Wetenschap - 1 januari 1970

Rapport kritisch over onderwijsorganisatie

Rapport kritisch over onderwijsorganisatie

Rapport kritisch over onderwijsorganisatie


Onderwijs- en opleidingsdirecteuren zijn kritisch over de organisatie van
het onderwijs van Wageningen UR. Dat blijkt uit een evaluatierapport dat
door organisatieadviseur Bob ten Hoope is opgesteld in opdracht van de raad
van bestuur.

In het rapport staan veel aandachtspunten ter verbetering van de
organisatiestructuur van het Wageningse onderwijs. Zo zouden de
onderwijsinstituten meer zeggenschap moeten krijgen over het
onderwijsbudget. De onderwijsdirecteuren zijn volgens het rapport unaniem
van mening dat het ongewenst is dat de kenniseenheden het onderwijsbudget
beheren. De kenniseenheden hebben volgens hen de neiging een eigen
faculteit te vormen. Dat staat het opnemen van vakken van meerdere
kenniseenheden in opleidingen in de weg.
Een urgent probleem is volgens het rapport de verhouding tussen de
onderwijsinstituten en de afdeling Onderwijs en studentenaangelegenheden
van het bestuurscentrum. De afdeling wordt door onderwijsbestuurders
bureaucratisch en centralistisch genoemd en staat regelmatig direct contact
met de rector in de weg. Ook op het gebied van internationalisering van het
onderwijs moet dringend een aantal problemen worden aangepakt. Zo zijn de
consequentie van de ‘onevenredig grote instroom’ van Chinese studenten bij
een aantal opleidingen voor Nederlandse studenten nog niet duidelijk. Ook
dreigt het kwaliteitsimago van de Wageningse MSc-diploma’s schade te
ondervinden van de slechte beheersing van het Engels door een aantal
studenten.
Het rapport is gebaseerd op gesprekken met verschillende betrokkenen bij
het Wageningse onderwijs: directeuren en secretarissen van
onderwijsinstituten, voorzitters van opleidingscommissies en
opleidingscoördinatoren. Opvallend afwezig zijn
studentenvertegenwoordigers. Dat was volgens de opsteller van het rapport
niet nodig ‘vanwege de grote hoeveelheid duidelijke gegevens en de
moeilijke bereikbaarheid’ van de studenten.
De onderwijsbestuurders klagen over de grote werkdruk door een ‘niet
aflatende stroom ’van plannen. Met name opleidingscoördinatoren voelen zich
regelmatig gedwongen te veel hooi op hun vork te nemen. Het rapport wijt
dat voor een deel aan de grote betrokkenheid van de coördinatoren bij hun
werk. ‘Nee zeggen tegen onmogelijkheden hoort niet tot hun sterkste kant’.
| K.V.

Re:ageer