Wetenschap - 13 juni 1996

Reacties op plan tot vorming departementen

Reacties op plan tot vorming departementen

Afgelopen week kwam het college van bestuur met het voorstel de huidige LUW-vakgroepen onder te verdelen in tien departementen, newspeak voor grotere vakgroepen. Sommigen zien daar het nut wel van in, maar vinden de indeling onverstandig. Anderen herkennen oude wijn in nieuwe zakken en zijn de reorganisaties beu.


Ronduit boos over de indeling in departementen is huishoud-socioloog dr C. de Hoog. Zijn vakgroep Huishoudstudies wordt in drieen geknipt; de technologen worden ergens op De Dreijen ondergebracht, de huishoudeconomen komen bij de economen en de sociologen in het departement Sociale wetenschappen. Bedroevend", meent De Hoog. Nu werken we hier interdisciplinair en dan worden we weer disciplinair onderverdeeld." Hij vreest de consequenties van het verlies van die interdisciplinariteit. De werkgelegenheid van onze afgestudeerden is vergelijkbaar met de biochemici, terwijl er van de monodisciplinaire sociaal-wetenschappelijke opleidingen in Amsterdam nog zo'n twintig procent werkloos rondloopt. Je mag toch van die planners op het bestuurscentrum verwachten dat ze studeren voordat ze iets opschrijven."

Net nu de verschillende disciplines binnen de vakgroep aan elkaar zijn gewend en gezamenlijk aio's begeleiden, is het dus weer niet goed. Je krijgt langzamerhand het idee dat je ongewenst bent. Die departementen zijn prima, maar ga dan eerst eens met de mensen praten! Dit is het zoveelste onzinnige verhaal en het kost veel tijd om het te bestrijden. Ik wil artikelen schrijven. Deze flauwekul kost de vakgroep omgerekend twee ISI-publikaties."

De hoogleraar moleculaire biologie, prof. dr A. van Kammen, is niet boos, maar de voorgestelde indeling lijkt hem uiterst onverstandig. Zijn vakgroep wordt ondergebracht bij het departement Botanie en bio-moleculaire wetenschappen. De botanici zitten in een gebouw; dat lijkt me een mooie beheerseenheid. Wij hebben hier een mooie cohesie op De Dreijen, met Biochemie, Moleculaire fysica en Erfelijkheidsleer. Dat heet Moleculaire wetenschappen. Ik hecht daar zeer aan. We hebben het belang van de moleculaire wetenschappen behartigd bij het leerstoelenplan en onze integratie van scheikunde, natuurkunde en biologie heeft een zekere aantrekkingskracht op goede studenten. Dat moet je zichtbaar maken en je moet er zuinig op zijn."

Losse flodder

Het is raar dat Microbiologie bij Levensmiddelentechnologie wordt ondergebracht", vindt Van Kammen. Hoogleraar De Vos is heel goed bezig. Nu suggereert het bestuur een relatie tot levensmiddelen die er niet is. Het milieu-onderzoek van Microbiologie is belangrijk; daar moet je je als LUW erg voor inzetten." Prof. dr W.M. de Vos beaamt dat. Ik heb een link met de milieu-wetenschappen en dat wil ik zo houden. Ik beschouw het plan als een losse flodder."

Van Kammen heeft bovendien geen enkele behoefte aan een departement Wis-, natuur- en scheikunde. Hij wil de vakgroep Biochemie, die bij dit departement staat vermeld, als buur behouden. De hoogleraar Biochemie, prof. dr N.C.M. Laane, bepleit hetzelfde. De biomoleculaire vakgroepen onderscheiden zich in Nederland. Nu wordt Biochemie in een departement Wis-, natuur- en scheikunde gestopt, maar dat is niet levensvatbaar. Het lijkt te veel op een subfaculteit elders; de coherentie is moeilijk te vinden. Je moet vanuit de studie Moleculaire wetenschappen kijken."

Wijzigingsvoorstellen komen er ook uit de milieu- en natuurhoek van de LUW. Daar heeft het college twee departementen bedacht, Landgebruik en Bodem, water en atmosfeer (BWA). Op zich geen onhandige indeling, menen de betrokkenen. Maar dan moeten nog wel enkele leerstoelen worden verschoven.

Zo verbaast het de hoogleraar Natuurbeheer, prof. dr F. Berendse, dat een deel van de bodemkundigen bij Landgebruik wordt ondergebracht. Voor de gezichtsbepaling van de LUW is het goed dat er een departement komt voor natuurbeheer en landgebruik. Daarbij denk ik aan onze vakgroep Terrestrische oecologie en natuurbeheer, Ruimtelijke planvorming, Bosbouw, Tropische cultuurtechniek en de aquatische ecologie. In het andere departement zou ik de bodemkundigen bij elkaar zetten; we moeten die rare tweedeling van bodemkundigen toch eens verlaten. Je krijgt daar dan een meer milieuhygienisch departement."

