Wetenschap - 1 januari 1970

Recht op voedsel tussen theorie en praktijk

Recht op voedsel tussen theorie en praktijk


Van der Meulen start unieke wetenschappelijke specialisatie
levensmiddelenrecht

Een geheel nieuwe tak van wetenschap zag vorige week het licht in
Wageningen: het levensmiddelenrecht. De nieuwe hoogleraar van de
leerstoelgroep Recht en bestuur van Wageningen Universiteit, prof. Bernd
van der Meulen, hanteert het recht op adequate voeding als universeel
mensenrecht. Vrije markt, voedselveiligheid en voedselzekerheid strijden
bij dat recht op voedsel om de eerste plaats.

Het recht op adequate voeding als mensenrecht is in opkomst. Wanneer landen
het recht erkennen, betekent dat in theorie dat mensen voor de rechter
schade kunnen claimen wanneer ze te weinig voedsel hebben of het voedsel
niet veilig is. Niet alleen de Verenigde Naties hebben in een verdrag het
recht op voeding vastgelegd. Ook wereldvoedselorganisatie FAO heeft het
recht op voedsel als uitgangspunt geadopteerd, en heeft de ideale situatie
mooi geformuleerd: ‘Een markt die ieder mens toegang geeft tot voldoende en
veilig voedsel’. Maar het is een ideaal, en daar blijft het voorlopig bij.
Want de drie peilers waaruit dat ideaal bestaat – een vrije markt, veilig
voedsel en voldoende voedsel voor iedereen – ,,blijken in een nagenoeg
onverzoenlijke spanning tot elkaar te staan’’, aldus Van der Meulen in zijn
inaugurele rede op 11 september.
Een actueel voorbeeld van de spanning tussen markt, veiligheid en voldoende
voedsel is de handel in genetisch gemodificeerd voedsel. Vorige week
ruzieden de Verenigde Staten en Europa in de aanloop van de top van
wereldhandelsorganisatie WTO over het op de Europese markt toelaten van
producten van genetisch gemodificeerde gewassen. Europa vindt
gentechvoedsel niet veilig, omdat het nog niet zeker is dat er geen
risico’s voor milieu of gezondheid aan kleven. Maar het WTO-verdrag dat
handelsmaatregelen tegen onveilig voedsel mogelijk maakt hecht aan twijfel
geen belang. WTO accepteert alleen wetenschappelijke bewijzen dat voedsel
onveilig als reden om handel tegen te houden. Europa wil een
voorzorgsprincipe hanteren – tegenhouden totdat duidelijk is dat het niet
schadelijk is – maar kan dat in de WTO niet hardmaken. ,,Het WTO-verdrag is
wat dat betreft ouderwetse regelgeving’’, zegt Van der Meulen.

Incidenten
Het Europese levensmiddelenrecht is beter ontwikkeld, stelt hij. De
ontwikkeling daarvan is door incidenten gedreven. In 1979 weigerde
Duitsland een Franse likeur, Cassis de Dyon, in te voeren. Argument was dat
het maar twintig procent alcohol bevatte, terwijl dat volgens de Duitse wet
ten minste 25 procent moest zijn. De Duitsers waren bang dat de jeugd
makkelijk aan de drank zou raken van het Franse drankje, en zagen er een
bedreiging van de volksgezondheid in. Onterecht, oordeelde het Europese Hof
van Justitie en stelde de norm dat kwaliteitseisen in de ene lidstaat van
Europa ook in andere lidstaten geaccepteerd moeten worden.
Een volgende incident gaf meer gewicht aan voedselveiligheid in Europa.
Naar aanleiding van de BSE-crisis stelde de Europese commissie dat de
bescherming van consumenten voorop moet staan, wat in 2002 leidde tot de
Europese General Food Law: de basis van een Europese
levensmiddelenwetgeving, die de komende jaren vastgelegd gaat worden in 84
wetten.
Ook in Nederland is veiligheid als recht in opmars. In 2001 deed CDA-
kamerlid Rietkerk een voorstel voor een artikel in de grondwet dat
veiligheid van allen in Nederland tot zorg van de overheid verklaart. Het
ging het CDA om meer blauw op straat, maar Van der Meulen wijst erop dat
het wetsvoorstel ook uitgelegd kan worden als een recht op veilig voedsel.
,,En dat betekent dat Nederland veilig voedsel als mensenrecht zou
aanvaarden, en veiligheid voorrang wil geven.’’ Het voorstel is nog niet
aangenomen en krijgt verrassend weinig aandacht, vindt Van der Meulen.

Gentech
Naast vrije handel en veiligheid van voedsel is ook voedselzekerheid een
onderdeel van het recht op voedsel. De Verenigde Naties hebben dat
vastgelegd in het Internationale Verdrag inzake Sociale en Culturele
Rechten (IVESCR). Nederland tekende het verdrag, maar in de praktijk komt
er niets van terecht. Een asielzoeker beriep zich voor de rechter op het
recht en zei te moeten hongeren omdat alle sociale voorzieningen haar
ontzegd werden. De rechter had er geen oren naar. In de praktijk is het
recht op voedsel niet juridisch afdwingbaar in Nederland, concludeert Van
der Meulen.
De Verenigde Staten stemden als enige tegen resoluties over het verdrag van
de VN, omdat ze bang zijn dat het recht op voedsel voor de rechter
afgedwongen wordt. Toch spelen ze wel met het argument van voedselzekerheid
in de discussie over gentechvoedsel. En met enig recht, zegt Van der
Meulen, want in het VN-verdrag staat dat alle technische middelen aangewend
moeten worden om voldoende voedsel te produceren. Als gentech inderdaad kan
bijdragen aan minder honger, dan mogen overheden niet nonchalant omgaan met
de mogelijkheden die biotechnologie biedt, zegt hij. Maar in de balans die
ze daarbij moeten maken moeten ze ook juridische gevaren onder ogen zien.
Van der Meulen verwijst naar de voedselhulp die Afrikaanse landen weigerden
van de VS omdat die bestond uit genetisch gemodificeerde maïs. Naast de
veiligheid van hun bevolking, moeten Afrikaanse landen ook uitkijken dat
gentechbedrijven hun boeren niet voor de rechter slepen wanneer boeren de
noodhulp als zaaizaad gebruiken en daarmee de agressief bewaakte patenten
schenden.
Van der Meulen wil dit soort dilemma’s onderzoeken in de nieuwe discipline
van het levensmiddelenrecht. Hij wil daarbij niet blijven steken in de
spanning tussen onverzoenlijke uitgangspunten, maar de tegengestelde
belangen van een globaliserende markt, voedselveiligheid en
voedselzekerheid voor iedereen met elkaar verzoenen.
De 43-jarige Van der Meulen, van origine bestuursjurist en gewend te werken
in juridische faculteiten, slaat daarmee in Wageningen ambitieus een geheel
nieuwe richting in zal een voor Nederland nieuwe wetenschappelijke
specialisatie oprichten. De leerstoelgroep Recht en bestuur hield zich
vooral bezig met de strijd om het gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Het
levensmiddelenrecht is een nieuwe dimensie. Maar de nieuwe discipline van
het levensmiddelenrecht zit Wageningen UR als gegoten: voedingskundigen van
het Rikilt, technologen bij Plant Research International, economen van LEI
en sociale wetenschappers in de Leeuwenborch lopen regelmatig tegen de
juridische kanten van voedsel en landbouw aan. | Joris Tielens

Re:ageer