boer

tekst:
Albert Sikkema

Kamperen bij de boer, natuurbeheer en de zorgboerderij zijn geen overlevingsstrategieën voor marginale melkveehouders en akkerbouwers om te overleven. De multifunctionele landbouw floreert juist bij relatief jonge boeren op grote bedrijven, constateren Wageningse onderzoekers.

<foto: boererij-camping Grenszicht>

Akkerbouwers en melkveehouders met neveninkomsten zijn gemiddeld jonger dan gangbare boeren, constateren ze. Bovendien is het bedrijf van de multifunctionele akkerbouwers en melkveehouders aanmerkelijk groter van omvang dan van gangbare melkvee- en akkerbouwbedrijven.

In de tuinbouw is de situatie geheel anders. Daar zijn de bedrijven met een neventak juist veel kleiner dan de gangbare kapitaalintensieve bedrijven. In die sector kun je dus wel stellen dat verbreding een strategie is voor marginale bedrijven om te overleven, stellen de Wageningse onderzoekers. Ook jonge intensieve veehouders zien weinig in multifunctionele landbouw, want door extra diensten of producten aan te bieden, loop je het risico op verspreiding van dierziekten. Bovendien speelt het negatieve imago een rol in deze sector.

De onderzoekers brachten voor het eerst voor heel Nederland in kaart wat het verband is tussen multifunctionele activiteiten op de boerderij en de grootte van het bedrijf, de leeftijd van de boer en tuinder en de plek van het bedrijf. Het aantal multifunctionele boeren – denk aan natuurbeheer, recreatie, boerderijwinkel, zorgboerderij en educatiezalen – is de afgelopen decennia flink toegenomen, maar wat die agrariërs onderscheidt van de gangbare boeren en tuinders was niet duidelijk.

Sommige studies suggereerden dat de multifunctionele landbouw een overlevingsstrategie was van marginale boeren. Andere studie vond geen verschillen in grootte en inkomen tussen gangbare en multifunctionele boerenbedrijven. Bovendien hebben veel studies maar een deel van de multifunctionele landbouw geanalyseerd. De onderzoekers Jan Hassink, Herman Agricola en Jac Thissen besloten daarom om verschillende databases met informatie over agrarische bedrijven en multifunctionele activiteiten te analyseren.

Veel conclusies waren al bekend of liggen voor de hand. Nederlandse melkveehouders doen het meeste aan multifunctionele landbouw. Ze doen vaker aan natuurbeheer en bieden vaker recreatie en zorg aan dan gemiddeld. Tuinders scoren veel lager op deze activiteiten, maar verkopen vaker eigen producten aan huis. Akkerbouwers doen relatief weinig aan zorg en educatie, terwijl intensieve veehouders zich weinig bezig houden met natuurbeheer en recreatie.

Voor het eerst is ook een ruimtelijke analyse gedaan waar de multifunctionele boeren zitten. Melkveehouders die zorg, educatie en eigen producten aanbieden, zitten vaak dicht bij de stad,  terwijl weideboeren met natuurbeheer verder van de stad zitten dan de gemiddelde boer. Als die boeren echter in een nationaal landschap zitten, dan hebben ze vaker een minicamping bij de boer. Ook hebben melkveehouders vaker een camping naarmate ze dichter bij zee zitten.


Re:ageer