Vergaderen

Ook ir P. Koorevaar van de vakgroep Waterhuishouding heeft de indeling met verbazing bekeken. Wat doen Stroosnijder en Vincent (de hoogleraren Tropische cultuurtechniek, red.) bij het departement BWA, en waarom valt de bodemchemicus Van Riemsdijk onder Landgebruik? Dat is niet logisch." Koorevaar relativeert het nut van de departementen. Als je er van boven tegenaan kijkt, is het duidelijker, maar van onderop leidt zo'n indeling vaak tot meer vergaderen. De leerstoelgroepen gaan een eigen leven leiden, met eigen vergaderingen."

Dat denkt ook de juridisch antropoloog prof. dr F. von Benda-Beckmann, die bij het departement Sociale wetenschappen staat vermeld. Als je wilt overgaan tot weer een nieuwe middenstructuur, ligt dit voor de hand. De vraag is of het zinvol is. We zijn net een beetje gewend aan de nieuwe structuur en dan krijgen we weer een reorganisatie. De inhoudelijke samenwerking bij de sociale wetenschappen gaat best aardig, maar daarvoor is een netwerk van secties voldoende. De tegenstrijdige belangen rond het budget veranderen niet door dit model."

Ik kan dus leven met departementen", vervolgt Von Benda-Beckmann. Net zoals ik kon leven met sectoren en clusters. Het kost echter veel vergadertijd en over twee jaar krijg je de volgende reorganisatie weer. Ik ben bang dat de hoogleraren weer worden belast met een extra bestuurstaak. Mijn hoofdtaak is onderwijs en onderzoek en daarvoor is meer rust nodig in de organisatie."

Tevredenheid heerst er bij de planten- en dierenvakgroepen van de LUW. Op Zodiac worden wat naambordjes verhangen: het cluster Dierwetenschappen wordt departement, de sector wordt ondersteunend bureau. Ik zie geen essentiele verandering", meldt prof. dr D. van der Heide.

In de plantenhoek worden de drie clusters Plantenteelt, Gewasbescherming en Botanie, een paar jaar geleden tot sector Plant- en gewaswetenschappen gedoopt, weer uit elkaar gehaald. Prof. dr ir H. Challa van Tuinbouwplantenteelt vindt het prima, maar vindt wel dat de drie voorgestelde departementen een gezamenlijk beheersbureau moeten behouden.

Sectorbureaus

In tegenstelling tot veel wetenschappers pleiten de sectordirecteuren voor zo min mogelijke departementen. Het college wil de vijf sectorbureaus opheffen en voor elk departement een bureau instellen. Net als Challa hoopt sectordirecteur F.A.H.M. Schelbergen van de plantengroepen toch op het behoud van zijn sectorbureau, al voorziet hij praktische problemen. Drie departementshoofden met een bureauhoofd, dat is vragen om moeilijkheden.

Schelbergen erkent dat het voorgestelde departement Plantenteelt heel klein is, maar dat heeft te maken met de toekomstige samenwerking met het instituut AB-DLO. Een commissie om dat te onderzoeken, onder leiding van botanicus prof. dr J.L. van Went, is vorige week geinstalleerd.

De directeur van de sector Landbouw en samenleving, dr ir P. de Visser, is laconiek over de nota. Ik had een voorkeur voor een totaal van vijf departementen, maar ach, ik werk nu ook met twee clusters. Dus met twee departementen, Economie en Sociale wetenschappen, moet het ook wel lukken."

Als er te veel departementen komen, kunnen ze niet worden ondersteund door ieder een eigen beheersbureau, denkt De Visser. Kiezen voor tien afzonderlijke departementsbureaus leidt tot een enorme versnippering. Ook moet je je afvragen of we een derde van ons hooglerarenkorps moeten inzetten op managementfuncties... tenminste tien departementshoofden, elf instituutsdirecteuren, een rector en nog wat commissievoorzitters. Die mensen kunnen zich best ontwikkelen tot manager, ik heb het tenslotte ook geleerd, maar ze zijn er niet voor aangetrokken."

De sectordirecteur van Landinrichting en milieu, ir A. Olde Daalhuis, voelt het meest voor een departement voor milieu en landgebruik in plaats van de voorgestelde twee, BWA en Landgebruik. Dan zou een departementshoofd verantwoordelijk zijn voor het beleid, terwijl Olde Daalhuis het beheer doet. Ik heb er geen problemen mee dat een wetenschappelijk directeur het voor het zeggen krijgt, maar dan op basis van gelijkwaardigheid, zoals in een ziekenhuis, waar je een medisch en een economisch directeur naast elkaar hebt." Eind juni zullen de hoogleraren en clusterbestuurders van de sector zich over de indeling buigen.

De kortste reactie komt van wiskunde-prof. dr ir J. Grasman. Ik ben net terug uit het buitenland; ik heb het plan nog niet gezien. Maar het maakt me weinig uit; ik doe gewoon mijn werk."

Re:ageer