Wetenschap - 16 augustus 2002

Recensie: Sex in the city

Recensie: Sex in the city

In de Junushoff werden op maandagavond de eerstejaars en hun begeleiders vergast op cabaret en improvisatietoneel.

Achter borden met cijfers groepten jongens en meisjes met blauwe hoedjes, of petjes van een andere kleur, braaf achter hun leiders aan. Je kon naar boven, of naar beneden.

Ik koos voor het laatste. In de benedenzaal van de schouwburg zat het vrijwel vol. Beneden lag het podium als een duister pleintje, waarop zich behalve een piano een jongeman bevond. Zichzelf begeleidend zong hij een liefdesliedje. "Was het wat?" vroeg hij aan een meisje op de voorste rij. "Hoe heet je?" "Annelot." En toen ging het er vandoor. Want dit was participerend cabaret. Denk niet dat je daar zat om te niksen, nee, je moest meedoen. Soms met refrein zingen, soms moest je vragen beantwoorden. En wat kun je daarvoor beter hebben dan jonge mensen, net van de schoolbanken, voor het eerst los van thuis. Het ging natuurlijk voortdurend over sex en bij navraag was dat ook vanzelfsprekend.

Dus leerden ze gisteravond hoe je een condoom moest omdoen. "Wie heeft er wel eens met een condoom gevree?n?" bulderde de cabaretier. "Nou, kom op zeg, niemand?" Er kwamen een paar vingers. "Hoe vond je 't?" "Geweldig, want het was de eerste keer!" riep een held. "Zeg, schei nou uit!" pareerde de cabaretier. "Weet je hoe het de eerste keer ging?" En hij haalde zijn eerste ervaring op met een pakje dat moeilijk openging. "En dan moet je het puntje vastpakken. Waarom?" "Omdat 'r lucht in zit!" brulde de tribune.

Keiharde grappen over verkrachting en zelfmoord ("Hoe wilt u gaan? Wilt u dood of aandacht? Wilt u onze folder over het flatpakket of ons treinpakket? Alleen komt de trein niet altijd op tijd. U kunt ook een video-opname krijgen, leuk voor de familie tijdens de begrafenis!), maar hij had een scherpe conference en mooie liedjes, die Ernst van der Pasch. Vier jaar geleden afgestudeerd aan de VU, Amsterdam, als medicus. Verdient nu zijn brood met optreden. "Want een arts is toch eigenlijk ook een performer?"

Daarna kwam de Mier. Drie knapen met hun improvisatietoneel. E?n aan de piano, de andere twee denderden flitsend door hun programma; ze bonkten op het publiek in; de groepen die hun bordjes omhoog staken kregen het te verduren, maar het ging er allemaal in als de spreekwoordelijke koek. Het was ??n groot samenspel en de spes patriae genoot luidkeels. Er werd veel met genitali?n gesmeten en over sex gepraat, maar desgevraagd bleek dat 'nu eenmaal erbij te horen'. De toon werd meteen gezet en zo er nog taboes waren dan gingen die allemaal overboord. Dat lucht op en maakt het straks allemaal makkelijker!

Ondertussen was het best knap wat Mier daar liet zien, om van de flexibiliteit van de pianist nog niet eens te spreken. Het publiek mocht onderwerpen aandragen, zappen, voortdurend de sc?nes veranderen.

Tegen elf uur ging de verwachtingsvolle horde enthousiast naar de diverse drinkgelagen. Of naar bed. Het was tenslotte een zeer vermoeiende dag. | Lydia Wubbenhorst

Re:ageer