Wetenschap - 1 januari 1970

Radarsatelliet meet oerwoud

Met een radar vanuit de ruimte meten hoe hoog bomen zijn, of er illegale houtkap plaatsvindt en hoeveel CO2 een bos kan opvangen. Dat is de veelbelovende techniek waar dr Dirk Hoekman van de leerstoelgroep Bodemnatuurkunde, agrohydrologie en grondwaterbeheer mee bezig zal is. In de komende jaren zal de radar zijn plek in satellieten wereldwijs veroveren. De eerste testen vanuit vliegtuigen stemmen hoopvol.

In de afgelopen maanden vloog een propellervliegtuigje over het Indonesische eiland Kalimantan. Die maakte daar tweevoudige radaropnames van het oerwoud. Met die twee beelden kan, net als bij stereoscopie, een driedimensionaal beeld van een bos worden geschetst. Onderzoekers kunnen zo onder meer berekenen hoe hoog een boom is of hoe dik het regenwoud.
Radar heeft volgens Hoekman een groot voordeel boven de nu veelgebruikte satellietfoto’s? 'Met radar kun je door bewolking heen kijken', vertelt hij. 'Maar we kunnen ook boomhoogtes meten, doordat we dwars door de bomen naar de bodem kunnen kijken.' Daarbij is het mogelijk bijvoorbeeld de bodeminklinking en de hydrologie in veenbossen te meten, zoals in de degraderende veenoerwouden van Kalimantan, een grote bron voor CO2-opslag en een belangrijk leefgebied van de oerang oetan. Bovendien kan de radar een opsporingsinstrument zijn voor illegale houtkap,of verbrande of overstroomde stukken bos.
Volgens Hoekman kan de radar ook goed ingezet worden bij het verbeteren van klimaatmodellen, bijvoorbeeld door de nauwkeurige berekening van de biomassa van bos, als maat voor de opslag van CO2, in het kader van het Kyoto Protocol.
In september 2005 zal de eerste satelliet met een dergelijke radar worden gelanceerd. In 2006 volgt de tweede. Tot die tijd gaat Hoekman met zijn internationale collega's verder met de voorbereidingen - 'bijvoorbeeld door de beste satellietconfiguratie te bepalen van waaruit radaropnames gemaakt kunnen worden'. / MW

Re:ageer